Verzetsman Leo Lamers - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Verzetsman Leo Lamers

Gemeente Buren > Verzet in regio Buren
Verzetsman Leonard (Leo) Lamers

Leonard (Leo) Lamers werd op 1 maart 1922 in Leiden geboren. Hij was de zoon van de uit Zeeland afkomstige Harmannus Jan Lamers (1880-1972) en Johanna Maria Buijse (1887-1971). Het gezin woonde aan de Hooge Rijndijk 30 in Leiden en telde negen kinderen.
Al vóór de oorlog was Leo actief binnen de padvinderij. In september 1937 werd hij in De Verkenner, het officiële orgaan van de Nederlandse padvindersbeweging, genoemd als nieuwe scout bij de Leeuwengroep in Leiden. Zijn latere activiteiten in het verzet zouden hem uiteindelijk naar de Betuwe brengen, waar hij een belangrijke rol zou spelen bij de hulp aan onderduikers en geallieerde militairen

Vader in de Ordedienst
Aan het begin van de oorlog was Leo 2e luitenant. Ook zijn vader was bij het verzet betrokken. Harmannus Jan Lamers maakte deel uit van de Ordedienst (OD) en werd tijdens de oorlog korte tijd gevangen gehouden in het Oranjehotel in Scheveningen.
Leo was student en moest vanwege de Duitse bezetting onderduiken. Via zijn zwager Henk Leusink kreeg hij in 1943 een persoonsbewijs van de gemeente Echteld. Op dat document was Leo enkele jaren ouder gemaakt dan hij in werkelijkheid was. Met zijn nieuwe identiteit kon hij zich gemakkelijker door de Betuwe bewegen.
Het was de bedoeling dat Leo vanuit de Bommelerwaard zou helpen bij het organiseren, financieren en coördineren van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). De LO hield zich bezig met het onderbrengen van mensen die door de Duitse bezetter werden gezocht, waaronder mannen die de Arbeitseinsatz of de arbeidsinzet van de Organisation Todt wilden ontlopen, maar ook voormalige Nederlandse militairen, verzetsmensen en anderen die moesten onderduiken.
Al snel raakte Leo daarnaast betrokken bij de verspreiding van illegale kranten en andere ondergrondse lectuur.

Culemborg en de Tollenstraat
Leo kwam uiteindelijk in Culemborg terecht. Hij vond onderdak bij de familie Van der Linden in de Tollenstraat, een adres dat tijdens de bezetting een belangrijke plaats binnen het plaatselijke verzet innam. In het huis aan de Tollenstraat verbleven verschillende verzetsmensen en onderduikers. Ook Jouke de Boer, een andere student die in 1943 naar de Betuwe was gekomen om het LO-netwerk uit te breiden, verbleef hier. Koeriersters brachten vanuit deze omgeving berichten van en naar Utrecht.
Vanuit Culemborg, Geldermalsen en Zaltbommel ontstond een dicht netwerk van contacten met de omliggende dorpen. Dat netwerk was noodzakelijk om onderduikers aan veilige adressen te helpen en om distributiebonnen, persoonsbewijzen, geld en andere noodzakelijke zaken te regelen.
In Culemborg was Henk Vermeulen aanvankelijk een belangrijke organisator binnen de LO. Nadat hij door de Duitsers was gearresteerd, nam Leo een belangrijke leidinggevende rol binnen het district over. Jouke de Boer hield zich onder meer bezig met Culemborg. Na diens arrestatie in juni 1944 werd de positie van Leo binnen het regionale netwerk nog belangrijker.

Naar Geldermalsen en de Betuwe

Leo raakte ook betrokken bij het verzet rond Geldermalsen. Daar speelde de familie Lievense een belangrijke rol binnen de plaatselijke LO. Vanuit Geldermalsen, Culemborg en Zaltbommel waren verbindingen gelegd naar de omliggende dorpen.
De werkzaamheden bestonden uit veel meer dan alleen het onderbrengen van onderduikers. Er moesten adressen worden gevonden, bonkaarten en persoonsbewijzen worden geregeld, berichten worden overgebracht en geld en goederen worden vervoerd. De verschillende verzetsorganisaties – de LO, de Knokploegen en de OD – hadden ieder hun eigen structuur, maar in de praktijk waren er veel onderlinge contacten.

