Duitse troepen rond Beesd-G'malsen in winter 44-45
Gemeente West Betuwe > Gesneuvelde Duitse militairen
Duitse troepen rond Beesd en Geldermalsen in de winter van 1944-1945
Verzetsrapporten uit de winter van 1944–1945 geven een opmerkelijk gedetailleerd beeld van de Duitse militaire aanwezigheid in de streek rond Beesd en Geldermalsen. Nadat de geallieerde operatie Market Garden in september 1944 was vastgelopen, veranderde de Betuwe in een langdurig frontgebied. De geallieerde troepen bevonden zich vooral rond Nijmegen en Arnhem, terwijl de Duitsers de gebieden ten zuiden daarvan bleven controleren.
De westelijke Betuwe fungeerde daardoor als Duits achtergebied, maar wel een achtergebied dat voortdurend in beweging was. Verzetsrapporten melden herhaaldelijk dat troepen arriveerden en weer vertrokken:
“Akkooi. Geen troepen aanwezig.”
“Rhenooi. Geen troepen aanwezig.”
“Akkooi. Geen troepen aanwezig.”
“Rhenooi. Geen troepen aanwezig.”
Dit onderstreept dat het gebied vooral diende als doorgangs- en verzamelzone voor troepen richting het front langs de Rijn. Tegelijkertijd ontwikkelde de regio zich tot een belangrijk militair ondersteuningsgebied, waarin verdediging, transport en verbindingen centraal stonden.
In dorpen als Beesd, Geldermalsen, Culemborg, Beusichem en Buren werden commandoposten ingericht, bruggen bewaakt en verbindingsinstallaties geplaatst. De verzetsrapporten noemen daarbij niet alleen aantallen militairen, maar ook namen van Duitse officieren, commandoposten en tijdelijke eenheden. Opvallend is bovendien de aandacht voor herkenningstekens:
“Kentekens op auto’s … adelaar in duikvlucht … zwaard … rood … wit.”
“Kentekens op auto’s … adelaar in duikvlucht … zwaard … rood … wit.”
Deze details waren van groot belang voor de geallieerden bij het identificeren van Duitse eenheden.
Een militair netwerk in de Betuwe
Naast de in de verzetsrapporten genoemde eenheden was de Duitse aanwezigheid breder georganiseerd dan op het eerste gezicht lijkt. De regio maakte deel uit van een samenhangend systeem van:
- luchtafweerstellingen (Flak)
- radar- en verbindingsposten
- logistieke voorzieningen
- medische en ondersteunende diensten
Zo werd in de omgeving gebruikgemaakt van zware en lichte luchtafweer, waaronder 2 cm en 8,8 cm kanonnen, onder andere tussen Est en Neerijnen en bij strategische punten zoals spoorlijnen en bruggen. Een deel van het 155e Flak-regiment was in deze regio gelegerd.
Daarnaast bevonden zich in de streek verschillende ondersteunende eenheden:
- een Hauptverbandplatz (hoofdverbandplaats) in Buren
- een Duitse keuken- en bakkerijeenheid in Erichem
- radio- en verbindingsdiensten, onder meer bij Rijnkerk en later verplaatst
Deze voorzieningen tonen aan dat de regio niet alleen een doorgangsgebied was, maar ook een essentieel onderdeel van de Duitse militaire infrastructuur.
Beesd: Ortskommandantur onder Hauptmann Buchta
In Beesd bevond zich in de winter van 1944–1945 een kleine Duitse commandopost. Volgens de verzetsrapporten waren er doorgaans ongeveer 40 tot 50 Wehrmacht-militairen in het dorp aanwezig:
“Beesd. ± 50 man WH, verschillende uitmonstering.”
“Beesd. ± 50 man WH, verschillende uitmonstering.”
Het detachement bestond uit soldaten van verschillende onderdelen, wat erop wijst dat het geen vaste compagnie was maar een samengestelde groep.
De leiding lag bij Hauptmann Buchta, die fungeerde als Ortskommandant van Beesd. In het dorp stonden wegwijzerborden met zijn naam, waardoor het detachement lokaal bekend stond als de “eenheid Buchta”. Ook andere namen, zoals Steppert en Geppert, werden via dergelijke borden aangeduid. Over Geppert wordt vermeld dat hij verbonden was aan een Kampfgruppe, een geïmproviseerde gevechtsgroep.
De aanwezigheid van Duitse troepen in Beesd hing nauw samen met de brug over de Linge. Volgens de verzetsinformatie:
“Bij de brug over de Linge 10 stukken FLAK 3,2 cm.”
“Op de brug liggen 6 watermijnen opgeslagen.”
“Bij de brug over de Linge 10 stukken FLAK 3,2 cm.”
“Op de brug liggen 6 watermijnen opgeslagen.”
Daarnaast beschikten de troepen over aanzienlijk transportmaterieel:
“De troepen hebben ± 40 stuks auto’s bij zich WH wit en geel, WL rood en geel.”
“De troepen hebben ± 40 stuks auto’s bij zich WH wit en geel, WL rood en geel.”
Dit wijst op het belang van Beesd als verkeersknooppunt en brugbewaking.
Op 13 februari 1945 werd de Ortskommandantur van Buchta opgeheven en naar Deil verplaatst. Daarna bleef in Beesd slechts een kleine brugbewaking van circa 15 man achter.
