NL-militairen in Culemborg
Gemeente Culemborg > Gesn. NL-militairen in Culemborg
Nederlandse troepen in Culemborg (1939–1940)
In Culemborg waren in de maanden voorafgaand aan de Duitse inval verschillende Nederlandse militaire eenheden gelegerd. De stad had een belangrijke strategische positie, met name vanwege de spoorbrug over de Lek.
Zo was onder meer aanwezig:
92e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs, behorend tot het 3e Legerkorps, 5e Divisie (Waal-Lingestelling). De eenheid was als volgt verdeeld:
92e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs, behorend tot het 3e Legerkorps, 5e Divisie (Waal-Lingestelling). De eenheid was als volgt verdeeld:
- 1e en 4e peloton: Geldermalsen
- 2e peloton: Culemborg (noordoever)
- 3e peloton: Culemborg (zuidoever)
Bron: onbekend
Huize De Bol
Voormobilisatie en opbouw van de verdediging
Tijdens de voormobilisatie, die begon op 29 augustus 1939, werd vanwege het strategisch belang van Culemborg gestart met de opstelling van luchtafweergeschut. Dit geschut werd onder meer geplaatst in neerklapbare schuurtjes bij huize De Bol aan de Beusichemsedijk, maar ook in de omgeving van de spoorbrug, het veer en op de Varkensmarkt.
De keuze voor deze locaties was niet toevallig. De spoorbrug was een cruciale verbinding en daarmee een mogelijk doelwit. Bovendien was bekend dat Duitse burgervliegtuigen, die tussen Keulen en Schiphol vlogen, mogelijk spionagemateriaal aan boord hadden om Nederlandse verdedigingsstellingen in kaart te brengen.
Culemborg veranderde in deze periode zichtbaar in een garnizoensplaats. Op verschillende locaties in de stad werden militairen ondergebracht:- de Fröbelschool aan de Goilberdingerstraat
- het RK-parochiehuis in de Grote Kerkstraat (3e Compagnie Pioniers -3CP).In de grote zaal hadden de soldaten hun slaapplaatsen. Het voorste gedeelte werd gebruikt als kantine.
- het speelterrein “De Doelen” (tentenkampen)
- het gebouw “Maria Regina” op de Varkensmarkt
- “De Trio” in de Binnenmolenstraat
- “De Imprimator” aan de Prijssestraat
De militaire staf werd ondergebracht in villa Sprokkelenburg aan de Dreef.
Daarnaast werden voorbereidingen getroffen voor medische opvang. Het Barbaraziekenhuis, het Seminarie en het Elisabethweeshuis zouden bij oorlog dienen als noodhospitalen. Er werden zelfs spoedcursussen georganiseerd voor hulpverlening, waaraan ook religieuze zusters deelnamen.
Het militaire leven kende ook ontspanning. Op 1 januari 1940 werden op de ijsbaan tegenover de metaalwarenfabriek Gispen te Culemborg, schaatswedstrijden gehouden voor de Nederlandse militairen, behorende tot het Kantonnement Regiment, gelegerd. te Culemborg. Hiervoor werden prijzen beschikbaar gesteld door de Burgercommissie C en 0. Aanvang der wedstrijden om 9.30 uur v.m. met wedstrijdrijden, in de namiddag stond schoonrijden op het programma. De militaire apotheker, de heer Jongebroer, kreeg de leiding.

Nederlands Luchtdoelgeschut
De eerste oorlogsdagen (10–13 mei 1940)
In de nacht van 9 op 10 mei 1940 was de Nederlandse luchtafweer in Culemborg al volledig paraat. De commandant bevond zich in zijn commandopost en volgde onafgebroken de luchtwachtberichten die vanaf ongeveer 01.30 uur werden uitgezonden door het Commando Luchtverdediging.
Op 10 mei begon de Duitse aanval. In de vroege ochtend scheerden Duitse vliegtuigen laag over de stad. Mitrailleurkogels ketsten over de straten en veroorzaakten schade aan huizen en daken. De bevolking zocht dekking in kelders en woningen.
De luchtafweer rond Culemborg, en met name bij De Bol, kreeg het zwaar te verduren. Vooral de wachtbarak van de 117e Batterij Luchtdoelartillerie werd een doelwit en werd doorzeefd met 2 cm granaten. Tussen 04.45 en 05.00 uur voerden vier Duitse Me-109 jachtvliegtuigen aanvallen uit op de stellingen, waarbij zes Nederlandse militairen gewond raakten.
