Asch- R.G. McDonell - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Asch- R.G. McDonell

Gemeente Buren > Gesn. geallieerde militairen > Gesn. Amerikanen
Crash Mustang P-51K – Robert Gerald "Jerry" McDonell
Asch, 5 april 1945

Op donderdag 5 april 1945 kwam de 21-jarige Amerikaanse 2nd Lieutenant Robert Gerald "Jerry" McDonell om het leven bij de crash van zijn North American P-51K Mustang in Asch, tegenwoordig onderdeel van de gemeente Buren.
Zijn Mustang stortte neer in een weiland dat tijdens de oorlog bekendstond als Den Dries, tegenover de toenmalige uitspanning De Strooppot, tegenwoordig restaurant De Kletskop. Het toestel raakte eerst enkele fruitbomen in de boomgaard van de familie Van Alphen, waarna het over het weiland schoof en met het landingsgestel in een wetering terechtkwam. De Mustang sloeg over de kop en viel uiteen.
Robert Gerald McDonell werd uit het toestel geslingerd en kwam daarbij om het leven.

Robert Gerald, die binnen de familie Jerry werd genoemd, werd geboren op 31 mei 1923 in High Springs, Florida. Hij was de vijfde van de zeven kinderen van Harry Gibbons McDonell (1882-1959) en Emily Lucinda Dunagan (1887-1984).

De ouders van Jerry waren Harry Gibbons McDonell (1882-1959) en Emily Lucinda Dunagan (1887-1984) en zij kregen de volgende kinderen:
• Edna Joyce (1909-1959), trouwde met Lloyd Russel Bullen  (1903-1965)
• ds. Harry Gibbons  (1911-1983), trouwde met Margaret Taylor (1918-2001)
• ds. Charles Durward (1916-1996), trouwde met Laura Wood Sale (1921-2006)
• Roger Wiliam (1920-2010), kapitein-piloot in het Amerikaans leger, trouwde met Eunice Latrelle Red
• Robert Gerald "Jerry" (1923 -1945)
• Warren Stone  (1925-2002), trouwde in 1955 met ?
• Mary Elizabeth "Beth" (*1934), was getrouwd met Donald Wade Love (1928-1983)



Het ouderlijk huis van Jerry aan de Northeast Ave te High Springs in Florida


Links Mary Beth, naast Jerry

De McDonells woonden op 120 Northeast First Avenue in High Springs. Het paarse huis staat nog steeds naast de High Springs Community Theater. Jerry liep vanaf daar naar High Springs High School, waar hij afstudeerde als salutatorian in 1941. Tijdens de middelbare school werd hij eens uitgeroepen tot Koning Mei op een lente festival dat werd gehouden in de Sinkhole (vert. afvoerputje) dat nu het High Springs Community Center wordt genoemd. Betty Chester, zijn klasgenoot, was zijn koningin.
Luell Everett uit High Springs, een van Jerry ‘s klasgenoten, herinnerde zich dat meisjes op school veel over hem praatten. Ze zei dat ze zich zijn vriendin Margie Franken herinnerde, die hij vaak achterop de bagagedrager van zijn felle rode fiets had meegenomen door High Springs, in de tijd dat de stad niet meer was dan een paar historische gebouwen aan Main Street.
Hij maakte ook afspraakjes in Gainesville, als hij tenminste de sleutels kon krijgen van de zwarte Chevrolet van zijn moeder, Emma Lou McDonell.
In de weekenden als hij niet uitging met zijn vriendin, was Jerry op de Santa Fe rivier te vinden. Vaak kampeerde hij dan enkele nachten met zijn vrienden op de oevers om stroomopwaarts te roeien.
Zijn zus Mary Beth herinnert zich een nog de nacht, dat ze wakker werd van haar moeders geschreeuw in de badkamer. Jerry en zijn vrienden waren teruggekomen van een van hun boottochten en hadden een meterlange alligator gevangen. Ze besloten de badkuip van de familie te gebruiken als tijdelijk onderkomen voor het beest.


Hier zien je Jerry, 3e rechtsboven, tijdens zijn opleiding in mei 1944 (Copyright foto J. Love)


   
Jerry maakte deel uit van 355 Fighter Group  / 354 Fighter Sqdr., de zogenaamde Bulldogs.

