Lienden e.o in oorlogstijd- G. van Schaik - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Lienden e.o in oorlogstijd- G. van Schaik

Gemeente Buren > Oorlogsjaren in Lienden, Ommeren en Ingen
Lienden in oorlogstijd 1939–1946

Gert van Schaik

Een terugblik op de mobilisatie, de bezetting, de gevechten en de eerste jaren van bevrijding
De voormalige gemeente Lienden, met Lienden, Ingen en Ommeren, kreeg in de jaren 1939-1945 op verschillende manieren met de oorlog te maken. Nederlandse militairen werden gemobiliseerd, de Grebbeberg kwam binnen gehoorsafstand, de Betuwe werd na Market Garden frontgebied en in 1945 vielen er bommen op dorpen die tot dan toe relatief gespaard waren gebleven. Ook de Joodse familie Frank, Duitse en geallieerde militairen, evacuaties, inundaties en de eerste herdenkingen na de bevrijding maken deel uit van de geschiedenis van deze streek.

Deze websiteversie is bewerkt op basis van de terugblik van Gert van Schaik uit maart 2025. De oorspronkelijke ik-vorm is omgezet naar een doorlopend historisch verhaal. Onderwerpen die inhoudelijk bij elkaar horen zijn samengevoegd. Persoonlijke herinneringen zijn behouden, maar in de derde persoon beschreven.

De mobilisatie en de dreiging van oorlog
Door de toenemende oorlogsdreiging kondigde de Nederlandse regering op 28 augustus 1939 de algemene mobilisatie af, slechts enkele dagen voordat Duitse troepen Polen binnenvielen. Brigade A, onder bevel van kolonel J. (Jan) van Voorthuijsen, werd naar de Betuwe gestuurd ter ondersteuning van de Grebbelinie en de Betuwestelling, de oudere verdedigingslinie tussen Rijn en Waal.
In Lienden werd de dienstwoning van de politie, tegenover Het Wapen van Lienden, ingericht als commandopost van kolonel Van Voorthuijsen. Militairen werden bij burgers, op boerderijen en in scholen ingekwartierd. Ook de lagere school in Ingen kreeg in 1939 Nederlandse militairen als bewoners.


Luchtfoto van Lienden, 1 maart 1940. Op de achtergrond zijn onder meer de Nederlands Hervormde kerk, de Dorpsstraat en het Marktplein te zien; in het midden staat molen De Zwaan. Foto: Beeldbank NIMH.

Ingen: militairen, Duitse soldaten en gevangenen in de school
De lagere school aan het Dorpsplein in Ingen kreeg tijdens de oorlog verschillende functies. In 1939 waren er Nederlandse militairen ondergebracht. In 1944 namen Duitse Wehrmacht-soldaten het gebouw in bezit. Na de bevrijding werd de school gebruikt voor de bewaking van gevangengenomen NSB'ers.
Een tragisch ongeval vond plaats op 26 mei 1945. De twintigjarige Sannie de Haas, machinebankwerker op een steenfabriek aan de Marsdijk in Lienden, was op 7 mei lid geworden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij werd met andere leden van het Commando Lienden ingezet bij de bewaking in de school in Ingen. Na een aflossing van de wacht ging hij op zijn hurken zitten. Zijn Britse 9 mm-stengun ging plotseling af. Volgens het rapport van de plaatselijke commandant Wim van Dam lag de vuurmond tegen zijn buik en was De Haas ervan overtuigd dat het wapen op veilig stond. Hij overleed aan zijn verwondingen.
De school was er na de oorlog slecht aan toe. Het meubilair was vernield of door de Duitsers in brand gestoken. In november 1945 schonk de gemeente Lexmond negentien schoolbanken. Al in 1939 had Ingen een bijzondere voorziening gekregen: Unilever stelde geld beschikbaar voor een kantine voor de gemobiliseerde militairen. Die werd in de Rijnstraat, tegenover De Commanderie, gebouwd.

De lagere school in Ingen, gefotografeerd in 1940. Het gebouw stond aan het Dorpsplein, het huidige Dr. A.R. Holplein. Foto: W. van Doorn.


Sannie de Haas achter de draaibank. Hij kwam op 26 mei 1945 om het leven tijdens de bewaking van NSB-gevangenen.

