Het verzet in Spijk
Gemeente West Betuwe > Verzet in Spijk
Het verzet in Spijk
Hoewel over het verzet in Spijk minder bekend is dan over het verzet in sommige omliggende plaatsen, waren ook in dit kleine dorp tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende inwoners actief in de illegaliteit. Zij hielpen onderduikers, verzamelden en verspreidden bonkaarten, zorgden voor voedsel en onderdak en namen deel aan activiteiten van de Binnenlandse Strijdkrachten. Het verzet in Spijk stond bovendien niet op zichzelf, maar maakte deel uit van een veel groter regionaal netwerk.
Spijk binnen de organisatie van het verzet
Een belangrijke organisatie in het Nederlandse verzet was de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (L.O.). Daaruit ontstonden in 1943 de Landelijke Knokploegen (L.K.P.), die onder andere distributiekantoren en gemeentehuizen overvielen om bonkaarten en andere documenten buit te maken. In september 1944 werden de verschillende gewapende verzetsorganisaties samengebracht in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS of BS).
Spijk viel binnen het verzetsgebied Leerdam en maakte deel uit van de zevende compagnie van de Binnenlandse Strijdkrachten. Commandant van deze compagnie was Jaap Wieringa. De zevende compagnie was verdeeld in vier secties. De eerste sectie omvatte onder meer Leerdam, Schoonrewoerd, Hei- en Boeicop, Asperen, Heukelum, Kedichem en Spijk.
Een belangrijk verzetscentrum in dit gebied was de boerderij van Hendrik van Bezooijen in Minkeloos. Daar kwamen veel verzetsmensen bijeen. Maarten Schakel, die de schuilnaam “Jan Snor” gebruikte, en Jaap Wieringa trainden er leden van de knokploegen in het omgaan met wapens en springladingen. De boerderij vormde daarmee een belangrijk verzamel- en oefenpunt voor het regionale verzet.
De relatie tussen Schakel en Wieringa is voor het verhaal over Spijk bijzonder interessant. Schakel was commandant van de zesde compagnie, terwijl Wieringa de zevende compagnie leidde. Spijk viel dus organisatorisch onder Wieringa's compagnie, maar maakte tegelijkertijd deel uit van een veel groter regionaal verzetsnetwerk waarin ook Schakel een belangrijke rol speelde.
Onderduikers en hulp aan vervolgden
Een belangrijk onderdeel van het Spijkse verzet was het bieden van onderdak aan mensen die door de Duitse bezetter werden gezocht.
De boerderij van Jacobus (Ko) van Beest was daarbij van betekenis. Volgens de beschreven bronnen was zijn boerderij een soort doorgangshuis voor onderduikers. Mensen verbleven er soms slechts enkele dagen voordat zij naar een andere veilige plaats werden gebracht. Ook elders in Spijk werden onderduikers opgenomen. Zo werden onder meer mensen verborgen bij families Roza, Hoogenhuizen en Sterk-Roubos.
Ook Teunis Roza speelde een rol bij het verzorgen van goede onderduikadressen. Bij de hulp aan onderduikers waren verder onder anderen Gos van Rijswijk en Hendrikus van Kooten betrokken. Vanuit Gorinchem hielpen Huib Stehouwer en de zusters Christen mee. Zelfs de later gearresteerde Heukelumse verzetsman Arend Zemerink wordt in verband gebracht met deze activiteiten.
Het ging daarbij niet alleen om Nederlandse onderduikers. Ook Joodse mensen werden in en vanuit Spijk geholpen. De familie Rapati verborg bijvoorbeeld drie Joodse onderduikers. Toen de situatie daar te gevaarlijk werd, moesten zij opnieuw worden ondergebracht. Eén van hen, Fred Wichmans, overleefde de oorlog; voor anderen liep de vervolging uiteindelijk veel dramatischer af.