Naar de USAAF
In februari 1943 werd Jerry McDonell opgeroepen voor militaire dienst.
Hij werd opgeleid tot piloot en kwam uiteindelijk terecht bij de 355th Fighter Group van de Eighth Air Force. Binnen deze groep diende hij bij het 354th Fighter Squadron, dat de bijnaam "Bulldogs" droeg.
De 355th Fighter Group was op 12 november 1942 in de Verenigde Staten geactiveerd. De groep arriveerde in juli 1943 in Engeland en was aanvankelijk uitgerust met P-47 Thunderbolts. Later werden de P-47's vervangen door P-51 Mustangs. De eerste operationele missie van de groep vond plaats op 14 september 1943.
De groep was gestationeerd op RAF Steeple Morden in Cambridgeshire. Vanuit dit vliegveld voerden de Amerikaanse piloten escortemissies, jachtvluchten en aanvallen op Duitse doelen uit.


De 355th Fighter Group en Steeple Morden
Na zijn opleiding tot piloot kwam Jerry McDonell terecht bij de 355th Fighter Group van de Eighth Air Force. Binnen deze groep diende hij bij het 354th Fighter Squadron, dat de bijnaam "Bulldogs" droeg.
In de periode 1943-1945 was RAF Steeple Morden, ongeveer vijf kilometer ten westen van Royston in Cambridgeshire, de thuisbasis van deze Amerikaanse eenheid. Op 6 juli 1944 arriveerde de 355th Fighter Group op het vliegveld.
De eerste commandant van de 355th Fighter Group was Lt. Col. William J. Cummings. Onder zijn leiding bestond de groep uit drie operationele squadrons: het 354th Fighter Squadron, de Bulldogs, het 357th Fighter Squadron, de Dragons, en het 358th Fighter Squadron, de Angels.
Aanvankelijk vlogen de piloten van de 355th Fighter Group met P-47 Thunderbolts. Later werden deze vervangen door de snellere en voor langeafstandsmissies zeer geschikte P-51 Mustangs.
Steeple Morden was daarnaast de thuisbasis van de Second Scouting Force. Deze groep gespecialiseerde piloten vloog vóór de bommenwerperformaties uit en gaf via de radio informatie door over de posities van Duitse vliegtuigen en andere vijandelijke doelen. Hun werk was van groot belang voor de bescherming van de Amerikaanse bommenwerpers.
De 355th Fighter Group verwierf een grote reputatie door haar aanvallen op Duitse gronddoelen. De eenheid vernietigde een groot aantal Duitse vliegtuigen en andere doelen op de grond en kreeg daardoor de bijnaam "Steeple Morden Strafers". Ook tijdens D-Day werd de groep ingezet.

De 355th Fighter Group bleef tot het einde van de oorlog actief en vloog haar laatste gevechtsmissie op 25 april 1945. In juli 1945 vertrok de groep naar Gablingen in Duitsland, waar zij deel ging uitmaken van de Amerikaanse bezettingsmacht.
Na het vertrek van de 355th Fighter Group werd het vliegveld van Steeple Morden overgenomen door de 4th Fighter Group. Deze bleef er tot november 1945, waarna het vliegveld weer aan de RAF werd overgedragen. In september 1946 werd het vliegveld gesloten en teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren George Jarman, George Smyth en Bert Parrish.


Bron: www.steeplemorden.com


355TH FIGHTER GROUP
AND
SUPPORT UNITS
U S A A F
8TH AIR FORCE
ACTIVATED ORLANDO FL 12 NOV 42
ARRIVED UK 6 JUL 43
FIRST COMBAT MISSION 14 SEP 43
LAST COMBAT MISSION 25 APR 45
OVER 1500 E/A DAMAGED-DESTROYED
DISTINGUISHED UNIT CITATION 5 APR 44
OVER 2000 AMERICAN AIRMEN SERVED HERE
DEDICATED 12 MAY 1981'

Sinds 1981 staat op het voormalige vliegveld een indrukwekkend monument ter herinnering aan de 355th Fighter Group en de mannen die vanaf Steeple Morden hun gevechtsmissies uitvoerden.
Voor Jerry McDonell was Steeple Morden in 1945 de plaats van waaruit hij zijn laatste operationele vluchten maakte.




Mustang P-51D uit hetzelfde sqdn.
Jerry's Mustang
Op 5 april 1945 vloog McDonell met een North American P-51K-5-NT Mustang, serienummer 44-11759. Het toestel was eerder bekend onder de naam "My Baby Doll" en droeg de code WR-J. In de laatste periode van zijn operationele leven werd het toestel onder een andere code gebruikt.
Jerry behoorde tot het 354th Fighter Squadron, de "Bulldogs", van de 355th Fighter Group.


