Oorlogs-herinneringen van Wim Derksen
Gemeente West Betuwe > Verzet rond Geldermalsen
Jeugdherinneringen van Wim Derksen in Geldermalsen in oorlogstijd
door Wim Derksen en bewerkt door de webmaster
Nog wat impressies
Zoals al aangegeven werden de beperkingen en de druk steeds groter. De rantsoenering breidde zich uit. ’s Nachts mocht men niet meer op straat – spertijd – en die tijd werd in de loop der jaren steeds langer. Er waren strenge verduisteringsregels: geen straatverlichting en ook uit de huizen mocht geen streepje licht komen of je kreeg een bekeuring. Zelfs de fietslampen werden zwart gemaakt op een strookje van ongeveer 6 x 2 centimeter na. Alsof de geallieerde nachtelijke vliegers hoog in de lucht zich op de fietslantaarn zouden kunnen oriënteren. Batterijen voor zaklampen waren er natuurlijk ook niet meer en uit die tijd dateert dan ook de knijpkat van Philips. Je kreeg onderweg en in de trein regelmatig controles, zowel van de Nederlandse politie als van vooral Duitse politie-eenheden.
Luchtoorlog en dreiging
De Duitse bombardementsvluchten op Londen en andere Engelse steden duurden voort tot in 1943. Daarnaast werd de Duitse luchtverdediging op de grond steeds belangrijker en voor de Britten en Amerikanen gevaarlijker. In augustus 1940 deed de RAF een eerste luchtaanval op Berlijn, als reactie op een eerdere aanval. Göring had beweerd dat als er ooit Engelse vliegtuigen boven Berlijn zouden komen, hij Müller zou heten. Vanaf 1941 namen de Engelse aanvallen op Duitsland toe, vooral ’s nachts. De Duitsers hielden hun nachtjagers paraat vanuit onder meer Soesterberg en Deelen. In Nederland zijn nog steeds vele oorlogssporen en resten van neergestorte vliegtuigen te vinden. Bij de RAF dienden veel vrijwilligers uit de dominions en uit bezette gebieden. De Amerikanen brachten met hun enorme industriële capaciteit een steeds grotere bijdrage, vooral vanaf eind 1941 toen de Verenigde Staten in de oorlog betrokken raakten. De bombardementen overdag werden door de Amerikanen uitgevoerd en ’s nachts door de RAF.
Het geluid van de overvliegende vliegtuigen was een vast onderdeel van het dagelijks leven. Vooral ’s nachts, als je in bed lag, hoorde je het zware gebrom dat soms uren aanhield. Elk bombardement bracht ons dichter bij de bevrijding, maar tegelijk betekende het ook gevaar. Nederlandse steden kregen het zwaar te verduren. Rotterdam was al vroeg getroffen, maar ook later waren er bombardementen op onder meer Amsterdam, Den Haag (Bezuidenhout), Enschede en Nijmegen. Daarbij vielen veel slachtoffers onder de burgerbevolking.
Pamfletten en propaganda
De Engelsen lagen aanvankelijk voor met hun ontwikkeling van radarapparatuur. De Duitsers probeerden dat te verstoren en maakten gebruik van tegenmaatregelen. In 1943 en 1944 werden door geallieerde vliegtuigen vaak strookjes aluminiumfolie uitgestrooid om de Duitse radar te misleiden. Daarnaast werden ook pamfletten en krantjes uitgeworpen. Dat waren kleine blaadjes, vaak dun papier, met nieuws, commentaar en boodschappen van de geallieerden. Ze werden op grote schaal verspreid en door de bevolking gretig gelezen, ondanks de risico’s. Het bezit ervan kon zware straffen opleveren.
De geallieerden probeerden via deze pamfletten de bevolking te informeren en te beïnvloeden. Ook werden er soms gecodeerde boodschappen in verwerkt, bedoeld voor het verzet. Voor veel mensen waren deze blaadjes een belangrijke bron van informatie, omdat de officiële berichtgeving sterk gekleurd was door de bezetter.
Reizen en beschietingen
Het reizen per trein werd steeds gevaarlijker. Treinen werden regelmatig beschoten door geallieerde vliegtuigen, omdat ze militaire doelen konden zijn. Als er luchtactiviteit was, werd op stations gewaarschuwd. De dienstleiding gaf via luidsprekers instructies, maar vaak was er weinig tijd om te reageren. Kogels van boordwapens sloegen soms dwars door de wagons. Het gaf een angstig gevoel als je in een trein zat die werd beschoten. Vooral wanneer vliegtuigen laag overkwamen, was de dreiging groot.
Bij het station in Geldermalsen waren in het begin van de oorlog ook schuilkelders gebouwd van beton. Die boden enige bescherming, maar zekerheid was er nooit. Soms moest je halsoverkop dekking zoeken. De spanning was voortdurend aanwezig.
Arbeitseinsatz en controles
Steeds meer mannen werden opgeroepen voor de Arbeitseinsatz. Wie probeerde daaraan te ontkomen, liep het risico opgepakt te worden. Er waren controles en razzia’s. Mensen werden van straat gehaald of uit huis opgehaald. Wie werd meegenomen, kon in een gevangenis of kamp terechtkomen, bijvoorbeeld in Amersfoort of Vught.
Ik herinner mij een gebeurtenis waarbij een man uit een trein sprong om te ontkomen. Hij werd achtervolgd door een politieagent. Iedereen in de trein zag het gebeuren. De man probeerde te vluchten, maar werd uiteindelijk neergeschoten. Dat maakte diepe indruk. Zulke gebeurtenissen lieten zien hoe gevaarlijk de situatie was.
Dolle Dinsdag en verwarring
Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, kwam het bericht dat Breda bevrijd was en dat de geallieerden snel oprukten. Er ontstond grote paniek onder NSB’ers en andere collaborateurs. Velen sloegen op de vlucht. Ook in Geldermalsen was dat merkbaar. Er heerste een gevoel dat de bevrijding nabij was. Maar die verwachting bleek te optimistisch. De oorlog duurde voort en de teleurstelling was groot.
V-wapens en luchtaanvallen
In die periode verschenen ook de V1 en later de V2. Deze wapens werden vooral op Engeland gericht, maar waren ook boven Nederland zichtbaar. Het geluid van een V1 was herkenbaar. Zolang de motor liep, wist je dat hij nog vloog. Als het geluid plotseling stopte, volgde meestal een explosie. Dat waren spannende momenten.
Geallieerde jagers probeerden de V1’s neer te halen. Soms gebeurde dat boven Nederland. Dat gaf weer nieuwe risico’s, omdat brokstukken naar beneden kwamen of omdat de bommen alsnog ontploften.
Dagelijks leven en schuilen
Ondanks alles ging het dagelijks leven door. We gingen, wanneer dat kon, naar school. Bij luchtalarm zochten we dekking, vaak in de kelder. Soms zaten we daar langere tijd. Het gaf een gevoel van veiligheid, maar de angst bleef. Vooral ’s nachts, als de vliegtuigen overkwamen, was het moeilijk om te slapen.
In de loop van 1943 en 1944 nam de activiteit in de lucht toe. Het leek soms alsof er geen einde aan kwam. De oorlog was overal om ons heen.
Slot
Deze jaren hebben een diepe indruk op mij gemaakt. De combinatie van angst, onzekerheid en hoop bepaalde het dagelijks leven. Tegelijkertijd probeerden mensen er het beste van te maken. De herinneringen aan die tijd zijn blijvend en geven een beeld van hoe het was om als kind op te groeien in een bezet land.