Molen ’t Oevertje
In april 1940 kwam bij de Rijndijk aan de Beemdsestraat, tegenover De Nieuwe Waay, een merkwaardige constructie gereed. Molen ’t Oevertje, in de volksmond ook wel ‘molentje Rika’ genoemd, zag eruit als een echte molen, maar was in werkelijkheid een observatiepost en mitrailleurstelling. De Duitse troepen waren hiervan op de hoogte. Al in juni 1940 moest de Opbouw Dienst de molen weer afbreken.


Molen ’t Oevertje, voorjaar 1940. De constructie stond tegen de Rijndijk bij de Beemdsestraat.
Collectie: C.J. van de Pol.

De Grebbeberg en de gevechten van mei 1940
De strijd op de Grebbeberg was vanuit de Betuwe niet alleen hoorbaar, maar maakte ook diepe indruk. Bets van der Lee, die in de oorlogsjaren op boerderij De Poort in Aalst woonde, hield vanaf het begin van de oorlog een dagboek bij. Op 10 mei 1940 noteerde zij dat er vroeg in de ochtend al veel Duitse vliegtuigen overvlogen. De gebeurtenissen op de Grebbeberg, op slechts enkele kilometers afstand, maakten diepe indruk.
Op 11 mei werd de Grebbeberg vanuit Wageningen zwaar onder vuur genomen. De nacht van 11 op 12 mei was voor de Nederlandse militairen bijzonder zwaar. Het kanongebulder was ook in Lienden en omgeving duidelijk hoorbaar. Toen in de avond de lucht boven Rhenen rood kleurde door de vele branden, noteerde Bets van der Lee dat opnieuw met de kleren aan werd geslapen.
De Slag om de Grebbeberg duurde drie dagen. Onder de 420 Nederlandse militairen die daarbij omkwamen waren Gerrit Esmeijer en Gerrit Septer uit Lienden en G.W. van Ewijk uit Ingen. Aan Duitse zijde vielen volgens de oorspronkelijke tekst ongeveer 250 militairen.


Overzicht van de Grebbeberg, de Betuwestelling en een deel van de Waal-Lingestelling op 11 mei 1940. Kaart: Stichting De Greb.


Kaart van de Nederlandse stellingen in het gebied rond de Grebbeberg en de Betuwe. Bron: Stichting De Greb.

Het laatste schot uit Aalst was raak
Op 12 mei werden de stellingen tussen Lienden en Kesteren betrokken door militairen van het 46e Regiment Infanterie en het 22e Regiment Artillerie. De artillerie stond in Aalst opgesteld in boomgaarden aan de Veldstraat. Op 13 mei rond vier uur ’s middags kreeg de artillerie opdracht de spoorbrug te beschieten.
De eerste pogingen mislukten. Door de grote hitte liepen de vuurmonden vast. Er werd van opstelling veranderd en vervolgens schot voor schot gevuurd, maar zonder resultaat. De munitie raakte op en de troepen maakten zich al gereed voor vertrek. Toch werd toestemming gegeven de laatste projectielen af te schieten. Het laatste schot, om 19.15 uur afgevuurd door cadet-vaandrig Van der Sluis, was raak. De middelste boog van de spoorbrug werd getroffen en stortte in het water.


De ingestorte boog van de spoorbrug na de beschieting in mei 1940. Foto: Stichting De Greb.

Op de avond van 13 mei besloot de Nederlandse legerleiding de Grebbelinie te ontruimen. Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei en de dreiging dat ook andere steden zouden worden verwoest, besloot opperbevelhebber Winkelman diezelfde avond tot capitulatie. Vanaf 15 mei 1940 was Nederland officieel bezet.

Van een familiefoto in 1941 naar frontgebied in 1944
Een persoonlijke herinnering van Gert van Schaik begint met de trouwdag van zijn ouders op 6 april 1941. Volgens de traditie ging het gezelschap per koets naar het gemeentehuis. Na afloop werd naast het café een familiefoto gemaakt.


De trouwdag van de ouders van Gert van Schaik, 6 april 1941. Foto: familiearchief G. van Schaik.

Drieënhalf jaar later zag dezelfde Dorpsstraat er totaal anders uit. Op 6 oktober 1944 stonden er Duitse militaire voertuigen. Na Market Garden was de Betuwe frontgebied geworden en waren Duitse troepen bezig zich te hergroeperen voor een tegenaanval bij Opheusden.
Engelse jachtvliegtuigen ontdekten de Duitse voertuigen. Frederika van Schaik, de grootmoeder van Gert van Schaik, was thuis aardappelen aan het schillen toen zij werd getroffen door een kogel uit een Engelse Spitfire. Ze werd naar het Bethesda Ziekenhuis in Tiel gebracht, maar overleed aan haar verwondingen.


