Zoelen- E.M. Albright
Gemeente Buren > Gesn. geallieerde militairen > Gesn. Amerikanen
Crash Thunderbolt P-47-D op 17 september 1944 tussen Buren-Zoelen

Deze Thunderbolt P-47-D crashte (zie serienr.!) Photo: USAAF
Edward Albright (coll. G. Dinning)Op 17 september 1944, de eerste dag van Operatie Market Garden, verongelukte de 28-jarige Amerikaanse 1st Lieutenant Edward Matthew Albright Jr. tijdens een noodlanding met zijn Republic P-47D Thunderbolt in een weiland tussen Buren en Zoelen. De crash vond plaats in de omgeving van de huidige Avezaathsesteeg, niet ver van de tijdens de oorlog bekende uitspanning Den Os.

Albright was piloot bij het 63rd Fighter Squadron van de 56th Fighter Group, Eighth Air Force, de beroemde Amerikaanse jachteenheid die bekendstond als "Zemke's Wolfpack". Zijn Thunderbolt had het serienummer 44-19786 en droeg de code UN-A. Het verlies is geregistreerd in Missing Air Crew Report (MACR) 8995.
De P-47 was een zwaarbewapende Amerikaanse jager die tijdens de oorlog veelvuldig werd ingezet voor grondaanvallen. De P-47D kon worden uitgerust met acht .50-inch mitrailleurs en bommen of raketten en was bijzonder geschikt voor aanvallen op Duitse grondtroepen, voertuigen, spoorlijnen en luchtafweerstellingen.

Ouderlijk huis in Norfolk (Google Maps)
Edward ("Eddie") Matthew Albright Jr. werd op 26 augustus 1916 in Norfolk, Virginia, geboren. Hij was enig kind van . Zijn vader was bloemist en was daarnaast secretaris-penningmeester van de Albright-Hopkins Flower Meelfabriek. Het gezin woonde aan 2614 Chesterfield Boulevard in Norfolk.
Edward bezocht de Maury High School en studeerde vervolgens twee jaar aan de Norfolk-afdeling van het College of William and Mary.
Voor zijn opleiding tot piloot kwam hij uiteindelijk in Alabama terecht. Daar trouwde hij op 3 december 1942 met Gladys Edith Brown (1921-2016) uit Flomaton, Alabama.Klik hier voor een brief van haar.
Eddie (coll. G. Dinning)Naar de Amerikaanse luchtmacht
Albright trad in juli 1942 in dienst bij de United States Army Air Forces (USAAF). Aanvankelijk was hij als instructeur werkzaam op Gunter Field in Alabama.
Zemke's Wolfpack
De missie van 17 september 1944

