Omgekomen Duitsers in Ophemert
Gemeente West Betuwe > Gesneuvelde Duitse militairen


Op de Algemene Begraafplaats in Ophemert bevinden zich twee Duitse oorlogsgraven. Dat is opmerkelijk, omdat de meeste Duitse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland omkwamen, na de oorlog zijn overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn, bij Venray. Hier liggen inmiddels ongeveer 32.000 oorlogsslachtoffers begraven. Het gaat voornamelijk om Duitse militairen, maar er bevinden zich ook graven van SS'ers, Nederlandse collaborateurs en vrijwilligers van de Wehrmacht.
Buiten Ysselsteyn zijn er in Nederland slechts enkele tientallen Duitse graven te vinden. Een bekend voorbeeld is Vorden, waar een graf ligt waarin tien Duitse militairen zijn begraven

Ophemert (Bron: Google Maps)
Midden op de Algemene Begraafplaats in Ophemert staan, bij een groot wit houten kruis, twee betonnen kruisjes met kleine bronzen naambordjes. De bordjes waren in de loop der jaren vrijwel onleesbaar geworden. Hoewel het graf wel werd onderhouden, maakte het geheel door de gebroken witte muurtegeltjes een wat rommelige indruk.
Na overleg met de zoon van de omgekomen Bruno Moskalik heeft de webmaster het graf kort voor Dodenherdenking in 2019 opgeknapt. De gebroken tegeltjes werden verwijderd, de bronzen naambordjes opgepoetst en de namen werden opnieuw leesbaar gemaakt.

Het eerste slachtoffer is Leutnant Günter Engelbert Heinrich Ahls. Hij werd op 9 december 1924 in Essen-Frintrop geboren en kwam op 29 september 1944 in Ophemert om het leven.
Ahls was ingedeeld bij de 1. Kompanie van het Festungs-Maschinengewehr-Bataillon 29 (Fest.MG.Btl. 29). Zijn veldpostnummer was 21895 B. Dit bataljon maakte deel uit van de Duitse troepen die na de gevechten in Zeeland opnieuw werden ingezet in het zuiden van Nederland.
De 712. Infanterie-Division, die op het eiland Walcheren zwaar was gedecimeerd, kreeg de Festungs-Maschinengewehr-Bataillone 14 en 29 toegewezen. Ook het I./AR 164 werd voor verversing toegewezen. De divisie moest vervolgens over drie regimenten worden verdeeld.
Bron informatie: R. Schoutissen, Stichting Oorlogsslachtoffers.
Onder de verantwoordelijkheid van het LXXXVIII. Armeekorps trok de divisie op 26 september 1944 naar de omgeving van het Brabantse Nistelrode. De Duitse verdediging in deze omgeving stond zwaar onder druk. De 712. Infanterie-Division moest de linie Middelrode–Nuland verdedigen, maar werd door de geallieerde opmars snel teruggedrongen. Daarom werd de 59. Infanterie-Division te hulp geroepen. Deze nam ook de verdediging van de linkerflank en van 's-Hertogenbosch over. Tegelijkertijd moest worden voorkomen dat het terugtrekkende Duitse 15. Armee bij de Scheldemonding werd afgesneden.
Op 29 september 1944 lag de 712. Infanterie-Division in de omgeving van 's-Hertogenbosch. De Duitse verdediging liep vervolgens vanuit dit gebied in de richting van de Waal. Het I./Grenadier-Regiment 745 bezette de Waalstellung, terwijl rond Hedel, Rossum en Heerewaarden onder andere de Artilleriegruppe Teichert en het SS-Regiment Delfs waren opgesteld. Verder oostwaarts liep de Duitse verdediging langs de Waal richting Ochten, waar het Festungs-MG-Bataillon 29 was ingezet.
De gebeurtenissen aan de Waal
Juist op 29 september 1944, de dag waarop Günter Ahls om het leven kwam, vonden gebeurtenissen plaats die mogelijk verband houden met zijn dood.
Volgens de beschikbare gegevens probeerde een boot met twaalf Duitse militairen van het Festungs-MG-Bataillon 29 de Waal over te steken. Dit gebeurde vermoedelijk in de omgeving van Beneden-Leeuwen. Militairen van de Prinses Irene Brigade, die aan de overzijde van de rivier waren opgesteld, beschoten het bootje. Het raakte lek en de meeste inzittenden zouden zijn verdronken.
Daarnaast vonden op dezelfde dag in het gebied rond Wamel en Dreumel gevechten plaats met leden van het verzet. Ook daarbij zou een Stosstrupp van het Festungs-MG-Bataillon 29 betrokken zijn geweest.
Het is opvallend dat Ahls juist op deze dag om het leven kwam. Hij behoorde tot de 1. Kompanie van het Fest.MG.Btl. 29, terwijl delen van dit bataljon langs de Waal waren ingezet. Het is daarom mogelijk dat Ahls tijdens de gevechten rond de Waal om het leven kwam en vervolgens naar Ophemert werd overgebracht. In Ophemert bevond zich een kleine Duitse verbandplaats en waren eveneens militairen van het Fest.MG.Btl. 29 aanwezig.
Een directe bron waaruit blijkt dat Ahls één van de militairen was die bij Beneden-Leeuwen verdronken, is echter nog niet gevonden. Ook zijn precieze doodsoorzaak en de plaats waar hij om het leven kwam, zijn daarom nog niet met zekerheid vastgesteld. Wat wel vaststaat, is dat Günter Ahls op 29 september 1944 in Ophemert werd begraven.
Bron: Rick, German Soldiers in the Netherlands.

