Gesn. Duitsers in Beesd
Gemeente West Betuwe > Gesneuvelde Duitse militairen
Lotgenoten in dezelfde vrachtwagen
In het najaar van 1944, tijdens de intensieve geallieerde luchtoperaties boven Nederland, bevonden Karl Paul en Josef Schon zich samen in één Duitse militaire vrachtwagen. Beiden dienden bij een Nachrichten-eenheid van de Wehrmacht en waren afkomstig uit Keulen, in de deelstaat Nordrhein-Westfalen.
Op 5 september 1944, in de omgeving van Beesd, werd hun voertuig getroffen tijdens een geallieerde luchtaanval. De vrachtwagen vloog in brand. Zowel Karl Paul als Josef Schon kwamen daarbij om het leven; zij verbrandden in het voertuig waarin zij samen zaten.
Voor hun families betekende dit het abrupte en definitieve einde van een echtgenoot en vader.
Voor hun families betekende dit het abrupte en definitieve einde van een echtgenoot en vader.
Hun achtergronden


Karl Paul Ottilie en Karl
Bron foto's: Fred Munckhof
Karl Paul, laatst woonachtig in Keulen-Deutz, was gehuwd met Ottilie Bold. Samen hadden zij een zoon, Gerhard. Buiten zijn militaire dienst hield Karl van dansen met zijn vrouw en rookte hij graag zijn pijp. Dit waren kleine, huiselijke gewoonten die scherp afsteken tegen het gewelddadige einde dat hem trof.

Bron bidprentje: Fred Munckhof
Josef Schon (geboren 7 november 1911 in Keulen) was Obergefreiter bij de Nachrichten-Abteilung van het LXXXVIII Armeekorps. Hij was getrouwd met Regina Gerharz en vader van Annemie.

Foto graf: Fred Munckhof
Eerste begrafenis en herbegraving
Hoewel zij omkwamen in de Betuwe, werden zij niet in de directe omgeving begraven. Beiden kregen aanvankelijk een rustplaats op de Tolsteegbegraafplaats in Utrecht.
In het kader van de naoorlogse concentratie van Duitse oorlogsdoden in Nederland werden zij op 12 januari 1948 herbegraven op de Deutscher Soldatenfriedhof in Ysselsteyn, gemeente Venray. Daar rusten zij samen in verzamelgraf CB-10-242, opnieuw verenigd in de dood, zoals zij op hun laatste dag ook samen waren.
In het kader van de naoorlogse concentratie van Duitse oorlogsdoden in Nederland werden zij op 12 januari 1948 herbegraven op de Deutscher Soldatenfriedhof in Ysselsteyn, gemeente Venray. Daar rusten zij samen in verzamelgraf CB-10-242, opnieuw verenigd in de dood, zoals zij op hun laatste dag ook samen waren.
Fritz Jacobs (1903–1944)
Foto graf: Fred MunckhofFritz Jacobs werd geboren op 16 maart 1903 in Tangerhütte, gelegen in het Landkreis Stendal in de Duitse deelstaat Sachsen-Anhalt.
In 1931 trad hij in het huwelijk in Angern-Rogätz, nabij Maagdenburg. Op 27 november 1935 werd hij vader van een zoon, eveneens Fritz geheten. Deze zoon overleed later, in 1974.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Fritz Jacobs bij een Luftwaffe-eenheid: Lw. Bau-Geräte-Zug 12/11-4 A (Feldpostnummer L 54967). Dergelijke bouw- en materieeleenheden waren belast met technische en logistieke werkzaamheden, waaronder aanleg, onderhoud en herstel van militaire infrastructuur.
Op 12 oktober 1944 kwam Fritz Jacobs op 41-jarige leeftijd om het leven door een gealieerde beschieting op Rijksweg no. 26 (de huidige A2) in de omgeving van Beesd. In deze periode was de Betuwe het toneel van zware gevechten en geallieerde luchtactiviteiten na Operatie Market Garden. Over de exacte omstandigheden van zijn overlijden zijn hier geen nadere bijzonderheden vermeld, maar zijn sterfdatum valt samen met die van Georg Kolb, wat wijst op een mogelijkzelfde oorlogsincident in dat gebied.
In eerste instantie is hij samen met Georg Kolb op de Algemene begraafplaats in Beesd begraven. In het kader van de naoorlogse concentratie van Duitse oorlogsdoden in Nederland werden zij op 1 april 1957 herbegraven op de Deutscher Soldatenfriedhof in Ysselsteyn, gemeente Venray. Daar rust Georg in grafnummer AL-5-119.
In zijn geboorteplaats wordt zijn naam blijvend herdacht. Hij wordt vermeld in een gedenkboek voor oorlogsslachtoffers uit Tangerhütte. Tevens bevindt zich op de plaatselijke begraafplaats een gedenkmuur en gedenksteen waarop zijn naam is opgenomen — een tastbare herinnering in de gemeenschap waar zijn leven begon. Klik hier.

