Dhr. W.C. de Kruyf uit Ravenswaaij - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Dhr. W.C. de Kruyf uit Ravenswaaij

Gemeente Buren > Buiten de slachtofferslijst
Achternaam: Kruijf
Tussenvoegsels: de
Voornamen: Willem Cornelis
Voorletters: W.C.
Beroep: Veehoudersknecht, lid verzet    
Geboorteplaats: Ravenswaaij
Geboortedatum: 30-05-1922
Overlijdensplaats: Maarssen
Overlijdensdatum: 05-05-1945  
Begraafplaats: Gem. Begraafplaats te Maarssen
Gemeente: Maarssen    
Provincie: Utrecht     
Willem (Bron: Niod)

De ouders van Willem waren Cornelis de Kruijf (1895-? ) uit Leersum en Reintje Soede (1886-1953) uit Maarsseveen. Reintje was weduwe en had uit haar eerste huwelijk drie kinderen. Cornelis en Reintje trouwden in 1920 in Maurik. Willem werd in Ravenswaaij geboren, maar in 1925 verhuisde het gezin al naar de Westkanaaldijk 22 te Maarssen.
Nadat de geallieerden in Normandië geland waren, op 6 juli 1944, duurde het nog wel even eer de bevrijding van heel Nederland een feit was. Pas na de Hongerwinter, zagen de bevrijders in maart/april van het daarop volgende jaar kans om te trekken tot boven de grote rivieren. Op 5 mei 1945 werd weliswaar de capitulatie getekend, op 9 mei trokken de Canadezen pas Maarssen binnen. Die paar dagen verschil zorgden voor nog eens zeven slachtoffers, die feitelijk niet nodig geweest waren.

Wat zich in Westbroek afspeelde

Op 5 mei 1945 werd Nederland bevrijd. Maar voor Westbroek en omgeving gold dat nog niet. De Duitse troepen die daar gelegerd waren, weigerden zich over te geven aan de plaatselijke Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.). Toen zij merkten dat zij het moeilijk kregen, riepen ze telefonisch versterking op.
Die kwam al snel: ongeveer tweehonderd fanatieke Duitse parachutisten rukten op vanuit Bilthoven, ondersteund door zes pantserwagens. Via Achttienhoven trokken zij richting Westbroek.
De B.S. beschikten slechts over een klein aantal zwaarbewapende mannen. Tegen deze overmacht maakten zij eigenlijk geen kans. Toch gingen ze de strijd aan en openden het vuur. Zolang hun wapens het hielden, bleven ze standhouden. Twee van hen, Willem de Kruyf en Leendert van Dam, werden tijdens het gevecht dodelijk getroffen bij hun geschut en sneuvelden ter plekke.
Een andere strijder, Minne Bouma, werd gevangen genomen. De Duitsers zetten hem op een pantserwagen en gebruikten hem als levend schild tegen het vuur van zijn eigen kameraden. Nadat het verzet was gebroken, werd een burger gedwongen een graf te graven op een boerenerf.
Bouma moest met opgeheven handen toekijken. Toen het graf klaar was, probeerde een Duitse soldaat hem met een revolver te doden, maar het wapen weigerde meerdere keren. Uiteindelijk werd Bouma met een geweer doodgeschoten. Daarna werd zijn lichaam verminkt. De burger moest hem vervolgens begraven.
Na de gevechten volgde een razzia. Daarbij kwamen nog drie leden van de B.S. om het leven. Marinus van den Boom werd ontdekt in een boerenschuur. Omdat de Duitsers hem niet durfden te benaderen, schoten ze een pantservuist naar binnen. Hij werd dodelijk getroffen.
Hendrik Monten en Benno Jaarsma werden ’s avonds uit een woning gehaald, door het dorp gesleept en mishandeld. Toen ze niet meer konden lopen, werden ze bij het water neergezet en doodgeschoten.
Een groep van ongeveer dertig B.S.-ers en enkele dorpsnotabelen werd gevangengenomen en in de nacht naar Bilthoven afgevoerd. Daar werden ze op een speelplaats in een kring opgesteld, met in het midden een mitrailleur. Twee uur lang moesten ze zo blijven staan, in angst voor executie. Uiteindelijk werden ze overgebracht naar het Wolvenplein in Utrecht. Op 6 mei, in de middag, werden ze vrijgelaten.
Op de dag van de bevrijding verloren zes jonge mannen uit Westbroek en omgeving het leven.
Ondanks de grote overmacht gingen zij de strijd aan. Op het eerste gezicht verloren zij die strijd, maar in werkelijkheid streden zij voor de vrijheid.
Het was een korte en meedogenloze strijd, maar een strijd die zij met moed hebben gevoerd en die hun een blijvende plaats in de herinnering geeft.

Bron info: NIOD

De Historische Kring in Maarssen heeft een andere versie:
Op 5 mei hadden zich op de Hoge Brug (bij  Fort Maarsseveen) over het Amsterdam-Rijnkanaal in Maarssen enige mensen uit de Knokploeg en een paar mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten verzameld. Ze kwamen er toevallig enkele Duitse militairen tegen en dachten hen vreedzaam te kunnen ontmoeten. Het was immers vrede.....Later bleek dat de  Duitsers niet wisten dat de oorlog was afgelopen. De Duitsers begonnen echter te schieten en zo ontstond een gevecht, waarbij de volgende jonge Maarssenaren, tussen de 20 en 25 jaar sneuvelden: Willem Cornelis de Kruyf, Jacob van den Bosch, de Indische broers Alexander Constantijn en Paulus Theofilus Lindhout, Willem van der Kooij en Willy Henrica Hems. Voor hen werd een rij van, oorspronkelijk, vijf grafstenen geplaatst op de Algemene Begraafplaats aan de Straatweg, omarmd door een decoratieve muur waarop te lezen staat: "Zij vielen voor vrijheid en recht, Maarssen 5 mei 1945." Het zevende slachtoffer, Bertus Heus werd hier later bijgevoegd. Hij bleek na gevechten te zijn verdronken bij Fort Maarsseveen en werd enkele dagen na de begrafenis van 9 mei gevonden. Verzetsman Willem van der  Kooij ligt begraven bij de NH Dorpskerk in Maarssen, waar zijn vader dominee was en zijn moeder al begraven lag.
Klik hier voor gedetailleerde info
Terug naar de inhoud