Elly Frank: een Joods meisje uit Lienden
Schuin tegenover Het Wapen van Lienden had de Joodse familie Frank een manufacturenzaak. Hartog Frank was kleermaker en maakte kleding; zijn vrouw runde de winkel. Op 19 december 1937 werd hun dochter Ellie geboren. Door de drukte in de zaak werd de dagelijkse zorg voor het meisje mede toevertrouwd aan het dienstmeisje Judith van de Berg.
De bezetter voerde vanaf 1941 steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. In oktober 1941 werd het Joden verboden niet-Joods personeel in dienst te hebben. In het voorjaar van 1942 moest Frank zijn zaak sluiten. Nadat het gezin was gewaarschuwd dat het naar een Duits werkkamp zou kunnen worden gestuurd, besloot het onder te duiken.
Vanwege haar jonge leeftijd werd Ellie bij Judith van de Berg achtergelaten. Burgemeester Kamp kreeg hiervan kennis en meldde dit volgens de terugblik aan de Duitse instanties. Ellie moest vervolgens naar Den Haag worden gebracht. Via Westerbork werd zij naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij op 17 september 1942 werd vermoord. Ze was vier jaar oud.
In 2010 werd op het schoolplein van O.B.S. De Sterappel een monument voor Ellie Frank onthuld. In de Dorpsstraat, bij de voormalige winkel van de familie Frank, werd op 17 september 2025 een Stolperstein gelegd.

Het monument voor Ellie Frank op het schoolplein van O.B.S. De Sterappel. Foto: Rien Walravens.



De Stolperstein voor Ellie Frank, geplaatst bij de voormalige winkel van de familie Frank in de Dorpsstraat.
(Bron onbekend)

Een protestbord en de Duitse graven
In de vroege ochtend van 3 januari 1943 werd het hek van de Algemene Begraafplaats aan de Oudsmidsestraat in Lienden voorzien van een uit het openbaar vervoer afkomstig bord met de tekst ‘Gereserveerd voor de Duitsche Weermacht. Nur für die Wehrmacht’. De actie was duidelijk bedoeld als protest tegen de Duitse bezetting. De Duitse autoriteiten reageerden door drie inwoners als gijzelaar vast te houden.
Burgemeester Kamp liet vervolgens een advertentie plaatsen waarin een beloning van tweeduizend gulden werd uitgeloofd voor aanwijzingen die konden leiden tot de daders. Of dit daadwerkelijk tot opsporing heeft geleid, vermeldt de terugblik niet.


De bekendmaking waarin burgemeester Kamp een beloning van tweeduizend gulden uitloofde voor informatie over het plaatsen van het protestbord. Bron: De Teisterbander.


Het protestbord met de tekst ‘Nur für Wehrmacht / Gereserveerd voor Deutsche Wehrmacht’.(Bron onbekend)

Na Market Garden werd de Betuwe frontgebied. In oktober en november 1944 werden veel gesneuvelde Duitse militairen tijdelijk begraven op de begraafplaatsen van Lienden, Ingen en Ommeren. Volgens de terugblik ging het om 63 Duitse militairen in Lienden, 90 in Ingen en 4 in Ommeren. De graven waren eenvoudig: zonder kist en voorzien van een houten kruis.
In 1957 werden de stoffelijke resten overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn in Limburg. Twee andere Duitse militairen, Albert Steinbach en Hans Röncke, werden in 1961 na een tip van de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge teruggevonden in een weiland onderaan de Rijndijk bij boerderij De Tollenburg. Volgens de overlevering hadden zij op 25 oktober 1944 geweigerd Nederlandse gijzelaars neer te schieten en waren zij daarna standrechtelijk geëxecuteerd.


Duitse graven op de begraafplaats in Lienden. Collectie: C.J. van de Pol.

William Norbert Leech: een oorlogsgraf in Lienden
Op dezelfde begraafplaats ligt de Britse korporaal William Norbert Leech van het Dorsetshire Regiment. Hij verdronk op 25 september 1944 in de Rijn bij Oosterbeek toen hij medicijnen en munitie voor zijn kameraden rond Arnhem probeerde over te brengen. Zijn lichaam spoelde aan bij het veer Lienden-Rhenen, op Liendens grondgebied. Daarom kreeg hij in Lienden zijn laatste rustplaats.