Ook Duitse bommenwerpers (He-111) waren actief. Zij wierpen bommen af op onder meer Sprokkelenburg en langs de Lange Dreef, waarbij verschillende gebouwen schade opliepen.
Ondanks deze zware aanvallen slaagde de Nederlandse luchtafweer erin weerstand te bieden. Zowel op 10 als op 11 mei werden Duitse vliegtuigen neergeschoten. Eén toestel kwam neer bij Schalkwijk, een ander bij Houten. Ook later, op 14 mei, werd nog een Duitse Me-109 door de 9e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs uit de lucht gehaald.
Verliezen en gevechten rond De Bol
De gevechten rond huize De Bol waren bijzonder hevig. Hier bevonden zich meerdere luchtafweerbatterijen die een belangrijk doelwit vormden voor de Duitse luchtmacht.
Tijdens deze gevechten vielen er slachtoffers:
Op 12 mei 1940 sneuvelde een soldaat van de 116e Batterij Luchtdoelartillerie
Op 13 mei 1940 sneuvelden:
een soldaat van de 117e Batterij Luchtdoelartillerie
een soldaat van de 9e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs
Op de avond van 13 mei, toen de Nederlandse troepen zich voorbereidden op terugtrekking, werd de 117e Batterij opnieuw gebombardeerd. Daarbij kwam nog een militair om het leven.
Ondanks de intensiteit van de aanvallen bleef het aantal slachtoffers relatief beperkt, wat opmerkelijk is gezien de hevigheid van de beschietingen.
Terugtocht en situatie op 13 mei
Op 13 mei 1940 omstreeks 15.15 uur ontving kapitein Sperna Weiland bericht dat het Nederlandse veldleger zich in de komende nacht zou terugtrekken achter de Diefdijk. De luchtafweereenheden moesten zich daarop voorbereiden en marsvaardig worden gemaakt.
In de uren daarna werd de spanning verder opgevoerd. In de verte waren de branden van de gevechten bij de Grebbe- en Betuwelinie zichtbaar, terwijl het dreunen van artillerie voortdurend hoorbaar was. Tegelijkertijd bereikten verontrustende berichten de stad over terugtrekkende Nederlandse troepen uit de Peel-Raamstelling en de naderende Duitse opmars.
Culemborg bevond zich daarmee op de rand van het frontgebied.
Bruggen en verdediging
Omdat er bij Culemborg geen verkeersbrug aanwezig was, werd een pontonbrug aangelegd op ongeveer 200 meter van de spoorbrug. Deze brug werd in de eerste oorlogsdagen herhaaldelijk aangevallen door de Duitse luchtmacht.
Op 13 mei werd de pontonbrug uiteindelijk afgebroken. Daarna werd de spoorbrug gebruikt voor het overzetten van troepen.
Bij de bruggen vielen in totaal zes Nederlandse militairen als gevolg van Duitse luchtaanvallen. De meeste van hen behoorden tot de luchtafweerbatterijen die daar waren opgesteld.

Hospitaal en oorlogservaringen
Het Barbaraziekenhuis werd ingericht als Rode Kruis-hospitaal. Hier werden gewonde militairen verzorgd die afkomstig waren van onder meer de Grebbeberg en de Peellinie. In sommige gevallen werden gewonden met gevorderde V&D-vrachtwagens, met een in de haast opgeschilderd rood kruis, naar Utrecht vervoerd.
Een indringend detail uit deze periode is de binnenkomst van een omgekomen Duitse parachutist, wiens lichaam zwaar verminkt was door de val.
Nasleep en betekenis
Tijdens de korte maar hevige strijd bleek dat het Nederlandse leger, ondanks voorbereiding, kwetsbaar was voor luchtaanvallen. Tegelijkertijd werd duidelijk hoe belangrijk camouflage en spreiding van materieel waren.
Na de gevechten bleef in en rond Culemborg veel militair materieel achter, onder andere langs de Lange Dreef, het Rondeel, de Vier Dreven en in de Plantage.
Achteraf kan worden geconcludeerd dat Culemborg en Beusichem “door het oog van de naald” zijn gekropen. De stad lag op een strategische positie en werd zwaar aangevallen, maar bleef gespaard voor grootschalige verwoesting.
Klik hier voor een terugblik van negen maanden demobilisatie in Culemborg door Frank van Falckenoort van 3-111-13 Reg. Art.
Klik hier voor een sfeertekening van de demobilisatie in de Culemborgse Coiurant van 8 juni 1940