Crash Asperen juli 1943
Gemeente West Betuwe > Gesn. Geallieerde militairen > Gesn. Britten en Nieuw-Zeelanders
Crash B-17 bij Asperen – 28 juli 1943


B-17 'Vliegend Fort'. (Bron: Americanairmuseum.com)
Op 28 juli 1943 kreeg het 407th Bomb Squadron van de 92nd Bombardment Group (Heavy) opdracht om de vliegtuigfabrieken van Fieseler bij Kassel te bombarderen. De B-17's vertrokken vanaf RAF Alconbury in Engeland. Boven Duitsland werd het doelgebied bereikt, waarna de formatie aan de terugvlucht naar Engeland begon.
Een van de toestellen was de Boeing B-17F-25-DL Flying Fortress, serienummer 42-3116. Het vliegtuig had een bemanning van tien man. Tijdens de terugvlucht boven Nederland werd de B-17 aangevallen door Duitse jagers en zwaar beschadigd. Het toestel moest de formatie verlaten en vloog vervolgens alleen verder richting het westen.
De bemanning moet het vliegtuig verlaten
Piloot 2nd Lieutenant Harold Wesley Porter gaf het bevel om het vliegtuig met parachutes te verlaten. Zes bemanningsleden wisten de B-17 te verlaten en kwamen in de omgeving van Asperen en Herwijnen terecht.
Volgens de reconstructie van de Stichting Eerbetoon Geallieerde Vliegers Lingewaal (EGVL) bleek echter dat drie bemanningsleden achter in het vliegtuig het bevel niet hadden gehoord. Door de Duitse beschietingen was de intercom in het achterste gedeelte van de B-17 beschadigd geraakt. Porter besloot daarop persoonlijk naar achteren te gaan om de mannen te waarschuwen. Terwijl de B-17 op de automatische piloot verder vloog, liep hij door het bommenruim naar het achterste gedeelte van het toestel.
De drie achtergebleven mannen werden gewaarschuwd en maakten zich gereed om uit het vliegtuig te springen. Maar voordat zij dat konden doen, werd de B-17 opnieuw door een Duitse jager aangevallen.
Bij deze aanval werd Staff Sergeant Jerre M. Algeo, de linker zijschutter, door een 20-mm projectiel dodelijk getroffen. Volgens de reconstructie van EGVL was hij op slag dood. De overige bemanningsleden verlieten vervolgens het vliegtuig.
De B-17 vloog inmiddels in de richting van Gorinchem. Met alleen het lichaam van Algeo nog aan boord vloog het zwaar beschadigde toestel verder, totdat het uiteindelijk in stukken uiteenbrak en neerstortte in de polders tussen Gorinchem en Hoogblokland.
De parachutes boven Asperen
De gebeurtenissen werden vanaf de grond nauwlettend gevolgd.
Jantje van Arkel, die aan de Bloklandweg woonde, was buiten aan het spelen toen hij het mitrailleurvuur hoorde. Zijn moeder waarschuwde hem naar binnen te gaan. Voordat hij dat deed, keek hij nog in de richting van Fort Nieuwe Steeg.
Hij zag verschillende parachutes langzaam in noordoostelijke richting afdalen. Eén parachute viel echter vrijwel recht naar beneden. Later bleek dat dit de parachute van Robert Milton Martin was.
Ook Jieles van Steenis, die in een weiland bij Fort Nieuwe Steeg aan het werk was, zag iets naar beneden komen. Hij herinnerde zich:
„Ik keek naar boven maar kon niets zien, het was erg heiig die dag. Ik ging door met werken en niet lang daarna zag ik uit mijn ooghoek iets dwarrelends naar beneden komen net als een dwarrelend lint.”
Met een klap kwam de parachutist in het weiland terecht. Het bleek Staff Sergeant Robert M. Martin, de staartschutter van de B-17. Zijn parachute was waarschijnlijk tijdens de Duitse aanvallen beschadigd geraakt en functioneerde niet goed. Martin kwam daardoor om het leven. Een Duitse arts uit Asperen werd naar het lichaam gebracht en stelde zijn overlijden vast.
De andere bemanningsleden
De overige acht Amerikanen wisten het vliegtuig te verlaten en werden uiteindelijk krijgsgevangen gemaakt.
Boordwerktuigkundige Technical Sergeant Stephen Maksin kwam met zijn parachute neer achter Fort Asperen. Hij werd vrijwel onmiddellijk door Duitse militairen gearresteerd. De Duitsers brachten hem vervolgens naar het lichaam van Robert Martin om hem te laten helpen bij de identificatie. Onderweg kwam Maksin een Engelssprekende jongen tegen die hem vertelde dat de Amerikaan in het weiland dood lag.
Na de oorlog beschreef Maksin in zijn verslag dat Martins parachute op verschillende plaatsen was gescheurd. Volgens hem was het waarschijnlijk de oorzaak dat Martin de val niet overleefde. Hij verklaarde bovendien dat hij door zijn Duitse bewakers persoonlijk naar het lichaam van Martin was gebracht om hem te identificeren.