Herdenking bij het graf van William Norbert Leech op de begraafplaats van Lienden. (fot: R. van de Velde)

Van Normandië via Ommeren naar Odessa
Een bijzonder verhaal is dat van de Amerikaanse parachutist Donald Hegenes van de 101st Airborne Division. Hij landde in de vroege ochtend van D-Day in Normandië en keerde later terug naar Engeland. In september 1944 werd zijn eenheid ingezet bij de operatie rond Eindhoven en de geallieerde corridor, waarna zij naar de Betuwe werd gestuurd.
Tijdens gevechten met Duitse infanterie werd Hegenes op 3 oktober 1944 bij het station van Dodewaard krijgsgevangen gemaakt, samen met negen andere Amerikanen. Via Kesteren en Lienden werden zij naar de school in Ommeren gebracht, waar een noodhospitaal was ingericht.


De lagere school van Ommeren, gebouwd in 1922. In 1944 werd het gebouw gebruikt als noodhospitaal.
Foto: collectie Nederlandse Heidemaatschappij.


Herman van Ommeren en zijn vrouw Kee. Foto: familiearchief G. van Schaik.

De krijgsgevangenen werden vervolgens ondergebracht in een schuur onder de hooiberg van boerderij Het Hoge Huis aan de Ommerenveldseweg. De bewoners, Herman van Ommeren en zijn vrouw Kee, probeerden de gevangenen zo goed mogelijk te helpen. Kee gaf hun onder meer ‘klapstuk’, een gerecht van appels en bonen. Dat moest heimelijk gebeuren, omdat Duitse militairen waren ingekwartierd. Aan de overkant van de weg lag bovendien een grote Duitse munitieopslagplaats.
Hegenes en de andere gevangenen werden via Wijk bij Duurstede naar Amersfoort gebracht en vandaar naar een krijgsgevangenenkamp in Noord-Duitsland. Hegenes werd op een boerderij tewerkgesteld en wist in december samen met enkele anderen te ontsnappen. De daaropvolgende tocht voerde via Polen richting Krakau.
De vluchtelingen reisden ’s nachts in kolenwagens en probeerden onderweg voedsel te vinden. Duitse soldaten volgden hun sporen in de sneeuw. Na opnieuw te zijn gevangengenomen werden ze vastgeketend, mishandeld en geïsoleerd opgesloten. Uiteindelijk kwamen ze in een Russische gevangenisboerderij terecht.
Een Russische eenheid die op zoek was naar achtergebleven Duitsers kwam langs. Een Joegoslavische gevangene maakte duidelijk dat de mannen Amerikanen waren, waarna een Russische kapitein hen liet gaan. De groep wist Odessa te bereiken en keerde in mei 1945 per schip terug naar de Verenigde Staten. Hegenes bezocht Ommeren later meerdere keren. Volgens de terugblik bleef de band tussen beide families bestaan.

Dolle Dinsdag en Huize Vredelust
Op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, leek de bevrijding nabij. Antwerpen was bevrijd en in Nederland ontstond grote onzekerheid onder Duitsers en NSB'ers. In deze onrustige periode werd op Huize Vredelust in Lienden de 76-jarige Leccius de Ridder doodgeschoten. De precieze toedracht bleef omgeven door vragen en verhalen.
De Ridder was sinds 1941 lid van de NSB en had een ambulance geschonken voor de strijd aan het Oostfront. In het verleden had hij ook aanvaringen gehad met het gemeentebestuur. Volgens dorpsverhalen werd de aanslag in verband gebracht met verzetsman Jan van Zanten, maar de terugblik geeft geen definitief antwoord op de vraag wie verantwoordelijk was of wat precies de aanleiding vormde.
De weduwe van De Ridder schonk Huize Vredelust later aan de gemeente Lienden. Op het terrein werden uiteindelijk bejaardenwoningen gebouwd.


Huize Vredelust in Lienden, op een ansichtkaart uit 1938. Collectie: G. van Schaik.