Het woonhuis van de familie Ahls aan de Schlossstrasse 242 in Essen
Zijn familie
Günter Ahls was een zoon van Robert Heinrich Ahls (1895–1972) en Anna Kronen, geboren in 1898. Günter was hun enig kind. Het gezin woonde aan de Schlossstraße 242 in Essen-Bedingrade. Het huis werd tijdens de oorlog zwaar beschadigd door een bombardement en later opnieuw opgebouwd.
Achter in de tuin maakten de bewoners met materiaal uit het vernielde huis een noodwoning. Dit huisje staat er nog steeds en heeft tegenwoordig huisnummer 244.
De webmaster sprak in 2019 telefonisch met een 92-jarige buurvrouw van de ouders van Günter. Zij vertelde dat zijn ouders de rest van hun leven enorm veel verdriet hebben gehad om het verlies van hun enige kind.


Bronnen: R. Schoutissen, Stichting Oorlogsslachtoffers; Rick, German Soldiers in the Netherlands; eigen onderzoek.

Bruno MoskalikHet andere slachtoffer dat in dit gemeenschappelijke graf begraven ligt, is Obergefreiter Bruno Josef Moskalik, vergelijkbaar met de rang van korporaal.
Bruno werd geboren op 10 januari 1915 in Bochum en kwam volgens de gegevens op 26 oktober 1944 in Ophemert om het leven. Volgens Duitse documenten was hij echter al tien dagen eerder verdronken.
Hij behoorde tot de: 1./Festungs-Maschinengewehr-Bataillon 29.
Zijn ouders waren Josef Moskalik en Barbara Bialas. Zij trouwden in 1913 en woonden in Bochum-Weitmar aan de Holtingstrasse 14.

Bruno en zijn vrouw Marta (Bron: H.B. Moskalik)
Zijn gezin
Bruno trouwde op 21 juni 1940 in Rostock met Marta Ursula Elfriede Wonneberg, die in 2012 overleed.
Het echtpaar kreeg twee kinderen:
- Brigitte (1940-2016)
- Hans Bruno (1945-2026)
Bruno heeft zijn zoon nooit kunnen zien. Hij overleed vier maanden voordat Hans Bruno werd geboren.
De nachtelijke oversteek
Op 26 oktober 1944 stak een roeiboot met acht Duitse militairen aan boord 's nachts vanaf de Schoordijk de Waal over. De militairen moesten aan de overkant een verkenning uitvoeren.
Bij de boot werd geen wachtpost achtergelaten. Daardoor kon het verzet uit Dreumel de gelegenheid aangrijpen om boven de waterlijn een groot gat in de boot te maken.
Toen de Duitse patrouille terugkeerde, stapten de militairen nietsvermoedend weer in de boot. Halverwege de overtocht begon de boot vol te lopen en raakten de militairen te water. Slechts één van hen wist aan de verdrinkingsdood te ontsnappen. Hij werd op de boerderij Arentshof in Ophemert opgevangen en vervolgens naar een hospitaal gebracht.
Een andere versie van het verhaal
Jan Papo uit Zennewijnen vertelde een ander verhaal over deze gebeurtenis:
"Mijn van oorsprong Duitse tante woonde in Ophemert aan de binnenkant van de Schoordijk, bij de zgn. kil en zag op de vroege morgen een Duitse militair lopen over de uiterwaarden tussen de Waal en de kil. Hij viel voortdurend en maakte veel lawaai. 'Tante Trui' dacht dat hij dronken was. Toen hij haar bereikte, bleek dat hij erg overstuur was. Hij vertelde haar dat hij en zijn collega's onder bedreiging met een pistool door hun commandant zwaar bepakt in een roeiboot waren gedreven. Ze moesten naar de overkant naar het niemandsland in Heerewaarden. Toen ze bijna aan het einde van de krib waren, was de boot in een zgn. nering terecht gekomen. Door gebrek aan ervaring stroomde te veel van de te zwaar beladen boot binnen, die in een mum van tijd vol liep en zonk. Al zijn kameraden en de commandant verdronken."
Vermoedelijk behoorde Bruno Moskalik tot de zeven militairen die verdronken. Zijn lichaam werd later bij Zaltbommel gevonden.
Op zijn overlijdensakte uit Bochum staat als doodsoorzaak: "als Wasserleiche tot geborgen" (als lijk uit het water geborgen)
De aangewezen toezichthouder van zijn graf was manufacturier J. Stap van de Molenstraat 2 uit Ophemert. Hij ontstak op Allerzielen op de graven de lichten.


Het graf in Ophemert
De aangewezen toezichthouder van Bruno's graf was manufacturier J. Stap, die aan de Molenstraat 2 in Ophemert woonde. Op Allerzielen ontstak hij op de graven de lichten.
Waarom liggen zij nog steeds in Ophemert?
Beide militairen kwamen in het najaar van 1944 in Ophemert en omgeving om het leven.
Het Ministerie van Oorlog heeft na de oorlog geprobeerd hun stoffelijke overschotten, samen met die van een naamloze Duitse militair, over te brengen naar de grote Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn.
De ouders van beide militairen gaven hiervoor echter geen toestemming. Uiteindelijk ging het ministerie akkoord met hun wens en werden de stoffelijke resten niet overgebracht.
Daarom liggen Günter Ahls en Bruno Moskalik nog altijd naast elkaar begraven op de Algemene Begraafplaats in Ophemert.
Het graf vormt daarmee een bijzondere herinnering aan twee Duitse militairen die in de laatste maanden van 1944 in de strijd rond de Waal en de Betuwe om het leven kwamen.
Er is copyright op de foto's van Bruno. Met dank aan de familie Moskalik.