De laatste missie
Op donderdag 5 april 1945 voerde de 355th Fighter Group een missie uit waarbij Amerikaanse P-51's een formatie B-24 Liberator-bommenwerpers escorteerden naar Eger, in het toenmalige Tsjecho-Slowakije, nabij de Duitse grens.
Tijdens de terugvlucht kreeg Jerry motorproblemen. Hij moest zijn formatie verlaten en landde met zijn Mustang op de geallieerde noodlandingsbaan B-88 bij Heesch in Noord-Brabant om te tanken en het toestel weer in orde te brengen. Vreemd genoeg bleef hij niet in het inmiddels bevrijde Brabant. Hij steeg opnieuw op en probeerde noordwaarts terug te vliegen richting Engeland.
Rond 14.40 uur kwam hij boven het gebied van Buren opnieuw in moeilijkheden.



De laatste vlucht boven de Betuwe
McDonell probeerde met zijn beschadigde Mustang een noodlanding te maken in het weiland Den Dries in Asch, schuin tegenover café De Strooppot, tegenwoordig restaurant De Kletskop.
Tijdens zijn duikvlucht raakte het toestel eerst enkele toppen van fruitbomen in de boomgaard van de familie Van Alphen. Daarna kwam de Mustang in het weiland terecht. Het toestel schoof nog tientallen meters door en kwam met het landingsgestel in een wetering terecht. De P-51 sloeg over de kop en viel daarbij in tientallen stukken uiteen. Jerry werd uit het toestel geslingerd en kwam ongeveer vijftig meter van het wrak terecht. Hij was op slag dood.

Klik hier voor een beschrijving van een collega van Jerry over het gebeurde.

De crash gezien door een inwoner van Asch
De 90-jarige Adriaan van Hattem vertelde later over wat hij zag: "Ik was op weg naar mijn vriendin, toen ik dat vliegtuig boven het weiland zag aankomen. De motor maakte een haperend geluid en voordat ik het in de gaten had, boorde het zich met een enorme klap in die wetering."
Volgens Van Hattem vlogen de brokstukken over tientallen meters door de lucht. De piloot lag ongeveer vijftig meter van het toestel vandaan.
Na de crash werd het terrein vrijwel onmiddellijk afgegrendeld door tientallen toegesnelde en bewapende Duitse militairen en SS'ers, die in enkele grote boerderijen in de omgeving waren ondergebracht.

De berging van het wrak
De plaats van de crash bleef enige tijd gevaarlijk doordat er nog munitie in en rond het toestel aanwezig was.
Diezelfde middag werd de Beusichemse EHBO'er en Rode Kruis-medewerker de heer Van Alphen, op verzoek van de Duitse commandant Phillippi, naar de crashplaats gebracht. Hij verzamelde de delen van het stoffelijk overschot van Jerry en bracht deze in een matalen kistje over naar de Breedendamlaan in Beusichem.
Nadat de Duitse bewaking was opgeheven, zagen verschillende kinderen uit Asch en omgeving kans om bij het wrak op zoek te gaan naar souvenirs.
Een van hen bemachtigde een deel van een boordkanon en begroef dit in zijn achtertuin. Het deed daarna jarenlang dienst als breekijzer op een boerderij.


Deel van het boordkanon  

Een ander nam een gedeelte van een boordkanon mee naar huis en bewaarde dit ongeveer 65 jaar in zijn schuur. Deze inwoner uit IJzendoorn schonk het in mei 2010 aan de webmaster. In 2019 werd het in beheer gegeven aan het Tweede Wereldoorlogs- en vliegeniersmuseum Sky of Hope in Fort Asperen.


Armband van plexiglas cockpit                                                          Jurkje van Meta de Graaf dat is gemaakt van Jerry's parachute

Ook het plexiglas van de cockpit was zeer gewild. Het werd gebruikt als brandglas, maar ook om er armbanden van te maken. De heer Van Mourik uit Beusichem maakte van het cockpitglas van Jerry's Mustang een bijzondere slangenarmband.
Ook Jerry's parachute kreeg na de crash een tweede leven. Van de parachutestof werd kleding gemaakt. De in Asch geboren Meta de Graaf kreeg voor haar tweede verjaardag in 1947 een jurkje dat van de parachute van Jerry was gemaakt. Het kledingstuk vormt daarmee een bijzonder tastbare herinnering aan de jonge Amerikaanse piloot die hier in april 1945 om het leven kwam.

Vier hakenkruisen op de vleugel
Een tijdlang bleef er nog een stuk van de vleugel bij de crashplaats liggen. Op de vleugel stonden vier hakenkruisen geschilderd. Deze zouden erop wijzen dat met dit toestel vier Duitse vliegtuigen waren neergehaald. Of Jerry McDonell deze vier overwinningen zelf had behaald, is echter niet duidelijk. Daarom moet dit verhaal met enige voorzichtigheid worden weergegeven.

