Crash Whitley nabij Maurik 1941
Gemeente Buren > Gecrashte geallieerde vliegtuigen
De crash van een Armstrong Whitworth Whitley Z6866 (DY-N) bij Maurik, 26 juli 1941

Een Armstrong Whitworth Whitley-bommenwerper van de Royal Air Force in vlucht, circa 1940 (Bron: RAF, rechtenvrij)
In de nacht van 25 op 26 juli 1941 stortte een Britse Armstrong Whitworth Whitley bommenwerper neer bij Maurik in de Gelderse Betuwe. Het toestel was onderweg terug van een bombardementsmissie boven Hannover, Duitsland. Hoewel het vliegtuig boven Nederland vermoedelijk al was geraakt door Duits luchtafweergeschut (Flak), werd het uiteindelijk definitief onderschept door een Duitse nachtjager. De voltallige bemanning wist met succes uit het vliegtuig te springen en overleefde de oorlog als krijgsgevangene.
Het toestel
- Type: Armstrong Whitworth AW.38 Whitley V
- Serienummer: Z6866
- Constructienummert: 2207
- Squadron: No. 102 (Ceylon) Squadron RAF
- Code: DY-N
- Thuisbasis: RAF Topcliffe, North Yorkshire
Opvallend is dat Z6866 nog maar kort bij 102 Squadron diende. Het toestel was op 18 juli 1941, slechts acht dagen voor de crash, vanuit No. 77 Squadron overgedragen aan 102 Squadron.
De vlucht
Op vrijdagavond 25 juli 1941 om exact 22:30 uur vertrok de Whitley vanaf RAF Topcliffe voor een nachtelijke bombardementsvlucht. Het primaire doelwit van de missie was het Hoofd Post- en Telegraafkantoor (Main Post Office and Telegraph Office) in de Duitse stad Hannover. De missie was die nacht extreem intensief. No. 102 Squadron stuurde een formatie van 12 Whitleys op pad. Boven het doelgebied was de weersgesteldheid helder, maar met grondnevel (ground haze), en kregen de toestellen te maken met matige tot zware Flak en hevige zoeklichtactiviteit. Hannover was een belangrijk doelwit, vanwege de Hanomag fabrieken (pantservoertuigen) en de Continental rubberfabrieken.
Neergeschoten
Op de terugweg raakte het toestel zwaar beschadigd. Om 02:35 uur werd de Whitley op een hoogte van ongeveer 2.900 meter definitief neergeschoten door de bekende Duitse nachtjager, Oberleutnant Egmont Prinz zur Lippe-Weißenfeld, die in een Messerschmitt Bf 110 vloog vanaf vliegbasis Venlo (1./NJG 1). Dit was zijn tiende officiële luchtoverwinning.
Hij maakte die nacht gebruik van het zogenaamde Helle Nachtjagd (Heja) systeem. Dit betekende dat de Whitley boven de Betuwe werd gevangen in de bundels van Duitse zoeklichten die opgesteld stonden langs de rivieren. Hierdoor was de donkere bommenwerper een perfect silhouet tegen de bewolking. Egmont viel de Whitley waarschijnlijk van onderen-achteren aan, buiten het gezichtsveld van staartschutter Harnett. De Whitley's stonden erom bekend dat ze traag waren en geen defensieve bewapening aan de onderkant hadden (de zogenaamde dustbin geschutskoepel was bij de Mark V al vaak verwijderd omdat deze te veel luchtweerstand gaf). De vleugeltanks vatten hierdoor direct vlam.
Het brandende vliegtuig boorde zich om 02:35 uur in de Betuwse klei in de uiterwaarden nabij de Rijnbandijk te Maurik.
Het officiële Operations Record Book (ORB / Form 540) van 102 Squadron vermeldde die nacht enkel kortstondig de status "MISSING" achter het serienummer van het toestel. Alle vijf bemanningsleden wisten echter op tijd te springen. Zij landden verspreid in de omliggende boomgaarden en uiterwaarden, waar ze al snel door de Duitse bezetters gevangengenomen werden.