Fré de Jong
Een van de bekendste verzetsmensen die met Spijk verbonden was, was Fré de Jong. Hij werd in 1911 in Spijk geboren, groeide op in Asperen en keerde later terug naar Spijk. Hij kon het onrecht van de Duitse bezetting niet accepteren en werd actief in het verzet.
Toen Joden massaal werden vervolgd, bracht Fré de Jong onder meer een Joodse onderduiker voedsel. Hij wilde echter meer doen en sloot zich aan bij een knokploeg die zich bezighield met het bemachtigen van bonkaarten en andere documenten. Via goed geïnformeerde contacten en samenwerking met andere verzetsgroepen werden verschillende acties uitgevoerd.
Fré speelde ook een rol bij het onderbrengen van onderduikers en bij het verspreiden van valse identiteitspapieren. Later in de oorlog maakte hij deel uit van de Stoottroepen. Hij hielp bovendien geallieerde militairen die achter de Duitse linies waren terechtgekomen.
Een bijzonder verhaal betreft een groep Engelse parachutisten die na de Slag om Arnhem was neergehaald. Fré de Jong hielp hen onder te brengen en bracht hen uiteindelijk over de Waal. De parachutisten zetten hun handtekeningen op een guldenbiljet, dat later als tastbare herinnering aan deze gevaarlijke onderneming bewaard bleef.
Na de oorlog werd Fré voor zijn verzetswerk onderscheiden met onder meer het Verzetsherdenkingskruis en onderscheidingen uit Engeland en Amerika. Hij overleed in 1997 en werd in Asperen begraven.
Bonkaarten, overvallen en andere acties
Het verzet moest voortdurend zoeken naar manieren om aan distributiebonnen en andere documenten te komen. Bonkaarten waren voor onderduikers immers van levensbelang.
Fré de Jong was betrokken bij verschillende acties. In Geldermalsen werd geprobeerd een grote hoeveelheid bonkaarten buit te maken. Later volgde in Maurik een overval op een distributiekantoor. Bij een actie in Tiel werden zelfs ongeveer 24.000 bonkaarten buitgemaakt. Zulke acties waren niet zonder gevaar: de deelnemers liepen voortdurend het risico te worden gearresteerd of verraden.
Ook in de omgeving van Spijk vonden dergelijke activiteiten plaats. Verzetsmensen zorgden ervoor dat onderduikers aan bonkaarten kwamen en dat zij zich konden verplaatsen zonder onmiddellijk de aandacht van de bezetter te trekken. Het netwerk strekte zich uit over de hele regio, van Gorinchem en Leerdam tot de Betuwe en de Bommelerwaard.
De Binnenlandse Strijdkrachten
Na september 1944 kreeg het verzet een meer militaire organisatie. Spijk kwam toen, zoals gezegd, binnen de zevende compagnie van de Binnenlandse Strijdkrachten te vallen.
Het verzet hield zich niet alleen bezig met onderduiken en distributiebonnen. Er werden ook gewapende acties voorbereid en uitgevoerd. In de oostelijke Alblasserwaard en in Spijk werd vanaf december 1944 het verzetsblad OZO – Oranje zal overwinnen verspreid. De Binnenlandse Strijdkrachten voerden bovendien bewakings- en sabotageactiviteiten uit.
Ook Henk van Os, een bekende verzetsman uit Gorinchem, speelde een belangrijke rol binnen de L.O. en de L.K.P. Hij was betrokken bij de verspreiding van het illegale blad Vrij Nederland. Andere belangrijke namen uit het regionale verzet waren onder meer Hendrik Pieter de Bie en Marinus Spronk, die uiteindelijk door de Duitsers werden opgepakt en gefusilleerd.
Het verzet kende ook slachtoffers
De geschiedenis van het Spijkse verzet kent niet alleen succesvolle acties. Verschillende verzetsmensen werden opgepakt en kwamen om het leven.