In juni 1944 werd hij overgeplaatst naar de 56th Fighter Group. Deze groep vloog met P-47 Thunderbolts en was onderdeel van de Eighth Air Force. De eenheid was inmiddels gestationeerd op RAF Boxted in Essex. Het 63rd Fighter Squadron was herkenbaar aan de codeletters UN.
Albright had tegen die tijd al aanzienlijke vliegervaring opgedaan. Hij was een ervaren gevechtspiloot en behaalde tijdens de oorlog ook een overwinning in een luchtgevecht. De Amerikaanse militaire registratie vermeldt dat hij één vijandelijk vliegtuig heeft neergeschoten.
Zemke's Wolfpack
De 56th Fighter Group was een van de bekendste Amerikaanse jachteenheden in Europa. De bijnaam "Zemke's Wolfpack" verwees naar kolonel Hubert "Hub" Zemke, die de groep in de eerste jaren van haar operationele bestaan leidde.
Op 17 september 1944 was Zemke echter niet meer de commandant van de groep. De bijnaam bleef wel verbonden aan de 56th Fighter Group.
Het 63rd Fighter Squadron stond op dat moment onder bevel van Major Harold E. Comstock, die van 19 juli 1944 tot januari 1945 squadroncommandant was.
De missie van 17 september 1944
Op zondag 17 september 1944 begon Operatie Market Garden. Terwijl duizenden Amerikaanse en Britse parachutisten en zweefvliegtuigen onderweg waren naar de Nederlandse luchtlandingsgebieden, kregen geallieerde jachteenheden opdracht de grondoperatie te ondersteunen.
De P-47's van de 56th Fighter Group werden onder meer ingezet tegen Duitse grondtroepen, voertuigen, spoorwegverbindingen en luchtafweerstellingen.
Albright vloog die dag met zijn P-47D-28-RE Thunderbolt, serienummer 44-19786, UN-A. Het toestel wordt in de beschikbare verliesgegevens gekoppeld aan MACR 8995 en aan het verlies bij Zoelen. Een gespecialiseerde P-47-database noemt Flak als oorzaak van het verloren gaan van het toestel.
Volgens de gegevens uit het onderzoek en de lokale getuigenverklaringen werd de Thunderbolt tijdens de missie door Duits afweervuur beschadigd. Een Amerikaanse registratie noemt overigens een motorstoring als oorzaak. Omdat de Nederlandse getuigen juist melding maken van een aangeschoten vliegtuig en schade aan de brandstofvoorziening, is het verstandig de precieze oorzaak niet stelliger te formuleren dan de bronnen toelaten.
De laatste vlucht
De missie van Albright voerde hem en zijn collega's onder meer over Amersfoort en Leersum, waar Duitse doelen werden aangevallen. Vervolgens werd in de omgeving van Ede een locomotief met twaalf wagons aangevallen. Daarna ging de vlucht via het vliegveld Soesterberg en Rotterdam terug in de richting van Engeland. Tijdens deze missie raakte Albrights Thunderbolt beschadigd. Zijn wingman, 1st Lieutenant Frank Ogden, zag het toestel van Albright tijdens de vlucht verdwijnen in een wolkenformatie. Aanvankelijk werd Albright als Killed in Action opgegeven.
Op de grond ontwikkelde zich ondertussen een ander verhaal.
Op de grond ontwikkelde zich ondertussen een ander verhaal.
De laatste getuigen
Peter van Malsen, geboren in 1934 en destijds woonachtig met zijn ouders aan de Veldweg bij het Amsterdam-Rijnkanaal bij Rijswijk, vertelde later:
"Ik woonde toen met mijn ouders op de Veldweg, vlakbij het Amsterdam-Rijnkanaal. Ik hoorde schieten en ik liep naar buiten en zag die Amerikaanse jager met sputterende motor op vijftig meter hoogte over ons huis vliegen, richting Zoelense Veld. Ik kon de piloot zelfs zien zitten."
Ook Piet Hofman, geboren in 1930, was getuige van de laatste minuten van de vlucht. Zijn ouderlijk huis was de villa La Vita Nuova, even buiten Buren in de richting van Tiel. Zijn vader en hij hoorden het Duitse afweergeschut bij Wijk bij Duurstede en gingen naar boven om met een verrekijker het aangeschoten vliegtuig te volgen.
Volgens Hofman zagen zij de piloot zelfs uit de cockpit komen om te proberen een beschadigde brandstofleiding te dichten. Het vliegtuig verloor echter snel hoogte.




De pijl wijst naar de woorden Den Os op de gevel van deze boerderij aan de Avezaathsesteeg. Op deze plaats stond in de oorlogsjaren nog de uitspanning Den Os. Zo'n 300 meter hier tegenover, ongeveer bij de pijl, richting Burensedijk, stortte op 17 september 1944 de Thunderbolt neer. Door een ruilverkaveling in de zestiger jaren is de bewuste dwarssloot verdwenen.


Rood kruis=crashplaats
De crash bij Den Os
De Thunderbolt kwam uiteindelijk neer in een weiland bij de toenmalige uitspanning Den Os aan de Avezaathsesteeg.
Bij de landing kwam het toestel in een sloot terecht. Het landingsgestel raakte de slootkant, waarna de Thunderbolt over de kop sloeg.
Albright kwam daarbij onder zijn eigen vliegtuig terecht en overleed.
Volgens een in het Burense gemeentearchief bewaard proces-verbaal werd hij door toegesnelde omstanders onder het toestel vandaan gehaald en onder een vleugel gelegd.
Piet Hofman herinnerde zich dat zijn vader en hij na de crash naar het toestel fietsten. Zij hadden zelfs een regenjas meegenomen om de piloot, indien nodig, tegen het zicht van anderen te kunnen afschermen. Bij hun aankomst bleek Albright echter al te zijn overleden. Zijn gezicht was volgens Hofman gelig verkleurd.

