Duitse militaire aanwezigheid
Gemeente Culemborg > Duitse militairen in Culemborg
Duitse militairen in Culemborg
Uitbouw van de Duitse militaire aanwezigheid
Na de Duitse
inval in mei 1940 ontwikkelde de regio tussen Culemborg, Geldermalsen en de
omliggende dorpen zich geleidelijk tot een gebied met duidelijke militaire
betekenis. In eerste instantie bestond de aanwezigheid uit oprukkende troepen
en tijdelijke stellingen, maar vanaf 1942–1943 werd het gebied structureel
ingericht voor langdurige bezetting en verdediging.
Een belangrijk
onderdeel hiervan was de vestiging van de Organisation Todt in het
Groot-Seminarie aan de Ridderstraat in Culemborg. Deze organisatie speelde een
centrale rol bij de aanleg van militaire infrastructuur. Onder haar leiding
werden schuilkelders, gevechtsbunkers en technische installaties aangelegd. De
werkzaamheden werden deels uitgevoerd door gevorderde arbeiders en stonden in
dienst van de Duitse luchtverdediging. In mei 1944 werd het hoofdkwartier
grotendeels naar Ommen verplaatst, wat samenhing met veranderende militaire
prioriteiten.
Culemborg: verdediging van de Lekbrug
Culemborg was
militair belangrijk vanwege de strategische spoorbrug. Volgens de
verzetsrapporten bevonden zich hier het laatste oorlogsjaar: “Naar schatting
totaal aanwezig 350 man. WH wit en geel.”
De brug werd zwaar bewaakt en: “De brug ligt klaar voor vernieling. Ontstekingen aan weerszijden aangebracht.” Daarnaast werkten Duitse pioniers aan versterking van de brug, zodat zwaar militair verkeer er gebruik van kon blijven maken.
In Culemborg bevonden zich diverse commandoposten en voorzieningen, waaronder:
De brug werd zwaar bewaakt en: “De brug ligt klaar voor vernieling. Ontstekingen aan weerszijden aangebracht.” Daarnaast werkten Duitse pioniers aan versterking van de brug, zodat zwaar militair verkeer er gebruik van kon blijven maken.
In Culemborg bevonden zich diverse commandoposten en voorzieningen, waaronder:
· een
Ortskommandantur op de Markt
· de Feldgendarmerie
· een
hoofdverbandplaats
· een
Truppenwerkstatt
Via
wegwijzerborden werden verschillende commandanten aangeduid, zoals Bauer,
Sommer, Fischer, Bachmann, Schram, Streicher en Resch. Dit wijst op een
complexe militaire organisatie.
Beusichem: kwartierplaats
In Beusichem
bevond zich een kleiner Duits garnizoen van ongeveer 130 Wehrmacht-militairen.
Het dorp diende vooral als kwartier- en bevoorradingsplaats. Het verzetsrapport
noemt onder meer:
· commandoposten
met de namen Christ, Runow en Rohrer
· een
Schreibstube onder leiding van Gläss
· een
Marketenderei (militaire kantine) Dit wijst op een ondersteunende rol binnen
het Duitse netwerk.
Buren: communicatiepost
In Buren bevond
zich een kleinere Duitse post van ongeveer 40 militairen. Opvallend is de
aanwezigheid van een grote zendinstallatie van de Marine-Verbindung. Volgens
het rapport had deze installatie een zendmast van 70 tot 80 meter hoog. De post
diende waarschijnlijk voor radioverbindingen tussen Duitse commandocentra.
Daarnaast bevond zich in Buren een hoofdverbandplaats waar gewonden van het Betuwefront werden verzorgd.
Daarnaast bevond zich in Buren een hoofdverbandplaats waar gewonden van het Betuwefront werden verzorgd.
Info o.a. van J. van Alphen