Boerderij De Wildt bij Zoelen
Een belangrijke periode in het verzetswerk van Leo begon in de zomer van 1944. Tussen augustus en oktober 1944 was de boerderij De Wildt van Fekko Ebbens, in het buitengebied bij Zoelen, uitgegroeid tot een belangrijk centrum van het LO-verzet in de Betuwe. De boerderij bood ruimte om onderduikers te verbergen en er werden onder meer wapens en distributiebonnen opgeslagen.
De omstandigheden in de Betuwe werden na de luchtlandingen bij Arnhem steeds gevaarlijker. Grote delen van de Neder-Betuwe moesten worden ontruimd en daardoor verplaatsten verzetsactiviteiten zich naar andere delen van de regio. De Wildt werd een belangrijk knooppunt in dit netwerk.
Ook voor de ontsnapping van achtergebleven geallieerde militairen speelde de boerderij een belangrijke rol.

De vluchtlijn voor geallieerde militairen
Na 17 september 1944, toen Operatie Market Garden begon, bleven veel Britse, Amerikaanse en andere geallieerde militairen achter de Duitse linies in Nederland achter. Voor hen werd een ontsnappingsroute georganiseerd. Een deel van deze militairen werd vanuit de Veluwe naar de Rijn gebracht. Bij Amerongen werd de rivier overgestoken, waarna zij aan de Betuwse kant werden opgevangen. Een belangrijk opvangadres was het huis van de familie Kok. Van daaruit ging de route verder naar De Wildt bij Zoelen. Op De Wildt konden de mannen enige tijd worden verborgen totdat het veilig genoeg was om verder te reizen. Vervolgens werden zij onder leiding van Piet Oosterlee naar de Waal bij Tiel gebracht. Daar waren mogelijkheden om de rivier over te steken naar het inmiddels bevrijde zuiden. Ook bij Echteld en IJzendoorn werden crossings uitgevoerd.
Leo Lamers was bij verschillende onderdelen van deze hulpverlening betrokken.

Leo als verbindingsman
Leo sprak redelijk Engels. Dat maakte hem bijzonder geschikt als verbindingsman tussen het Nederlandse verzet en de geallieerden die zich in de Betuwe verborgen hielden.
Op De Wildt verbleven onder anderen de Britse Captain Peter Baker, die de schuilnaam Windmill gebruikte, en de Amerikaanse militair Ted Bachenheimer. Baker was verbonden aan de Britse inlichtingendienst en Bachenheimer was als Amerikaanse paratrooper in de Betuwe achter de Duitse linies terechtgekomen.
De twee hielden zich niet alleen bezig met hun eigen ontsnapping. Vanuit De Wildt probeerden zij ook militaire informatie te verzamelen en door te geven aan de geallieerden. Leo fungeerde als een belangrijke schakel tussen hen en Captain King, die zich in de omgeving van Nijkerk verborgen hield.
Ook had Leo contact met de gedropte marconist Piet de Springer, die in Amerongen zat. Via hem konden berichten uit Utrecht en andere delen van het verzet worden doorgegeven. Volgens een latere verklaring van Leo was er bij Ebbens een telefoonverbinding die direct of indirect contact met de P.G.E.M. in Nijmegen mogelijk maakte.
De herinneringen van Leo aan deze periode zijn later vastgelegd in een interview uit 1998. Ze vormen een belangrijke bron voor de reconstructie van de gebeurtenissen rond De Wildt en de hulp aan de geallieerden.