Zijn naamplaatje
De vliegkaart
Een bijzonder document werd door de vader van Piet Hofman veiliggesteld: de vliegkaart van Albright.
De kaart was bevlekt met olie en droeg de afdrukken van de vingers van de piloot. Ook andere persoonlijke bezittingen werden door omstanders verzameld. De vliegkaart en een militair boekje werden later naar het adres gestuurd dat daarin stond vermeld. De familie stuurde de kaart uiteindelijk terug naar de afzender in Nederland, zodat deze als herinnering kon worden bewaard.
Dit soort persoonlijke documenten zijn tegenwoordig bijzonder waardevol, omdat zij een directe verbinding vormen tussen de Amerikaanse piloot en de mensen die zijn laatste momenten in Nederland meemaakten.
De berging van het vliegtuig
Toen de getuigen de crashplaats verlieten, werd het wrak volgens de herinneringen van Piet Hofman door andere Amerikaanse jagers afgeschermd. Daarmee werd voorkomen dat Duitse militairen bij het vliegtuig konden komen.
De situatie bleef gevaarlijk. Rond de crashplaats werd met mitrailleurs geschoten.
Na een vlaggensein van de vader van Hofman konden de jongens uiteindelijk veilig naar huis fietsen.
Ook leden van de ondergrondse uit Zoelen kwamen bij het wrak. Zij namen onder andere de nog aanwezige munitie mee. Later werden ook onderdelen van het vliegtuig verwijderd. Het wrak bleef echter nog maanden aan de Avezaathsesteeg liggen en werd geleidelijk door de plaatselijke jeugd verder gestript.
De begrafenis in Zoelen
Het stoffelijk overschot van Albright werd de volgende middag overgebracht naar de kapel op de begraafplaats in Zoelen. Omdat op dat moment de eerste dagen van Operatie Market Garden nog volop aan de gang waren en er aanvankelijk hoop bestond dat de geallieerden snel verder Nederland in zouden trekken, werd met de definitieve begrafenis gewacht.
Toen duidelijk werd dat de bevrijding van Midden-Nederland langer op zich zou laten wachten, werd Edward Albright op 23 september 1944 begraven op de nieuwe begraafplaats aan de Beemdsestraat in Zoelen. Bij de plechtigheid waren onder anderen aanwezig dominee Israëls, de burgemeester van Zoelen, gemeentesecretaris Vermeulen en enkele politieagenten.
Zo werd de Amerikaanse piloot, die duizenden kilometers van zijn vaderland vandaan om het leven was gekomen, door inwoners van Zoelen begraven.
Van Zoelen naar Amerika
In oktober 1946 werd het stoffelijk overschot van Albright overgebracht naar het Amerikaanse oorlogskerkhof in Neuville, nabij Luik in België. Zijn ouders wilden hem uiteindelijk echter terugbrengen naar zijn geboorteplaats. Op 14 mei 1949 werden zijn stoffelijke resten daarom naar de Verenigde Staten overgebracht.