De Bergekompanie van de Luftwaffe uit Utrecht kwam ter plaatse om het wrak te bergen. Omdat het toestel diep in de zware Betuwse klei was geboord en volledig was uitgebrand, zijn de resten ter plaatse gesloopt. De bruikbare metalen (vooral aluminium) werden gerecycled voor de Duitse oorlogsindustrie.
De bemanning
Uit bijlagen (appendices) van de RAF-archieven blijkt dat de bemanning een vrij nieuw samengesteld team was. Co-piloot Denton was pas twee weken voor de crash, op 12 juli 1941, geplaatst bij 102 Squadron (POR 15/41). Waarnemer Carter trad op 7 juli 1941 toe tot de eenheid.
De gehele bemanning maakte de oorlog door als krijgsgevangene (Prisoner of War = POW). Hieronder het volledige en aangevulde overzicht van de bemanningsleden, hun exacte functies en de kampen waar zij verbleven:
De gehele bemanning maakte de oorlog door als krijgsgevangene (Prisoner of War = POW). Hieronder het volledige en aangevulde overzicht van de bemanningsleden, hun exacte functies en de kampen waar zij verbleven:
1. Henry George Benfield – Eerste Piloot (Pilot)
Henry George Benfield werd op 19 september 1913 geboren in Wandsworth (Londen) als zoon van Henry en Florence May Benfield. In het dagelijks leven voor de oorlog werkte hij in Londen als installatiemonteur en metaalbewerker.
Toen de dreiging van de oorlog toenam, meldde hij zich aan bij de Royal Air Force Volunteer Reserve (RAFVR). Als Sergeant-piloot (servicenummer 932204) was hij met zijn 27 jaar een van de oudste en meest ervaren mannen aan boord tijdens de fatale vlucht naar Hannover.
Na zijn noodsprong boven Maurik en zijn arrestatie in de Betuwe verbleef hij eerst in Stalag Luft VI (Heydekrug), het meest oostelijk gelegen krijgsgevangenenkamp in Litouwen. Toen het Rode Leger in de zomer van 1944 oprukte, werd hij via Stalag Luft IV (Tychowo) geëvacueerd naar Stalag 357 (Fallingbostel). In de barre winter van 1945 overleefde hij de beruchte "Long March", de dwingende evacuatiewandelingen van krijgsgevangenen door Duitsland.
Na zijn repatriëring keerde hij terug naar het burgerleven in Zuid-Engeland. In 1947 trouwde hij met Eileen M. Evans.
Henry overleed in maart 1989 op 75-jarige leeftijd in Worthing, West Sussex.
2. Iorwerth Patrick "Pat / Paddy" Bentley Denton – Co-piloot (2nd Pilot)
3. Kenneth Samuel Carter – Waarnemer & Navigator (Observer)
Henry overleed in maart 1989 op 75-jarige leeftijd in Worthing, West Sussex.
2. Iorwerth Patrick "Pat / Paddy" Bentley Denton – Co-piloot (2nd Pilot)
Iorwerth Patrick Bentley Denton werd op 24 maart 1919 geboren in West Bromwich (Staffordshire) als zoon van Iorwerth Denton en Gertrude Bentley. Zijn unieke Welshe voornaam Iorwerth werd in de omgang en binnen de RAF al snel afgekort tot Pat of Paddy. Vóór de oorlog werkte hij als kantoormedewerker, totdat hij in 1940 werd opgeroepen en koos voor een vliegopleiding bij de RAFVR (dienstnummer 61403). Co-piloot Denton was pas twee weken voor de crash, op 12 juli 1941, geplaatst bij No. 102 Squadron op RAF Topcliffe.
