Oorlogsjaren in Asch
Gemeente Buren
De oorlog door de ogen van Willem Udo uit Asch
Interview in maart 2025 van Richard van de Velde en Huib Pelser met Wim Udo
Aan de keukentafel bij Willem Udo ontvouwt zich langzaam een jeugd die zich afspeelde in oorlogstijd. Hij was nog maar een klein jongetje toen de Duitsers in het dorp verschenen, drie of vier jaar oud, maar sommige beelden zijn hem zijn hele leven bijgebleven. Het zijn geen grote verhalen over veldslagen of strategie, maar juist de kleine, tastbare momenten die zich in en rond het huis afspeelden. Herinneringen die laten zien hoe de oorlog het dagelijks leven binnendrong. Wat hem als kind het meest opviel, waren de paarden. De Duitsers maakten er veel gebruik van, maar volgens Udo ontbrak het hen aan ervaring. “Ze konden nog geen paard inspannen,” zegt hij. Vanuit het huis keek hij toe hoe soldaten op het erf worstelden met de dieren. Het had iets fascinerends, maar ook iets onvoorspelbaars. Op een dag sloegen de paarden op hol. Ze renden het erf af en in de chaos die volgde, raakte een soldaat zwaar gewond toen hij met zijn hoofd tegen een tak terechtkwam. “Dat beeld ben ik nooit vergeten,” zegt Udo. Het is een herinnering die de onrust en het gevaar van die tijd in één moment samenvat.Een huis vol leven en onrust
Het ouderlijk huis van Udo was in de oorlogsjaren geen afgesloten plek meer. De deuren stonden vaak open en Duitse soldaten liepen er in en uit, soms zonder iets te zeggen. “Ze liepen gewoon door het huis heen,” herinnert hij zich. Het gebeurde dat ze bij de voordeur naar binnen kwamen en via de achterkant weer vertrokken. Soms waren ze zo moe dat ze halverwege bleven liggen. Op de trap bijvoorbeeld, waar ze in slaap vielen. Tegelijkertijd was het huis gevuld met geëvacueerden uit de omgeving. Mensen uit plaatsen als Echteld en IJzendoorn, die hun eigen huis hadden moeten verlaten, vonden er tijdelijk onderdak. Het huis zat vol met mensen, ieder met zijn eigen verhaal. Voor een kind betekende dat een leven waarin rust en overzicht ontbraken, maar waarin alles tegelijkertijd ook gewoon doorging.
Tussen dreiging en menselijkheid
De aanwezigheid van Duitse soldaten bracht spanning met zich mee. Er waren momenten waarop ze hun macht lieten gelden, bijvoorbeeld wanneer ze met een geweer op tafel sloegen en eten of drinken eisten. Dat maakte indruk. Tegelijkertijd waren er ook andere ervaringen. Udo herinnert zich hoe een Duitse soldaat ontroerd was bij de geboorte van zijn zusje in 1945. “Die stond te huilen,” vertelt hij. Zulke momenten lieten zien dat achter de uniformen ook gewone mensen schuilgingen. Het maakt zijn verhaal genuanceerd: niet alles was zwart of wit, en juist die tegenstrijdigheid is hem altijd bijgebleven.
Een crash in april 1945
Een gebeurtenis die diepe indruk maakte op het dorp, was de crash van een Amerikaans vliegtuig in april 1945. Het toestel kwam laag overvliegen, raakte boomtoppen en stortte neer in een watergang in de buurt. Daarbij explodeerde het. Brokstukken en resten lagen verspreid over het land. “Overal lag wat,” zegt Udo. Als kind werd hij er zoveel mogelijk bij weggehouden, maar de gebeurtenis liet een blijvende indruk achter. De verhalen gingen rond in het dorp en werden thuis vaak verteld. Dorpsbewoners moesten de stoffelijke resten van de piloot verzamelen, een aangrijpende taak die nog lang onderwerp van gesprek bleef. De crash maakte duidelijk dat de oorlog, ook in zijn laatste fase, nog altijd dichtbij en gevaarlijk was.
Overleven in een tijd van gebrek
De oorlog betekende ook schaarste. Volgens Udo was er “helemaal niets”. Boeren moesten inventief zijn om het hoofd boven water te houden. Er werd gesjoemeld met voorraden, goederen werden verborgen en controleurs soms omgekocht. Niet uit gemak, maar uit noodzaak. “Je moest wel,” zegt hij. Het is een nuchtere constatering die veel zegt over die tijd. Oordelen achteraf is gemakkelijk, maar in de omstandigheden van toen waren keuzes vaak beperkt. Het ging om overleven, voor jezelf en voor je gezin.
Leven met elkaar, ook na de oorlog
In een dorp als As kende iedereen elkaar. Dat gold ook in de oorlogsjaren. Mensen met verschillende overtuigingen leefden naast elkaar en bleven, ondanks alles, met elkaar in contact. Ook na de oorlog moest het gewone leven weer worden opgepakt. “Je moest weer verder met elkaar,” zegt Udo. Dat gold ook voor gevoelige onderwerpen, zoals relaties tussen Nederlandse vrouwen en Duitse soldaten. Hij spreekt er zonder oordeel over. De omstandigheden waren zwaar, en het is volgens hem niet eenvoudig om daar achteraf een oordeel over te vellen. “Wat zou je zelf doen?” vraagt hij.
Herinneringen die blijven, maar niet blijven beheersen
Hoewel Udo zijn herinneringen wil delen, voelt hij weinig behoefte om er voortdurend bij stil te staan. “Ik kijk liever vooruit dan terug,” zegt hij. Het is een houding die hem kenmerkt. Toch beseft hij dat de verhalen van zijn generatie steeds schaarser worden. Juist daarom is het belangrijk dat ze worden vastgelegd. Zijn herinneringen vormen geen groot historisch overzicht, maar een persoonlijk verhaal. Een verhaal van een kind dat de oorlog meemaakte van dichtbij, tussen het erf, de mensen in huis en de gebeurtenissen in de directe omgeving. In die persoonlijke blik schuilt de kracht. Het maakt de geschiedenis tastbaar en laat zien hoe oorlog doorwerkt in het leven van gewone mensen.