Zoelen J.P. Sedgwick - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Zoelen J.P. Sedgwick

Gemeente Buren > Gesn. geallieerde militairen > Gesn. Britten
Naam: James Philip Sedgwick
Initialen: J. P.
Nationaliteit: United Kingdom
Rang: Luitenant
Legernr.: 226412
Geboren: 19-03-1920
Overlijdensdatum: 10-03-1945
Regiment/Service: Rifle Brigade 8th (2nd Bn. The London Rifle Brigade) Bn.
Onderscheidingen: M C
Grafnr.: 1021.
Begraafplaats: Algemene Begraafplaats Zoelen


Jonge Jaren & Studie
James Philip Sedgwick werd op 19 september 1920 geboren in het kleine dorpje Whixley, ten westen van York. Hij kwam uit een gegoede familie; zijn vader, Harold James Sedgwick, was gepensioneerd advocaat, en zijn moeder heette Jane Kathleen Wilmoth-Smith. James had een oudere zus, Kathleen M., die in 1918 werd geboren.
In de jaren dertig zat James als kostschoolleerling op de gerenommeerde Charterhouse School in Godalming (Surrey). Na zijn middelbare school zette hij zijn studies voort aan de Universiteit van Cambridge. Zoals bij vele jonge intellectuelen en studenten uit zijn generatie werd zijn academische pad abrupt onderbroken door de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Vanwege zijn achtergrond en leiderschapskwaliteiten werd hij geselecteerd voor de officiersopleiding en ingedeeld bij het prestigieuze Britse regiment: de 8th Battalion, The Rifle Brigade.


8th (2nd Bn. The London Rifle Brigade) Bn

Dapperheid in Normandië: Het Military Cross
Een week na D-Day zette James met zijn eenheid voet aan wal in Normandië, waar hij al snel zijn vuurdoop beleefde tijdens de zware gevechten rond Caen. In Grentheville leidde hij zijn peloton in een gedurfde aanval op een Duitse Nebelwerfer-batterij (een zware raketwerper), waarbij hij en zijn mannen veel vijandelijke soldaten gevangen namen. Ondanks felle Duitse tegenaanvallen hield hij met koele blik stand en wist hij nog meer gevangenen te maken.
Voor deze heldhaftige actie en zijn uitzonderlijke leiderschap werd hij persoonlijk door veldmaarschalk Bernard Montgomery onderscheiden met het Military Cross (MC), een van de hoogste Britse militaire dapperheidsonderscheidingen voor officieren.

Het Waalfront & de laatste missie
Zijn eenheid achtervolgde de terugtrekkende Duitse troepen door Frankrijk, België en Nederland. In februari 1945 nam het bataljon de verdediging van het relatief rustige Waalfront over. Sedgwicks F-Company werd gelegerd in Wamel, waar zij samen met de Nederlandse Stoottroepen het bevrijde zuiden verdedigden tegen het 83e SS-Regiment aan de overzijde van de Waal.
In de nacht van 6 op 7 maart vertrok het 6e peloton met een bootje naar de overzijde, maar ze kwamen zonder vijandelijke tegenstand terug. Twee dagen later waagde het 7e peloton dezelfde oversteek met hetzelfde resultaat
In de nacht van 10 op 11 maart 1945 was het de beurt aan het 8e peloton onder leiding van de inmiddels 24-jarige luitenant Sedgwick om de rivier over te steken. Hun doel was "The Yellow House", een geel café aan de Echteldsedijk in Tiel, op slechts 350 meter van de Waaloever, om de Duitse verdediging te testen en gevangenen te maken.

De Tragedie in de Kleine Willemswaard
Rond half tien 's avonds op 10 maart 1945 werd er ingescheept in een stormboot voor de gevaarlijke oversteek van de Waal. De overtocht verliep onstuimig door de sterke stroming, waardoor ze iets verderop dan gepland de boot met enige moeite aan de kant moesten zien te krijgen en eruit sprongen om hun missie voort te zetten. Aan de overkant van de dijk lagen de Nederlandse SS'ers van het 83e SS-Regiment hen echter al op te wachten. Hun wacht had in de donkere nacht het silhouet van de naderende stormboot op het glinsterende water opgemerkt, waardoor iedereen in de Duitse gevechtsstelling op scherp stond.
De Britten bereikten ongezien de vermoedelijke landingsplaats, waar ze voorzichtig over de dam keken. Plotseling zagen de SS'ers een silhouet op de dam en werd er geschoten. Het silhouet viel neer, maar er kwam geen antwoord. Na een korte stilte werden er handgranaten gegooid en werd het vuur op de patrouille geopend. Toen de patrouilleleden naar het neergeschoten silhouet kropen, ontdekten ze dat het een gewonde soldaat betrof met een ernstige schotwond in zijn nek. Ondanks hun inspanningen om hem te helpen, overleed deze militair later in een nabijgelegen kasteel.
Terwijl de overige Britse soldaten de dam opklommen, ontdekte sergeant Elkington een draad, wat wees op een gevaarlijke boobytrap. Bijna op hetzelfde moment sloeg het lot definitief toe: luitenant James Philip Sedgwick werd zwaargewond neergeschoten door een kogel in zijn nek. Ondanks zijn ernstige verwondingen leek hij aanvankelijk nog te leven, maar de situatie was volstrekt kritiek.
Omdat handgranaten en moorddadig machinegeweervuur hen tot een haastige vlucht dwongen, gaf luitenant Mason het bevel tot terugtrekking. Het was onder die barre omstandigheden fysiek onmogelijk om Sedgwick mee te nemen in de overvolle boot zonder het leven van de overige patrouilleleden op het spel te zetten. Met pijn in het hart moesten zij hem achterlaten. Ze peddelden zo snel mogelijk terug naar de zuidduiker, terwijl alarmseinkogels de lucht in vlogen, en bereikten uiteindelijk veilig de oever in de buurt van Dreumel.

Bron: Google Maps

Later onderzoek wees uit dat Sedgwick de enige geallieerde gesneuvelde was op het toenmalige Tiels grondgebied. Zijn fatale moment speelde zich af bij de stenen dam in de Kleine Willemswaard aan de Echteldsedijk, een aangrijpende plek die symbool staat voor de bittere gevechten tijdens de laatste oorlogsmaanden. Sedgwick's lichaam werd aanvankelijk in een veldgraf (voortuin van woonhuis) begraven, maar na de capitulatie werd hij herbegraven op de Openbare Begraafplaats aan de Beemdsestraat in Zoelen, waar hij tot op de dag van vandaag nog steeds rust.

Bronnen: Tiel in oorlog en uit "Zoelen 1940-1945", een Betuws dorp in bange dagen van G. J. van Ommeren uit Zoelen.

Terug naar de inhoud