Gedurende de oorlogsjaren onderhield zijn vader vanuit Engeland een intensieve briefwisseling met het Britse Rode Kruis én met de gezinnen van de overige vier bemanningsleden om informatie over hun lot uit te wisselen. Als officier doorliep Pat een lange reeks kampen: Oflag X-C (Lübeck), Oflag VI-B (Warburg), Oflag XXI-B (Schubin, Polen), Stalag Luft III (Sagan, het bekende kamp van The Great Escape) en ten slotte Stalag VII-A (Moosburg), waar hij in het voorjaar van 1945 werd bevrijd.
Denton bleef na de oorlog bij de RAF en klom op tot de rang van Squadron Leader. Op 1 september 1945 trouwde hij met Joan M. Wright.
In de New Year Honours van 1957 werd hij door Koningin Elizabeth II onderscheiden met het Air Force Cross (AFC) voor zijn bijzondere verdiensten in de vliegdienst. Rond 1980 schreef hij een 152 pagina's tellend autobiografisch manuscript over zijn opleiding, de crash bij Maurik en zijn jaren als krijgsgevangene. Dit document bevindt zich nu in de Private Papers van het Imperial War Museum in Londen.
Pat Denton overleed in januari 1996 op 76-jarige leeftijd in Surrey.
In de New Year Honours van 1957 werd hij door Koningin Elizabeth II onderscheiden met het Air Force Cross (AFC) voor zijn bijzondere verdiensten in de vliegdienst. Rond 1980 schreef hij een 152 pagina's tellend autobiografisch manuscript over zijn opleiding, de crash bij Maurik en zijn jaren als krijgsgevangene. Dit document bevindt zich nu in de Private Papers van het Imperial War Museum in Londen.
Pat Denton overleed in januari 1996 op 76-jarige leeftijd in Surrey.
3. Kenneth Samuel Carter – Waarnemer & Navigator (Observer)
Kenneth Samuel Carter werd op 30 april 1918 geboren in Derby (Derbyshire) als zoon van Samuel en Mary Carter. Voor het uitbreken van de oorlog werkte hij als magazijnbediende en verkoper in de East Midlands.
Na het voltooien van zijn militaire opleiding tot navigator en bommenwerper (dienstnummer 942761) trad hij op 7 juli 1941 toe tot No. 102 Squadron op RAF Topcliffe — slechts twee weken voor zijn fatale missie.
Als Sergeant werd hij na zijn arrestatie in de Betuwse uiterwaarden geregistreerd als krijgsgevangene nummer 40. Hij bracht het grootste deel van zijn gevangenschap door in Stalag 357 (aanvankelijk in Thorn/Kopernikus in Polen, later verplaatst naar Fallingbostel in Duitsland).
Na zijn bevrijding in mei 1945 keerde hij terug naar zijn geboorteregio Derbyshire. In 1946 trouwde hij met Gwendoline M. Smith.
Kenneth Carter overleed in november 1993 op 75-jarige leeftijd in Derby.
4. Walter Raymond Gibson – Draadloos Operator & Boordschutter (WOp/AG)
Kenneth Carter overleed in november 1993 op 75-jarige leeftijd in Derby.
4. Walter Raymond Gibson – Draadloos Operator & Boordschutter (WOp/AG)
Walter Raymond Gibson werd op 12 januari 1920 geboren in Newcastle upon Tyne (Northumberland). Als Wireless Operator / Air Gunner (dienstnummer 953046) was hij aan boord van de Whitley verantwoordelijk voor de radioverbindingen met het hoofdkwartier in Topcliffe én de bediening van de geschutsposten bij een mogelijke aanval.
Tijdens de nachtelijke onderschepping boven de Betuwe probeerde hij het radiocontact te onderhouden terwijl het toestel in brand vloog. Hij sprong tijdig uit het dalende vliegtuig en landde in de boomgaarden rond Maurik.
Als krijgsgevangene (POW nummer 55) verbleef ook hij gedurende de oorlogsjaren in Stalag 357 in Fallingbostel. Na de oorlog keerde hij terug naar het noordoosten van Engeland (Tyneside), waar hij werkzaam was in de lokale industrie. In 1948 trouwde hij met Evelyn Robson.