Een van de bekendste slachtoffers was Jacobus (Ko) van Beest. Hij werd ervan verdacht regelmatig onderduikers in huis te hebben. Een infiltrant, Hans Gerber, had contacten met het verzet weten te leggen en werd daardoor verdacht. In januari 1945 werden verschillende mannen gearresteerd. Op 31 maart 1945 werden Jacobus van Beest en drie mannen uit Heukelum in Fort De Bilt gefusilleerd.
De Duitsers wilden de lichamen aanvankelijk in een kalkput werpen, maar dit kon worden voorkomen. Na de oorlog werden de stoffelijke resten herbegraven. Van Beest kreeg uiteindelijk een eerste klas graf op de begraafplaats van Spijk.
Ook andere inwoners van Spijk werden door de bezetting getroffen. Willem Cornelis Sterk werd bijvoorbeeld opgepakt vanwege illegaal slachten en bracht tijd door in verschillende gevangenissen en tuchthuizen. Hij maakte de bevrijding nog mee, maar overleed later in een ziekenhuis in Keulen.
Spijk als toevluchtsoord
In de laatste oorlogswinter kreeg Spijk bovendien een andere betekenis: het dorp werd een toevluchtsoord voor grote aantallen evacués.
Tussen september 1944 en april 1945 verbleven in totaal 262 evacués in Spijk. Daarvan kwamen er 145 uit Gorinchem, dat vanwege mogelijke aanvallen vanaf de rivier mensen uit het zuidelijke stadsdeel moest evacueren. Daarnaast kwamen er tientallen mensen uit andere plaatsen naar Spijk.
Onder deze evacués bevond zich ook Joost Hoekwater uit Zoelen, die bij Hendrikus Vink aan de Spijkse Kweldijk verbleef. Over zijn lot heb ik elders op deze website uitgebreider geschreven. Zijn liquidatie op 4 maart 1945 vormt een van de meest tragische gebeurtenissen die met het Spijkse verzet in verband worden gebracht.
Daarbij moet wel onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende bronnen. De hier gebruikte lokale geschiedschrijving noemt Hoekwater kortweg een NSB'er en verrader en vermeldt dat hij door het verzet uit Vianen werd doodgeschoten toen hij bij Vink naar buiten kwam. De meer gedetailleerde reconstructie die wij eerder hebben besproken, geeft een andere en veel uitgebreidere beschrijving van de liquidatie. Juist omdat de vraag of Hoekwater daadwerkelijk voor de SD werkte nog niet definitief is opgehelderd, verdient dit onderwerp een afzonderlijke behandeling.
Een netwerk van gewone mensen
Het beeld dat uit deze verhalen naar voren komt, is dat het verzet in Spijk geen organisatie was die uitsluitend door enkele gewapende mannen werd gedragen. Het bestond uit een netwerk van boeren, gezinnen, onderwijzers, ambtenaren, politiemensen en andere inwoners die ieder op hun eigen manier bijdroegen.
De een stelde zijn boerderij beschikbaar als doorgangshuis voor onderduikers. Een ander zorgde voor bonkaarten of valse papieren. Weer anderen hielpen bij het verspreiden van een illegale krant, brachten voedsel naar onderduikers of waagden hun leven bij het overzetten van geallieerde militairen.
Sommigen kwamen er na de oorlog goed vanaf. Anderen werden gearresteerd, gevangengezet of gefusilleerd.
Het verzet in Spijk was daardoor misschien kleinschalig in omvang, maar zeker niet onbelangrijk. Het maakte deel uit van een regionaal netwerk dat zich uitstrekte over Leerdam, Heukelum, Asperen, Kedichem, Gorinchem en de omliggende dorpen. De gebeurtenissen in Spijk laten vooral zien hoeveel gewone inwoners bereid waren risico's te nemen om anderen te helpen en zich tegen de Duitse bezetting te verzetten.
Bronnen: o.a Peter de Jong, Spijk – Heerlijkheid en waterland van 1250 tot 2000