Georg Kolb (1909-1944)
Georg Kolb werd geboren op 10 januari 1904 in Beilngries, gelegen in het Landkreis Eichstätt in de Duitse deelstaat Beieren. Hij was de zoon van Josef Kolb, van beroep metselaar, en Margaretha Kolb.
foto graf: Fred Munckhof
Bij een bevolkingsonderzoek in 1905 blijkt dat het gezin naast Georg nog drie kinderen telde: Josef, Cäcilia en Willibald. Vermoedelijk verhuisde de familie in de daaropvolgende jaren naar de nabijgelegen gemeente Kinding.
Georg groeide op in een ambachtelijk milieu, in een streek waar katholieke tradities en dorpsgemeenschap een belangrijke rol speelden.

Zijn naam wordt vandaag nog vermeld op de herdenkingstafel in Beilngries — een blijvende herinnering aan een dorpsgenoot die in de oorlog omkwam.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Georg bij de Infanterie-Ersatz-Bataillon 423, 4e Kompanie (Feldpostnummer 31236 A). Als Ersatz-eenheid was dit bataljon oorspronkelijk bedoeld voor opleiding en aanvulling van fronttroepen, maar in de loop van de oorlog werden dergelijke eenheden steeds vaker ook operationeel ingezet.
Op 12 oktober 1944 kwam Georg Kolb op 40-jarige leeftijd om het leven door een gealieerde beschieting op Rijksweg no. 26 (de huidige A2) in de omgeving van Beesd. In deze periode vonden in de Betuwe zware gevechten en luchtactiviteiten plaats in het kader van de geallieerde opmars na Operatie Market Garden. De exacte omstandigheden van zijn overlijden zijn niet nader vermeld, maar zijn dood valt midden in deze onrustige en gewelddadige fase van de oorlog in Nederland.
In eerste instantie is hij samen met Fritz Jacobs op de Algemene begraafplaats in Beesd begraven. In het kader van de naoorlogse concentratie van Duitse oorlogsdoden in Nederland werden zij op 1 april 1957 herbegraven op de Deutscher Soldatenfriedhof in Ysselsteyn, gemeente Venray. Daar rust Georg in grafnummer AL-5-118.
Informatie en beeldmateriaal uit Beilngries werden beschikbaar gesteld met dank aan mevrouw dr. D. Bartholme van het archief aldaar.
Een andere, nog niet opgespoorde, Duitse militair kwam op een heldhaftiger manier om het leven:

Huis aan de Parkweg, naast de begraafplaats, rond 1950 en de huidige sitautie. Bron G. de Kruijff