Bron graf: Billion Graves
Een dag later werd Edward Matthew Albright Jr. opnieuw begraven, nu op Elmwood Cemetery in Norfolk, Virginia, zijn geboortestad. Daar ligt hij nog altijd begraven.
Zijn onderscheidingen
Edward Albright werd voor zijn militaire dienst onderscheiden met onder meer de Silver Star. Deze onderscheiding werd hem postuum toegekend door Headquarters, Eighth Air Force, General Orders No. 501 van 28 september 1944. In de officiële registratie wordt hij genoemd als First Lieutenant van het 63rd Fighter Squadron, 56th Fighter Group.
Daarnaast wordt hij in de Amerikaanse militaire gegevens genoemd als ontvanger van onder andere de Distinguished Flying Cross, Air Medal en Purple Heart.
De Silver Star werd postuum toegekend voor zijn optreden tijdens gevechtsoperaties in het Europese oorlogstoneel. De officiële registratie vermeldt daarbij zijn "gallantry in action" en zijn toewijding aan zijn militaire taak.
De zoektocht naar zijn familie
In 2013 begon ik als webmaster van deze website met een zoektocht naar familieleden van Edward Albright. Na een digitale speurtocht van enkele maanden door de Verenigde Staten lukte het uiteindelijk om telefonisch contact te krijgen met Gladys Edith Albright, de weduwe van Eddie. Ze was op dat moment 90 jaar oud en woonde nog steeds in de zuidelijke staat Alabama. Gladys was enorm verrast dat iemand uit Nederland erin was geslaagd haar na zoveel jaren op te sporen. Voor haar betekende het telefoongesprek dat er na tientallen jaren opnieuw nieuws kwam over haar eerste grote liefde.
Ze vertelde dat Eddie dol was op accordeon spelen en dat hij vanuit zijn basis in Engeland regelmatig, volgens haar herinnering zelfs iedere dag, een brief naar haar stuurde. Toen de brieven plotseling uitbleven, begon ze te vermoeden dat er iets was gebeurd.
Pas in 1946 kreeg zij officieel van de Amerikaanse regering te horen dat Eddie in Nederland was omgekomen. Waar precies, wist zij niet. Ook over de omstandigheden van zijn dood had zij nauwelijks informatie gekregen.
Voor Gladys moet het daarom bijzonder zijn geweest om ruim zestig jaar later te horen waar haar eerste echtgenoot zijn laatste vlucht had beëindigd.
Op 11 oktober 1947 hertrouwde Gladys in Flomaton met de bekende advocaat Woodford Wyndham Dinning (1916-2000). Zij kregen drie kinderen.
Gladys overleed in 2016.
Edward Albright wordt herinnerd
Edward Matthew Albright Jr. was 28 jaar toen zijn Thunderbolt bij Zoelen neerstortte. Hij was een ervaren Amerikaanse jachtvlieger, had al een overwinning in de lucht op zijn naam staan en vloog op 17 september 1944 mee in de eerste grote geallieerde luchtlandingsoperatie boven Nederland.
Zijn laatste vlucht eindigde niet ver van Buren, op een plek die voor de bewoners van Zoelen en Buren een onbekend stukje oorlogsgeschiedenis was.
Dankzij de getuigenissen van mensen als Peter van Malsen en Piet Hofman, het bewaard gebleven proces-verbaal en de persoonlijke bezittingen van de piloot kan zijn laatste vlucht tegenwoordig vrij nauwkeurig worden gereconstrueerd.
En dankzij de zoektocht naar zijn familie kreeg het verhaal in 2013 opnieuw een persoonlijk gezicht.
56 Fighter Group embleemHet Sqdn. werd opgericht op 15 januari 1941 in AAB Savannah in de USA. Hierna verhuisden ze in mei 1941 naar AAB Charlotte in North Carolina. Ze waren toen uitgerust met een klein aantal Bell P-39 en P-40 vliegtuigen. Hierna volgde in december 1941 een intensieve training op MAP Charleston in South Carolina en van januari tot juni 1942 op vliegvelden in New York. Hier vlogen ze patrouilles voor de luchtverdediging. Uitverkoren om met de nieuwe P-47B te trainen, kregen ze het eerste vliegtuig in juni 1942. De groep verhuisde vervolgens op 7 juli 1942 naar MAP Bridgeport in Connecticut om verder te testen en te trainen met de eerste P-47. In december 1942 kregen ze te horen dat ze werden ingezet aan het front in Europa en voeren ze op 6 januari 1943 met de Queen Elizabeth naar Gourock, in Schotland waar ze op op 11 januari 1943 arriveerden.
De 56e sqdr. trainde eerst enkele weken, voordat het actief aan de strijd deelnam in het gebied rondom Saint-Omer op 13 april 1943. Het squadron was ook betrokken bij missies tijdens de invasie van Normandië in juni 1944. Zij ondersteunden o.a. de geallieerde strijdkrachten bij de doorbraak bij St Lo in juli 1944. Ook namen ze deel aan aan de zgn. Battle of the Bulge van december 1944 tot januari 1945. Zij leverde ook hun bijdrage aan de luchtverdediging van het bruggenhoofd bij Remagen in maart 1945.
De commandant van de 61e Fighter Squadron, Luitenant-kolonel Francis Gabreski, vernietigde 28 vijandelijke vliegtuigen, een ongeëvenaard record voor een Amerikaanse gevechtspiloot in Europa. Op 20 juli 1944 maakte Gabreski met zijn P-47 Thunderbolt een buiklanding, na beschietingen van een Duits vliegveld in de buurt van Koblenz. Nadat hij zich vijf dagen lang had schuil gehouden werd hij uiteindelijk toch gearresteerd door de Duitsers en begroet met de woorden: 'Hallo Gabby, we hebben lang op je gewacht!"
Het sguadron had haar laatste gevechstmissie op 21 april 1945. De 56e bleef in Engeland tot oktober 1945, waarna zij terugkeerde naar Camp Kilmer in New Jersey. Het werd gedemobiliseerd op 18 oktober 1945.
Met 647 luchtoverwinningen stond de unit in haar categorie aan de top van de 8e Air Force en eindigde ze tweede achter de 4e Fighter Group v.w.b. gecombineerde lucht- en grondoverwinningen. De groep eindigde met een gemiddelde van acht op een overledene.
Squadrons van deze 56 Fighter Group:
61e Fighter Squadron: HV
62e Fighter Squadron: LM
63e Fighter Squadron: VN
Toegevoegd aan de 8e AAF op 12 januari 1943
Wing / Command Opdracht
VIII FC 12 januari 1943
FC VIII, 4 ADW 30 juni 1943
FC VIII, 65 FW 7 augustus 1943
2 BD, 65 FW 15 september 1944
2 AD, 65 FW 1 januari 1945
Gevechtsvliegtuigen:
P-47C 5 februari 1943 tot april 1943
P-47D januari 1943 tot maart 1945
P-47M januari 1945 tot september 1945