Walter Gibson overleed in augustus 1998 op 78-jarige leeftijd in zijn geboortestad Newcastle upon Tyne.
5. Robert Valentine Harnett – Staartschutter (Rear Gunner)
Walter Gibson overleed in augustus 1998 op 78-jarige leeftijd in zijn geboortestad Newcastle upon Tyne.
5. Robert Valentine Harnett – Staartschutter (Rear Gunner)
Robert Valentine Harnett werd op 14 februari 1921 geboren in Islington (Londen). Zijn tweede voornaam, Valentine, dankte hij direct aan zijn geboorte op Valentijnsdag. Met zijn 20 jaar was hij het jongste lid van de bemanning op die bewuste juli-nacht in 1941.
Als staartschutter (dienstnummer 1375176) zat Harnett in de kwetsbare en geïsoleerde staartkoepel van de Whitley. Omdat nachtjager-ace Egmont Prinz zur Lippe-Weißenfeld de bommenwerper van onderen-achteren aanviel — in de dode hoek van het vliegtuig — kon Harnett de Messerschmitt niet tijdig zien of terugvuren. Pas toen de vleugeltanks direct vlam vatten, klom hij op het allerlaatste moment via het achterluik uit de brandende kist.
Hij landde veilig per parachute en werd na een korte klopjacht door Duitse patrouilles ingerekend. Als krijgsgevangene (POW nummer 59) verbleef hij de rest van de oorlog in Stalag 357. Na zijn repatriëring keerde hij terug naar Greater London. In 1950 trouwde hij met Lilian E. Davies. Robert Harnett overleed in oktober 2002 op 81-jarige leeftijd in Enfield.
Het verloop van de arrestatie
De landing van de vijf bemanningsleden zorgde voor directe paniek en activiteit in Maurik en de omliggende dorpen (zoals Eck en Wiel en Rijswijk). Omdat de bemanning rond 02:35 uur in het nachtelijk uur neerkwam, landden de mannen verspreid in de dichte boomgaarden en uiterwaarden.In de vroege ochtend van 26 juli werden ze snel omsingeld. Lokale Nederlandse politierapporten uit die tijd melden dat de piloten probeerden zich te verbergen in de dichte begroeiing, maar de Duitse bezetter zette direct patrouilles in vanaf de nabijgelegen posten langs de Rijndijken.
Zij werden overgebracht naar het dichtstbijzijnde Duitse commandocentrum (vermoedelijk in Tiel of Arnhem) voor de eerste verhoren, alvorens op transport te worden gesteld naar het centrale ondervragingskamp Dulag Luft in Frankfurt.
Bronnen en Verantwoording
Archieven & Officiële Documentatie
The National Archives (TNA), Kew:
- AIR 27/807-808: Operations Record Books (ORB) No. 102 (Ceylon) Squadron RAF.
- AIR 20 & WO 392: Casualty & Imperial Prisoners of War Records (POW nr. 39, 40, 55, 59, 1584).
Imperial War Museum (IWM), Londen:
- Department of Documents, Private Papers: Autobiografisch manuscript en oorlogsdocumentatie van Sqn Ldr I.P.B. Denton, AFC (152 p.).
General Register Office (GRO), UK:
- Indexen van Geboorte, Huwelijk en Overlijden (England & Wales) en 1939 Register.
The London Gazette:
- Officiële publicaties en toekenning Air Force Cross (1957).
Literatuur & Luchtvaartdocumentatie
- Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO): Verliesregister geallieerde en Duitse vliegtuigen boven Nederland (Crashreferentie T1468 / Z6866).
- Chorley, W.R.: RAF Bomber Command Losses of the Second World War – Vol. 2: 1941. Midland Publishing.
- Luftwaffe Nightfighter Combat Claims: Reconstructie van inzetten 1./NJG 1 (Vliegbasis Venlo).
Speciale dank verschuldigd aan Heidi van Houten