De kogelinslagen van de beschieting zijn nog steeds zichtbaar aan de voorzijde boven het raam van Huizekamp. Bron R. van de Velde
Duitsers in Beesd
In september 1944 kwamen er eigenlijk voor het eerst Duitsers in Beesd.
Op een dag verschenen er op verschillende straathoeken grote witte pijlen op de muren. Ze wezen allemaal in de richting van de Voorstraat in Beesd. Onder de pijlen stond telkens: 'Einheit Buchta'. 'Buchta' was een kapitein in het Duitse leger, de zogenaamde Ortscommandant, de plaatselijke commandant. Hij had zich met zijn manschappen gevestigd in de rooms-katholieke pastorie aan de Voorstraat. Een opvallend veilige keuze, want kerken werden in die tijd niet snel gebombardeerd.
Door het oprukken van de geallieerde legers in het zuiden van ons land werden er honderden Duitse soldaten in Beesd ingekwartierd. Iedere boerderij aan de Parkweg kreeg wel inkwartiering van een stuk of tien Duitsers. Zo ook de familie Piek. Een van de zoons heette Dirk. Hij trouwde later met Lies Kok (*1924) uit Wassenaar. 'Ik was toen twintig jaar', vertelt mevr. Piek-Kok. 'Ik herinner mij die oorlog nog heel goed. Wel dertien keer ben ik met de fiets van Wassenaar naar Beesd gereden. Wat ik toen onderweg allemaal heb meegemaakt is nauwelijks met een pen te beschrijven. Vooral bij het veer van Culemborg heb ik angstige uren doorgemaakt.'
Op een dag verschenen er op verschillende straathoeken grote witte pijlen op de muren. Ze wezen allemaal in de richting van de Voorstraat in Beesd. Onder de pijlen stond telkens: 'Einheit Buchta'. 'Buchta' was een kapitein in het Duitse leger, de zogenaamde Ortscommandant, de plaatselijke commandant. Hij had zich met zijn manschappen gevestigd in de rooms-katholieke pastorie aan de Voorstraat. Een opvallend veilige keuze, want kerken werden in die tijd niet snel gebombardeerd.
Door het oprukken van de geallieerde legers in het zuiden van ons land werden er honderden Duitse soldaten in Beesd ingekwartierd. Iedere boerderij aan de Parkweg kreeg wel inkwartiering van een stuk of tien Duitsers. Zo ook de familie Piek. Een van de zoons heette Dirk. Hij trouwde later met Lies Kok (*1924) uit Wassenaar. 'Ik was toen twintig jaar', vertelt mevr. Piek-Kok. 'Ik herinner mij die oorlog nog heel goed. Wel dertien keer ben ik met de fiets van Wassenaar naar Beesd gereden. Wat ik toen onderweg allemaal heb meegemaakt is nauwelijks met een pen te beschrijven. Vooral bij het veer van Culemborg heb ik angstige uren doorgemaakt.'

Bij de blauwe pijl staat huis Huizekamp
Mevr. Piek-Kok die op de Parkweg in Beesd woonde, is één verhaal in het bijzonder bijgebleven: "De Duitse soldaten die bij ons waren ingekwartierd gingen iedere morgen naar de kokswagen die bij Bouman aan de Parkweg stond. De meeste katholieke kinderen gingen dan ook 's morgens op pad om naar de kerk te gaan. Adriaan, de jongere broer van Dirk ging daar ook naartoe. Op datzelfde moment kwamen er geallieerde vliegtuigen over, die laag over de Parkweg heen kwamen en aanvallen uitvoerden op een aantal rijdende Duitse militaire vrachtwagens. Er was natuurlijk paniek en iedereen dook de greppel in. De kinderen wisten in het geheel niet wat er allemaal gebeurde. De 12-jarige Adriaan liep toen op de Parkweg, even voorbij de huidige begraafplaats. Een Duitse soldaat die bij ons ingekwartierd was en reeds een veilig heenkomen had gezocht, is toen de geheel overstuur zijnde Adriaan van de weg af gaan halen. Bij deze actie werd de soldaat echter geraakt en is even later aan zijn verwonding bezweken. Wij kenden deze soldaat, omdat hij bij ons was ingekwartierd. Hij was smid van beroep. Ik weet nog dat hij een foto liet zien waarop hij stond met een aantal knechten. Hij vertelde toen, dat al die knechten in de oorlog al waren omgekomen.'
(Bron: Oorlog achter het front van P. Penders en F. de Haas)