Geallieerde militairen door de Betuwe
Leo hielp verschillende geallieerde militairen door het bezette gebied te verplaatsen. Onder de namen die in zijn herinneringen voorkomen zijn Dick Baker, Russell Smith, Leo Heaps en Allan Ketley, een Britse gliderpiloot. Ook Ronny Adams en de geheimagenten Captain Peter Baker en Ted Bachenheimer worden in verband gebracht met het netwerk waarin Leo actief was.
Een andere geallieerde militair die via de Culemborgse verzetsgroepen werd geholpen was majoor Cunningham, een officier van de Black Watch. Hij werd op verschillende plaatsen verborgen gehouden en uiteindelijk via het Nederlandse verzet richting het bevrijde zuiden gebracht. Ook vanuit Culemborg waren mensen betrokken bij de opvang en het transport van Cunningham en andere geallieerden.
Leo was daarmee onderdeel van een veel groter netwerk waarin tientallen mensen ieder een klein deel van het werk voor hun rekening namen. De een bood een schuilplaats, een ander zorgde voor kleding of voedsel, koeriers brachten berichten over en weer en weer anderen regelden het vervoer naar een volgende schakel in de vluchtlijn.

Blanco persoonsbewijzen
Een ander belangrijk onderdeel van Leo's werk was het regelen van blanco persoonsbewijzen. Voor mensen die moesten onderduiken was een vervalst of aangepast persoonsbewijs van levensbelang. Zonder geldige papieren konden controles door de Duitse politie of andere Duitse diensten vrijwel onmiddellijk tot arrestatie leiden.
Leo zorgde voor blanco persoonsbewijzen voor district 9 van het verzet, dat de Betuwe en Bommelerwaard omvatte. Binnen dit netwerk was ook Jo van Zanten uit Kesteren actief, die een belangrijke leidinggevende positie binnen de LO en het regionale verzet bekleedde.

De inval bij De Wildt
De activiteiten op De Wildt konden niet onopgemerkt blijven. De Duitsers kregen in oktober 1944 steeds meer belangstelling voor de boerderij. Een Nederlander die voor de Duitsers werkte, Johannes Dolron, had zich eerder als iemand die een onderduikadres zocht bij Ebbens gemeld. Hij wist informatie over de situatie op de boerderij door te geven aan zijn Duitse opdrachtgevers.
Op de avond van 16 oktober 1944 verschenen Duitse militairen bij De Wildt. Ze deden alsof zij naar de weg wilden vragen. Eenmaal binnen trokken zij hun wapens. Alle aanwezigen werden gearresteerd. Onder hen waren Fekko Ebbens en zijn vrouw Johanna, drie Nederlandse onderduikers, Jo van Zanten en de geallieerde officieren Peter Baker en Ted Bachenheimer. Leo was op dat moment niet meer in de boerderij aanwezig.

Het wapentransport van 18 oktober
Twee dagen later, op 18 oktober 1944, keerde Leo terug naar De Wildt. Hij begeleidde samen met Anton van 't Hart een wapentransport vanuit het inmiddels bevrijde Noord-Brabant. De wapens waren via de Waal naar de Betuwse kant gebracht en moesten naar De Wildt worden vervoerd. Toen Leo en Van 't Hart de boerderij naderden, kwamen zij Duitse militairen tegen. Er ontstond een vuurgevecht. Een Duitse soldaat raakte daarbij zwaar gewond.
Leo en Anton wisten met een deel van de wapens te ontsnappen. Zij maakten gebruik van de droge bedding van het in aanbouw zijnde Amsterdam-Rijnkanaal en wisten via die route weg te komen. Volgens de beschikbare beschrijvingen bereikten zij uiteindelijk de omgeving van Rijswijk en konden zij verder richting het netwerk rond Maurik.
De Duitsers namen vervolgens wraak op De Wildt. De boerderij werd in brand gestoken. In de vlammen ging een deel van de daar opgeslagen wapenvoorraad verloren; de aanwezige munitie en wapens veroorzaakten bovendien explosies.
De Wildt, dat gedurende enkele maanden een belangrijk centrum van het Betuwse verzet was geweest, was daarmee verloren.