Halesworth airport in WOII (Thanks to Buzz Took)
Vliegvelden
Kings Cliffe 13 januari 1943-5 april 1943
Horsham St. Faith 5 april 1943 aan 8 juli 1943
Halesworth 8 juli 1943-18 april 1944
Boxted 18 april 1944-9 september 1945
Little Walden 9 september 1945-10 oktober 1945
Groepscommandanten:
Col Hubert Zemke 1 september 1942-30 oktober 1943
Col Robert B. Landry 30 oktober 1943-11 januari 1944
Col Hubert Zemke 19 januari 1944-12 augustus 1944
Col David C. Schilling, 12 augustus 1944-27 januari 1945
Luitenant-kolonel Lucian A. Dade Jr 27 januari 1945 tot augustus 1945
Luitenant-kolonel Donald D. Renwick augustus 1945 tot oktober 1945
Eerste missie: 13 april 1943
Laatste missie: 21 april 1945
Totaal aantal missies: 447
Vermiste vliegtuigen MIA: 128
Claims: In de lucht: 674. Aan de grond: 311.
Eervolle vermeldingen:
Twee belangrijke vermeldingen:
20 februari 1944-9 maart 1944: 98 vijandelijke vliegtuigen vernietigd
18 september 1944: ondersteuning van luchtlandingstroepen in operatie Market-Garden
Bijzonderheden van deze eenheid:
- Heeft meer vijandelijke vliegtuigen vernietigd dan alle andere 8e AF Fighter Group.
- Had meer zgn. 'azen' dan alle andere Fighter Group.
- De top azen: Francis Gabreski en Robert Johnson vlogen beide bij de 56e Fighter Group.
- Vlogen als eerste USAAF-groep met de Thunderbolt P-47.
- Alleen de 8AF Groep vloog de gehele oorlog met de Thunderbolt P-47.

Een plaquette nabij het museum van Halesworth vliegveld