Ingen onder Duitse bezetting en onder water
Op 5 en 6 september 1944 trokken grote aantallen vluchtende Duitse militairen door Ingen. Eind september kwamen de Duitsers in nog grotere aantallen terug. Het dorp en de omgeving werden gevuld met eenheden van pantserdivisies. Bij café Van Esterik hing een regimentsvlag met de tekst ‘Florian Geier ist nicht tot’.
Op 4 oktober begonnen Duitse troepen een aanval op Opheusden. Zij veroverden een deel van het dorp, maar een doorbraak bleef uit. De gevechten duurden twaalf dagen en kostten volgens de terugblik ongeveer tweehonderd Amerikaanse militairen het leven. Duitse gesneuvelden werden naar Lienden en Ingen gebracht. Daarna ontstond tussen beide partijen een patstelling.
De Duitsers besloten vervolgens de Betuwe onder water te zetten om de geallieerden uit de Over-Betuwe te verdrijven. Op 2 december 1944 werd de dijk bij Elden opgeblazen en stroomde Rijnwater de Betuwe in. Op 6 december bezweek de Liniedijk bij Ochten. Het water bereikte het gebied tot aan het Amsterdam-Rijnkanaal, met evacuaties en grote problemen voor de bevolking tot gevolg.


De inundatie in Ingen. Duitse voertuigen trekken door het ondergelopen gebied. Foto: Hol/collectie C.J. van de Pol.

1945: opnieuw slachtoffers en bombardementen
Ook in de eerste maanden van 1945 bleef de gemeente Lienden oorlogsslachtoffers kennen. Veel inwoners moesten opnieuw evacueren, onder meer naar Eck en Wiel en Maurik.
Op 3 januari 1945 werd Mien van Doorn, de zwangere vrouw van timmerman Gerard van Doorn, in de Dorpsstraat getroffen door granaatscherven. Zij overleed ter plaatse. Op 27 februari stonden Jan Kwint en Gerrit van Ewijk op het Dorpsplein in Ingen toen een granaat insloeg. Beiden kwamen om het leven.
In diezelfde periode vlogen veel V-1's over de Betuwe. Op 20 maart 1945 kwam een V-1 neer aan de Remsestraat, in een weiland tegenover boerderij De Wappert. De luchtdruk veroorzaakte grote schade aan de boerderij; volgens de bron duurde het tot in de jaren vijftig voordat de schade was hersteld.

Het bombardement op het Marktplein van Lienden
Op zaterdagmiddag 24 april 1945, tien dagen voor de bevrijding, verschenen Engelse bommenwerpers boven Lienden. Ze vlogen laag en openden eerst het vuur met hun boordwapens. Daarna werden brandbommen op het Marktplein afgeworpen. Aan de noordzijde van het plein werden tien panden verwoest of zwaar beschadigd.
Onder de getroffen woningen waren die van rietdekker Jan van Lent, kleermaker Piet Verbeek, schilder Driekus Honders, postbode Jan Moolebeek en bakker Koen Baars sr. Wat precies het militaire doel van de aanval was, is volgens de terugblik nooit duidelijk geworden.


Het Marktplein van Lienden in de jaren dertig. Rechts de noordzijde van het plein, met onder meer het café van Van Beusekom en de houten muziektent van Amicitia.
Ansichtkaart uit 1938. Collectie: G. van Schaik.


De verwoeste noordzijde van het Marktplein na het bombardement van 24 april 1945. De kerkklok was eerder door de bezetter weggehaald en werd later in Gorinchem teruggevonden.
Foto: C.J. van de Pol.


Tekening van de bebouwing aan de noordkant van het Marktplein, gemaakt in augustus 1942 door studenten van de R.K.O. Leergangen uit Tilburg. Collectie: G. van Schaik.

Huize Den Eng in Ommeren gebombardeerd
Op dezelfde dag als het bombardement op Lienden werd Ommeren getroffen. Dit keer was er volgens de bron wel een duidelijk militair doel. In de kelder van de pastorie stond een ‘Funkstelle’, een Duits radiostation, terwijl Huize Den Eng als stafkwartier van Duitse troepen werd gebruikt. Een verzetsgroep had de geallieerden hierover geïnformeerd.
Bij het bombardement kwamen zeven Duitse militairen en drie Nederlandse meisjes om het leven die in Duitse dienst waren als ‘Wehrmachtshelferinnen’. Zij werden onder een vloerkleed in het verwoeste landhuis aangetroffen. De slachtoffers werden tijdelijk in Ingen begraven en later overgebracht naar Ysselsteyn.
Het landhuis, de schuur die als munitieopslagplaats diende, het nabijgelegen herenhuis De Branderij en de boswachterswoning werden zwaar of geheel verwoest. In 1950 werd de herbouw van Den Eng gegund aan de firma Van Doorn uit Ochten. Dokter Guépin, die al vanaf 1939 in de oude Eng woonde, bleef ook in het nieuwe huis wonen tot 1971. Hij was in de oorlogsjaren actief in het verzet.