Leo ontsnapt
Voor Leo betekende de gebeurtenissen rond De Wildt dat hij opnieuw moest verdwijnen. Het netwerk waarbinnen hij actief was, was zwaar getroffen. Fekko Ebbens zou later worden gefusilleerd en ook andere betrokkenen werden gearresteerd of kwamen om het leven. Toch bleef het netwerk functioneren. De ondergrondse organisatie was juist zo opgebouwd dat belangrijke personen niet alle informatie van elkaar hadden en dat taken konden worden overgenomen wanneer iemand werd gearresteerd.
Leo wist de oorlog te overleven.

Na de oorlog
Na de bevrijding keerde Leo Lamers terug naar het burgerleven. De oorlogsjaren hadden echter een belangrijk deel van zijn jonge leven bepaald.
Op 12 augustus 1948 trouwde hij in Bergen op Zoom met Hendrika Wilhelmina Leusink, die binnen de familie Riet werd genoemd. Zij was in 1926 geboren. Het echtpaar kreeg één kind. De huwelijksakte bevestigt zowel de naam van Leo's ouders als die van de ouders van Riet.
Leo bleef na de oorlog niet voortdurend op de voorgrond staan. Zijn rol tijdens de bezetting was voor een groot deel die van organisator en verbindingsman geweest. Hij was een van de vele mensen die ervoor zorgden dat onderduikers konden verdwijnen, dat geallieerde militairen uit handen van de Duitsers bleven en dat informatie, wapens, geld en documenten hun bestemming bereikten.

Een scout die verzetsman werd
Het is opvallend dat Leo's geschiedenis al vóór de oorlog begint bij de padvinderij. In 1937 werd hij als jonge scout verwelkomd bij de Leeuwengroep in Leiden. Enkele jaren later gebruikte hij vaardigheden die hij in zijn jeugd had opgedaan – organiseren, samenwerken, kaartlezen, zich verplaatsen en contact houden met anderen – in een geheel andere en levensgevaarlijke omgeving.
Scouting Nederland heeft zijn verhaal daarom opgenomen in het project Scouts in het verzet, waarin de geschiedenis wordt vastgelegd van scouts die tijdens de oorlog betrokken raakten bij het verzet of hulp boden aan mensen die door de bezetter werden vervolgd.

Een belangrijk verbindingspunt in de Betuwe
De betekenis van Leo Lamers voor het verzet in de Betuwe lag niet in één spectaculaire actie. Zijn kracht lag vooral in het verbinden van mensen en organisaties.
Vanuit Culemborg en Zaltbommel stond hij in contact met het LO-netwerk. Via Geldermalsen waren er verbindingen met andere delen van de Betuwe. Vanuit De Wildt bij Zoelen werkte hij samen met mensen die onderduikers verborgen, wapens vervoerden en geallieerde militairen hielpen. Via Captain King en de geallieerde officieren Baker en Bachenheimer ontstond bovendien een verbinding met de geallieerde inlichtingendiensten.
Zo vormde Leo een schakel tussen verschillende werelden: het Nederlandse ondergrondse verzet, de onderduikers, de lokale bevolking en de geallieerde militairen die na Market Garden achter de Duitse linies waren achtergebleven.

Overlijden
Leonard (Leo) Lamers overleed op 15 augustus 2016, op 94-jarige leeftijd, in Bosch en Duin. Hij werd gecremeerd in Bilthoven en zijn as werd bijgezet op begraafplaats Den en Rust in Bilthoven. Oorlogsbronnen vermeldt als plaats van overlijden Zeist; beide plaatsen liggen in dezelfde omgeving.
Leo Lamers heeft zijn oorlogservaringen later doorgegeven. Daardoor zijn gebeurtenissen die zich in 1944 in de Betuwe afspeelden niet alleen bekend uit officiële documenten en verhalen van anderen, maar ook uit de herinneringen van iemand die er zelf middenin zat.
Zijn naam is daarmee verbonden aan Culemborg, Zaltbommel, Geldermalsen, Zoelen en De Wildt, maar vooral aan de mensen die hij hielp toen de vrijheid voor hen nog ver weg was.
Terug naar de inhoud