Oorlog in Gellicum e.o. - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Oorlog in Gellicum e.o.

Gemeente West Betuwe > Oorlogsjaren in Gellicum e.o.
Gellicum en omgeving in de Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog liet ook in het kleine dorp Gellicum duidelijke sporen na. In mei 1940 leek het dagelijks leven aanvankelijk nog betrekkelijk rustig. Maar gedurende de bezetting nam de Duitse invloed steeds verder toe en verdwenen allerlei vrijheden. Radio's werden gevorderd, fietsen en paarden opgeëist en de bevolking kreeg te maken met distributie, verduistering en een avondklok.
Voor de inwoners betekende de oorlog vooral dat het gewone leven steeds moeilijker werd. Voedsel was schaars en gezinnen probeerden zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. Groenten uit de eigen tuin werden bewaard voor de winter, fruit werd gedroogd en ook brood werd gedeeltelijk zelf verzorgd. Tegelijkertijd ontstond er een stroom van mensen uit het westen van Nederland die op zoek waren naar voedsel. Zij kwamen naar de Betuwe om te kopen, te ruilen of simpelweg om iets te eten te krijgen. Gellicumse gezinnen deelden wat zij konden missen en namen soms ook kinderen uit de steden tijdelijk in huis.

De oorlog komt dichterbij

Vanaf 1944 veranderde de situatie ingrijpend. Duitse militairen werden in het dorp ingekwartierd en bewoners kregen steeds meer te maken met de gevolgen van de strijd. De aanwezigheid van soldaten betekende overigens niet dat ieder contact vijandig verliep. Sommige militairen gedroegen zich tegenover de bevolking betrekkelijk vriendelijk, maar de bewoners bleven ondertussen leven onder de bezetting en de dreiging van geweld.
Ook razzia's vormden een gevaar. Duitse eenheden waren op zoek naar mannen die voor werkzaamheden konden worden ingezet. Wanneer er een razzia werd verwacht, was tijdig gewaarschuwd worden van groot belang. In Gellicum wist een gezin daardoor een arrestatie te voorkomen. De vader vluchtte weg en hield zich buiten het dorp schuil totdat het gevaar was geweken.

Onderduikers in Gellicum

Een bijzonder hoofdstuk vormt de hulp aan Joodse onderduikers. In de omgeving van Gellicum bevond zich een afgelegen eendenkooi, omringd door water en dichte begroeiing. Juist daardoor was deze plek geschikt om mensen verborgen te houden. Een kleine groep inwoners wist van hun aanwezigheid en zorgde ervoor dat zij voedsel kregen.
Toen de Duitsers uiteindelijk aanwijzingen kregen dat zich daar onderduikers bevonden, werd de omgeving doorzocht. Dankzij een waarschuwing konden de onderduikers tijdig wegkomen. Daarbij speelde een politieman een opvallende rol door de Duitsers op een dwaalspoor te brengen. De vluchtelingen wisten vervolgens het dorp te bereiken en vonden tijdelijk een schuilplaats bij een kerkgebouw.
Uiteindelijk nam pastoor Harm Terpstra een Joods echtpaar op in de pastorie. Hij verborg hen op zolder, waar zij tot de bevrijding uit handen van de bezetter bleven. Dat dit geheim zo lang kon worden bewaard, zegt veel over het vertrouwen en de onderlinge hulp die in deze moeilijke periode noodzakelijk waren.

V1's en ander oorlogsgeweld

Voor de inwoners van Gellicum kwam het gevaar niet alleen van Duitse militairen. Ook de oorlog in de lucht werd steeds merkbaarder. Vliegtuigen trokken over het gebied en er waren beschietingen en explosies. Een herinnering uit die tijd vertelt bovendien over een geallieerd vliegtuig dat in de omgeving neerstortte. De piloot wist met zijn parachute uit het toestel te komen en werd vervolgens door mensen uit het verzet geholpen. Hij werd verborgen en uiteindelijk verder richting de Belgische grens gebracht. Omdat in deze herinnering geen naam, datum of type vliegtuig wordt genoemd, is verdere identificatie nog onderwerp van onderzoek. Er zijn 4 geallieerde crashes bekend, maar geen daarvan is in de omgeving van Gellicum geweest.
Een veel concreter voorbeeld van het oorlogsgeweld was de inslag van een V1 op 4 februari 1945. Het projectiel kwam neer in de Gellicumse polder, bij de kruising van de Nijsteeg, Koorngraaf, Heulweg en Nieuwendijk. De woning van de familie De Bruin werd daarbij getroffen. Evert de Bruin kwam om het leven en Leentje de Bruin raakte zwaar gewond.

Evacués

In de laatste winter van de oorlog werd Gellicum bovendien geconfronteerd met een groot aantal evacués. Mensen uit gebieden waar de gevechten steeds dichterbij kwamen, zochten een veiliger plaats. Vanuit Varik kwamen gezinnen naar het dorp, soms na een lange tocht onder moeilijke omstandigheden. Huizen werden daardoor overvol. In één woning verbleven uiteindelijk negentien mensen, waaronder meerdere gezinnen met jonge kinderen én Duitse militairen.
De bevolking moest in die maanden dus niet alleen voor zichzelf zorgen. Er moest ook ruimte worden gemaakt voor vluchtelingen en evacués, terwijl voedsel steeds moeilijker verkrijgbaar was en de dreiging van de oorlog voortdurend aanwezig bleef.

De bevrijding

Gellicum behoorde tot de plaatsen die pas aan het einde van de oorlog werden bevrijd. Op 5 mei 1945 verschenen de eerste geallieerde voertuigen in het dorp. De bevolking begroette de bevrijders met vlaggen en grote opluchting. Na vijf jaar bezetting was de vrijheid teruggekeerd.
Die dag kwam ook het verhaal van de ondergedoken Joden aan het licht. Pastoor Terpstra maakte na de bevrijding bekend dat hij hen al die tijd in zijn pastorie verborgen had gehouden. Voor de inwoners die hiervan niet op de hoogte waren geweest, moet dat een bijzondere ontdekking zijn geweest.

Een dorp midden in de oorlog

De geschiedenis van Gellicum laat zien hoe de oorlog ook buiten de grote steden en bekende frontgebieden werd beleefd. Het waren niet alleen de militaire gebeurtenissen die het dagelijks leven bepaalden. Ook schaarste, razzia's, onderduikers, evacués, ingekwartierde soldaten en de voortdurende dreiging vanuit de lucht maakten deel uit van het leven in het dorp.
De herinneringen uit Gellicum geven daarmee een waardevol beeld van een dorpsgemeenschap die zich gedurende de oorlog steeds opnieuw moest aanpassen aan veranderende omstandigheden. Soms betekende dat vluchten of schuilen, soms het delen van voedsel en woonruimte en soms het nemen van grote risico's om anderen te helpen. Zo werd ook Gellicum onderdeel van het veel grotere verhaal van oorlog, bezetting, verzet en bevrijding in de Betuwe.

Bronnen: o.a. Vera van Bommel-Tomes(en), Het boek van Gellicum, hoofdstuk Oorlogsherinneringen 1940-1945, p. 50-56.
Terug naar de inhoud