Co-piloot 2nd Lieutenant Louis M. Peys kwam eveneens in de omgeving van Asperen terecht. Volgens de getuigenis van EGVL kwam hij in een boom terecht en raakte daarbij zwaar gewond aan zijn been. Hij werd vervolgens krijgsgevangen gemaakt.
De overige bemanningsleden kwamen in de omgeving van Asperen, Herwijnen en Hoogblokland aan de grond. Uiteindelijk werden alle acht overlevenden krijgsgevangen gemaakt en naar verschillende krijgsgevangenkampen in Duitsland overgebracht. Daar bleven zij tot het einde van de oorlog.
Jerre Algeo
Staff Sergeant Jerre M. Algeo was de enige van de bemanning die tijdens de laatste beschietingen in het vliegtuig zelf om het leven kwam.
Zijn lichaam bleef aan boord toen de andere bemanningsleden het toestel hadden verlaten. Toen de B-17 uiteindelijk boven de polders tussen Gorinchem en Hoogblokland uit elkaar viel, werd zijn lichaam tussen de wrakstukken aangetroffen.
Algeo werd aanvankelijk begraven in Schelluinen. Na de oorlog werd hij herbegraven op de Netherlands American Cemetery in Margraten.
Jerre M. Algeo werd geboren op 14 april 1909 in Golden City, Missouri. Hij was de zoon van George S. Algeo en Nina McCracken en was getrouwd met Glady Cole.
Op zijn graf in Margraten staat hij vermeld in Plot H, Row 8, Grave 12.
Robert Milton Martin
Staff Sergeant Robert Milton Martin was de staartschutter van de B-17. Martin werd geboren in 1920 in Providence County, Rhode Island. Zijn ouders waren Francis H. Martin en Ethel M. Chase. Het gezin telde naast Robert nog vijf kinderen: Myron, Harold, Doris, Mildred en John.
Op 24 juli 1942 kwam Martin in Providence in militaire dienst.
Op 28 juli 1943 sprong hij als laatste bemanningslid uit de zwaar beschadigde B-17. Zijn parachute raakte vermoedelijk beschadigd door de Duitse beschietingen. Hij viel bij Fort Nieuwe Steeg in een weiland en kwam daarbij om het leven.
Zijn lichaam werd eerst naar het lijkenhuisje in Asperen gebracht. Vervolgens werd hij begraven op Rotterdam Crooswijk. Na de oorlog werd hij opnieuw begraven, ditmaal op de Ardennes American Cemetery in België.
Zijn graf bevindt zich in Plot D, Row 11, Grave 12.
Een indrukwekkend ooggetuigenverhaal
De gebeurtenissen van 28 juli 1943 maakten grote indruk op de inwoners van Asperen en omgeving. De getuigenissen die door EGVL zijn vastgelegd, laten zien hoe de crash vanaf de grond werd beleefd.
Voor de inwoners waren het geen abstracte militaire gebeurtenissen. Zij zagen de Amerikaanse bommenwerper onder vuur komen, parachutes boven het landschap verschijnen en een jonge Amerikaanse soldaat te pletter vallen.
Bijzonder waardevol is het verhaal van Jieles van Steenis, die Robert Martin letterlijk uit de lucht zag vallen. Ook de herinneringen aan Jantje van Arkel en het latere verslag van Stephen Maksin geven een indringend beeld van de laatste minuten van de bemanning.
De acht overlevenden
Van de tien bemanningsleden overleefden er acht de crash. Zij werden allemaal krijgsgevangen gemaakt. De bemanning bestond uit:
2nd Lt. Harold W. Porter – piloot
2nd Lt. Louis M. Peys – co-piloot
2nd Lt. Albert E. Brown – navigator
2nd Lt. William J. Mahoney – bommenrichter
T/Sgt. Vincent R. Tenisci – boordwerktuigkundige
T/Sgt. Stephen Maksin – radiotelegrafist
S/Sgt. Ledford T. Mays – rechter zijschutter
S/Sgt. Sebastian Stavella – koepelschutter
S/Sgt. Jerre M. Algeo – linker zijschutter, †
S/Sgt. Robert M. Martin – staartschutter, †
De herinnering aan de crash
De Stichting Eerbetoon Geallieerde Vliegers Lingewaal (EGVL) heeft zich ingezet om de gebeurtenissen rond de luchtoorlog in de voormalige gemeente Lingewaal en het Rivierengebied vast te leggen en de herinnering aan de geallieerde vliegeniers levend te houden.
Dankzij onderzoek, ooggetuigenverklaringen en de verhalen van nabestaanden kunnen we tegenwoordig veel meer vertellen over wat er op 28 juli 1943 gebeurde.
De crash van B-17 42-3116 was geen gewone vliegtuigcrash. Het was een dramatische episode waarbij tien jonge Amerikanen boven het Rivierengebied voor hun leven moesten vechten. Acht van hen overleefden de sprong uit het vliegtuig, maar werden krijgsgevangenen. Jerre Algeo en Robert Martin kwamen om.
Hun namen herinneren nog altijd aan de luchtoorlog boven Asperen, Herwijnen, Hoogblokland en Gorinchem.
Met dank aan info van de EVGL