Betreffende huis aan de Parkweg in Beesd. Aan de overzijde lag toenmaals de zgn. Parkedel waar geschaatst werd.
Herinnering van ooggetuige An van Hazendonk-Vink (90)
Tijdens een gesprek met de webmaster in Beesd in maart 2026, vertelde de 90-jarige Ann Hazendonk-Vink over haar herinneringen aan de geallieerde beschieting waarbij een Duitse militair om het leven kwam en de jonge Adriaan Piek ternauwernood werd gered.
In december 1944 was Ann negen jaar oud. Het was winterachtig weer en er lag ijs in de sloten langs de Parkweg. Omdat zij geen echte schaatsen had, had haar vader houten latjes onder een paar oude schoenen bevestigd. Daarmee kon zij, net als andere kinderen uit de buurt, op het ijs schuiven en “schaatsen” op de zgn. Parkedel.
Op dat moment trok een Duitse militaire colonne door de Parkweg in Beesd. De voertuigen waren onderweg naar de grote weg richting de toenmalige rijksweg, die later onderdeel zou worden van de Rijksweg 2, tegenwoordig de A2.
Plotseling werd de colonne door geallieerde vliegtuigen beschoten. De kinderen op het ijs schrokken hevig. Ann herinnerde zich dat zij samen met andere kinderen onmiddellijk dekking zocht tegen de zijkant van een droge sloot langs de weg.
Volgens haar herinnering werd bij deze aanval inderdaad een Duitse militair dodelijk getroffen. In dezelfde beschieting zou de jonge Adriaan Piek zijn gered, doordat een Duitse soldaat zich over hem heen wierp om hem te beschermen. Dat laatste kon ze echter niet meer herinneren.
Ann wist wel dat er na de aanval nog lange tijd sporen van het geweld zichtbaar zijn. In een woning langs de Parkweg, waar destijds de familie Kroeze woonde, zitten nog steeds kogelgaten in de muur. (zie foto hierboven)
Analyse van deze laatste getuigenverklaring
Element uit het verhaal van mevr. Van Hazendonk-Vink wat het bevestigt of toevoegt:
Datum: december 1944. Past exact bij overlijdensdatum 14 december van Georg Welker (zie nr. 19 op deze webpagina).
Weer: Winterachtig, ijs op sloten. Bevestigt dat schaatsen mogelijk was; past bij vorstperiode rond 14 december 1944.
Uit algemene historische bronnen over de winter van 1944-1945 weten we:
- De winter van 1944-1945 was een van de koudste en zwaarste van de 20e eeuw in West-Europa.
- Eind november 1944 viel de eerste sneeuw, en begin december trad strenge vorst in.
- Rond 10-15 december 1944 was het in grote delen van Nederland vriezend weer, met temperaturen overdag vaak onder het vriespunt en 's nachts strengere vorst.
- De Rijn, Waal en Maas vroren plaatselijk dicht, wat strategische gevolgen had (geallieerden konden de rivieren niet oversteken, Duitsers versterkten hun verdediging).
Locatie: Parkweg in Beesd. Exact dezelfde locatie als in het verhaal van Adriaan Piek. De militaire colonne reed door de Parkweg richting de Rijksweg en dat betekent waarschijnlijk:
- de colonne uit Leerdam kwam
- door Beesd reed
- en de grote noord-zuidroute wilde bereiken.
Dat maakt de kans groot dat de aanval plaatsvond op het moment dat de colonne het dorp verliet richting de plaats waar voertuigen weer op Rijksweg kwamen.
Gebeurtenis: Beschieting van Duitse militaire colonne door geallieerde vliegtuigen. Bevestigt de toedracht.
Slachtoffer: Een Duitse militair dodelijk getroffen. Bevestigt dat er die dag een Duitse soldaat is omgekomen in Beesd.
Redding Adriaan Piek: Kan zij zich niet herinneren. Logisch, zij was 9 jaar en mogelijk in paniek. Haar verhaal sluit het verhaal van de redding niet uit, maar bevestigt wel de aanval en het dodelijke slachtoffer.
Sporen: Kogelgaten in muur woonhuis van toenamlige familie Kroeze. Materieel bewijs dat de aanval heeft plaatsgevonden.
De getuigenverklaring van mevrouw Van Hazendonk-Vink maakt het steeds waarschijnlijker dat:
- De luchtaanval op de Parkweg in Beesd daadwerkelijk heeft plaatsgevonden in december 1944.
- Hierbij een Duitse militair om het leven is gekomen.
- Georg Welker, overleden op 14 december 1944 in het lazaret van Geldermalsen, de sterkste kandidaat is om deze soldaat te zijn.
- De enige ontbrekende schakel is nu het definitieve bewijs dat Georg Welker daadwerkelijk in Beesd was op 14 december 1944 en dat hij smid was.
Dochter van Adriaan Piek
Joselyn Piek, een van de kinderen van Adriaan Piek in Canada, liet in maart 2026 weten dat zij zelf niet eerder van het voorval had gehoord. Nadat zij het aan haar broers en zus had gevraagd, bevestigde een van haar oudere broers dat het verhaal inderdaad klopte. Hij herinnerde zich dat hun vader ooit had verteld dat een jonge Duitse soldaat hem tijdens de oorlog had gered. Adriaan Piek hield geen dagboek bij; het verhaal is alleen mondeling binnen de familie overgeleverd.