De pastorie van Ommeren in de jaren dertig. Het gebouw werd op 24 april 1945 verwoest. In de kelder bevond zich een Duitse ‘Funkstelle’.
Collectie: G. van Schaik.


De verwoestingen bij Huize Den Eng na het bombardement van 24 april 1945. Collectie: C.J. van de Pol.


De Branderij. Het nabij Huize Den Eng gelegen gebouw werd eveneens bij het bombardement verwoest. Collectie: G. van Schaik.

De vermeende nazi-schat van Ommeren
Op 3 januari 2023 maakte het Nationaal Archief een kaart bekend met aanwijzingen voor een mogelijke nazi-schat in Ommeren. Volgens de overlevering zou het gaan om buit die afkomstig was van een roof bij een bankfiliaal in Arnhem: horloges, sieraden, juwelen en briljanten met een waarde van vele miljoenen.
De publicatie bracht veel belangstelling naar Ommeren. Journalisten uit binnen- en buitenland, archeologen, wichelroedelopers en andere zoekers trokken naar het gebied, vooral rond Den Eng. De zoektochten leverden uiteindelijk geen schat op, maar wel veel verhalen en oud roest.


Kaart met aanwijzingen voor de mogelijke nazi-schat bij Ommeren. Bron: Nationaal Archief Den Haag.

Herdenken en vieren in het eerste bevrijdingsjaar 1946
Op 4 mei 1946 werd in Lienden voor het eerst na de bevrijding een officiële dodenherdenking gehouden. Om één uur ’s middags luidde de kerkklok. Daarna legden inwoners bloemen bij de graven van oorlogsslachtoffers. Voor kinderen waren op het sportterrein aan de Molenstraat kinderspelen en demonstraties georganiseerd.
In de vooravond zong het Liendensch kerkkoor in de kerk en op het Marktplein gaf muziekvereniging Amicitia een concert. Om half tien vertrok een fakkeloptocht naar Den Eng in Ommeren, waar op de puinhopen een vreugdevuur werd ontstoken. De dag eindigde bij het gemeentehuis met het Wilhelmus.


Herdenking bij het graf van Frederika van Schaik, 5 mei 1946. Zij was op 6 oktober 1944 in de Dorpsstraat dodelijk getroffen door een kogel uit een Engelse Spitfire.
Foto: familiearchief G. van Schaik.

Ook Bevrijdingsdag, 5 mei 1946, werd uitgebreid gevierd. Volgens een verslag in de Nieuwe Tielsche Courant van 11 mei 1946 begon de dag opnieuw met het luiden van de kerkklok en het leggen van bloemen bij de graven van oorlogsslachtoffers aan de Oudsmidsestraat. Het hoofd van de lagere school, de heer Franke, hield een toespraak.
Voorafgegaan door Amicitia marcheerde de schooljeugd naar de sportvelden aan de Molenstraat. Daar werden onder leiding van het onderwijzend personeel demonstraties gegeven, waaronder het vormen van de letters ‘V’ voor Vrijheid en ‘W’ voor koningin Wilhelmina. In het gymnastieklokaal was een poppenkastvoorstelling van Jan Klaassen.
Na een samenzang van het Liendens kerkkoor en een concert op het Marktplein werd in een weiland bij boerderij ’t Buitenhuis een groot vreugdevuur ontstoken. Burgemeester Kamp sloot de feestdag om elf uur af met een toespraak bij het gemeentehuis. In de gemeentetuin trok een verlichte ‘V’, als symbool voor Victorie en Vrijheid, veel bekijks.

Bron:
Gert van Schaik, ‘Bijzondere gebeurtenissen in de mobilisatietijd, tijdens de oorlogsjaren ’40–’45 en in het eerste bevrijdingsjaar 1946 in de oude gemeente Lienden. Een korte terugblik’, Lienden, maart 2025.

De oorspronkelijke bron noemt daarnaast onder meer: oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl, Stichting De Greb, de krantenarchieven van het Regionaal Archief Rivierenland en Delpher, het Oorlogsdagboek van de Betuwe en diverse regionale publicaties. Deze websiteversie heeft de inhoud van de aangeleverde tekst redactioneel herschikt; feitelijke aanvullingen of zelfstandige verificaties zijn niet toegevoegd.
Terug naar de inhoud