De begrafenis in Buren
Jerry McDonell werd een dag na de crash begraven op de Algemene Begraafplaats in Buren. Hij kreeg daar zijn laatste rustplaats naast de zeven graven van de bemanningsleden van een Engels vliegtuig dat in juni 1944 bij de Hennisdijk was neergestort.

Contact met de familie
Dhr. G.A. van Steenis, gemeenteklerk op het stadhuis van Buren en woonachtig in Erichem, ontfermde zich na de oorlog over het lot van Jerry.
Hij slaagde erin contact te leggen met de familie McDonell in High Springs, Florida. Er volgde een uitgebreide briefwisseling tussen Buren en de familie in Amerika. Van Steenis zette zich, met medewerking van de gemeente Buren, bovendien in om een bijzonder eerbetoon aan Jerry tot stand te brengen: er werd een tulp naar R.G. McDonell vernoemd. Deze tulp werd opgenomen in de bekende Classified List of Tulip Names.

Herbegraven in België
Op 11 maart 1946 werd Jerry McDonell op het Amerikaanse oorlogskerkhof te Neuville en Condroz in België herbegraven onder auspiciën van de Commanding OfficirSecond Field Headquarters, American Graves Registration Command, A.P.O.562, U.S. Army.
De familie wilde hem uiteindelijk echter terugbrengen naar zijn geboorteplaats. Begin september 1946 werden zijn stoffelijke resten daarom per schip naar de Verenigde Staten overgebracht. Zijn oudere broer Roger William McDonell, die tijdens de oorlog eveneens piloot in het Amerikaanse leger was en in Birma diende, kreeg de bijzondere taak de stoffelijke resten van zijn broer vanaf New York per trein naar High Springs Cemetery in High Springs te Florida te brengen.

De indrukwekkende grafsteen van Jerry op de begraafplaats in High Springs

Terug naar High Springs

Op 6 september 1946 om 18.30 uur vond in High Springs een plechtige herbegrafenisdienst plaats. Vrijwel alle inwoners van het kleine dorp waren daarbij aanwezig.
De dominee las een gebed voor dat Jerry tot aan zijn laatste vlucht bij zich droeg:
"I said to the man who stood at the gate of the years, 'Give me light that I may safely tread into the unknown.'"
Het gebed ging verder met de woorden:
"Go out into the darkness and put your hand into the hand of God."
Vervolgens zong het koor Jerry's favoriete hymne Crossing the bar. Na afloop van de ceremonie nam Roger de vlag van zijn broers kist, vouwde hem op eervolle wijze op en overhandigde, volgens Amerikaans gebruik, de Amerikaanse vlag aan zijn moeder. In een plaatselijke krant werd van deze ceremonie melding gemaakt.

Zijn onderscheidingen
Zover bekend heeft Jerry McDonell de volgende medailles en decoraties gekregen:
               

Air Medal                              Purple Heart                         Victory Medal

Bovendien nog:
Army Good Conduct Medal
American Campaign Medal
European Campaign Medal


Krantenartikel Extra Nieuws van mei 1984

In mei 1984 heeft een delegatie van de Amerikaanse Fighting Group Assosation een bezoek gebracht aan de crashsite in Asch. Bijna veertig jaar na de dood van Jerry werd daarmee opnieuw aandacht gevraagd voor de jonge Amerikaanse piloot die hier tijdens de laatste maanden van de oorlog om het leven was gekomen.





Richard van de Velde en rechts Meijns van Dijk (Bron foto's: R. van de Velde)

De plaquette voor Jerry McDonell
In augustus 2010 kreeg de webmaster van de heer Van Mourik, eigenaar van restaurant De Kletskop, de voormalige Strooppot, toestemming om een plaquette ter herinnering aan Jerry McDonell aan de muur van het restaurant te bevestigen.
Op 2 april 2011 werd deze plaquette onthuld door Meijns van Dijk, die als kind getuige was geweest van de crash.
Tijdens deze korte plechtigheid klonk op de achtergrond Jerry's favoriete hymne:
"Crossing the Bar".
Daarmee kreeg Jerry McDonell opnieuw een zichtbare plaats op de plek waar zijn laatste vlucht eindigde.

Een bezoek uit Amerika
In december 2024 bracht een neef van Jerry, John Love, samen met zijn vrouw voor het eerst een bezoek aan de crashplaats in Asch.
Bijna tachtig jaar na de crash stond daarmee opnieuw een familielid van Jerry op de plaats waar de jonge Amerikaanse piloot op 5 april 1945 zijn laatste vlucht beëindigde.
Voor de nabestaanden was het een bijzondere kennismaking met de plek waar hun familielid tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog om het leven kwam.
(Bron foto: R. van de Velde)
Terug naar de inhoud