Geldermalsen: commandocentrum, spoor en luchtafweer
Het nabijgelegen Geldermalsen speelde een belangrijkere rol binnen het Duitse militaire systeem in de regio. Door het spoorwegstation en de belangrijke verkeersverbindingen was het dorp een logistiek knooppunt.
Volgens de verzetsrapporten bevonden zich hier onder andere:
- een Ortskommandantur
- een post van de Feldgendarmerie
- een Truppenwerkstatt Nr. 024
- een veldpost
Het aantal Duitse militairen werd geschat op ongeveer 300 man.
Daarnaast wordt melding gemaakt van krijgsgevangenen:
“Hier bevinden zich Engelsche krijgsgevangenen, die door burgers van voedsel voorzien moeten worden.”
“Hier bevinden zich Engelsche krijgsgevangenen, die door burgers van voedsel voorzien moeten worden.”
De omgeving van het station werd zwaar verdedigd met luchtafweer. Duitse militairen beschermden spoortransporten intensief, waarbij vaak luchtafweerkanonnen op wagons werden geplaatst, waaronder vierloops 2 cm kanonnen. Dit maakte aanvallen door geallieerde jachtvliegtuigen bijzonder gevaarlijk.
De spoorlijnen werden gebruikt voor:
- transport van troepen
- afvoer van gewonden richting Duitsland
- vervoer van militair materieel
Opvallend is dat de Duitsers soms beschadigde locomotieven als lokaas gebruikten. Door vuur onder de locomotief te stoken leek het alsof deze in bedrijf was, waardoor geallieerde vliegtuigen werden aangetrokken.
Dat Geldermalsen een doelwit was van geallieerde aanvallen blijkt uit de melding:
“Eind December werd het Oostelijk gedeelte van de voetbrug … evenals het station door vliegtuigen beschadigd.”
“Eind December werd het Oostelijk gedeelte van de voetbrug … evenals het station door vliegtuigen beschadigd.”
Culemborg: verdediging van de Lekbrug
Culemborg was militair nog belangrijker vanwege de strategische spoorbrug. Volgens de verzetsrapporten bevonden zich hier ongeveer 350 Duitse militairen:
“Naar schatting totaal aanwezig 350 man. WH wit en geel.”
“Naar schatting totaal aanwezig 350 man. WH wit en geel.”
De brug werd zwaar bewaakt en voorbereid op vernietiging: “De brug ligt klaar voor vernieling. Ontstekingen aan weerszijden aangebracht.”
Daarnaast werkten Duitse pioniers aan versterking van de brug, zodat zwaar militair verkeer er gebruik van kon blijven maken.
In Culemborg bevonden zich diverse commandoposten en voorzieningen, waaronder:
- een Ortskommandantur op de Markt
- Feldgendarmerie
- een hoofdverbandplaats
- een Truppenwerkstatt
Via wegwijzerborden werden verschillende commandanten aangeduid, zoals Bauer, Sommer, Fischer, Bachmann, Schram, Streicher en Resch. Dit wijst op een complexe militaire organisatie.
Beusichem en Buren: ondersteuning en verbindingen
In Beusichem bevond zich een kleiner Duits garnizoen van ongeveer 130 Wehrmacht-militairen. Het dorp diende vooral als kwartier- en bevoorradingsplaats.
Het verzetsrapport noemt onder meer:
- commandoposten met de namen Christ, Runow en Rohrer
- een Schreibstube onder leiding van Gläss
- een Marketenderei (militaire kantine)
Dit wijst op een ondersteunende rol binnen het Duitse netwerk.
In Buren bevond zich een kleinere Duitse post van ongeveer 40 militairen, maar met een belangrijke functie. Hier stond een grote zendinstallatie van de Marine-Verbindung, met een zendmast van 70 tot 80 meter hoog. Deze diende voor communicatie tussen Duitse commandocentra.
Daarnaast bevond zich in Buren een hoofdverbandplaats waar gewonden van het Betuwefront werden verzorgd.
Aanvullende concentraties: Deil en Buurmalsen
De verzetsrapporten tonen daarnaast dat zich buiten de kernplaatsen ook grotere troepenconcentraties bevonden. In Deil wordt gemeld:
“12-12-’44 arriveerden ± 500 man WH, abt. Neumann.”
“ABT NEUMANN ± 500 man WH.”
“12-12-’44 arriveerden ± 500 man WH, abt. Neumann.”
“ABT NEUMANN ± 500 man WH.”
Dit maakt Deil tot een belangrijke verzamelplaats van troepen en een locatie waar een staf was ondergebracht.
Ook in Buurmalsen was sprake van een opvallende aanwezigheid:
“± 600 valschermjagers aangekomen.”
“± 600 valschermjagers aangekomen.”
Deze inzet van parachutisten wijst op pogingen om de verdediging te versterken in een periode waarin de Duitse positie onder druk stond.
In Buurmalsen bevond zich bovendien het hoofdkwartier van Oberst Von Below, wat het belang van deze locatie onderstreept.
In Buurmalsen bevond zich bovendien het hoofdkwartier van Oberst Von Below, wat het belang van deze locatie onderstreept.
Een netwerk van militaire posten
De verzetsrapporten laten zien dat de Duitse aanwezigheid in de westelijke Betuwe was georganiseerd als een netwerk van posten met verschillende functies:
- Culemborg (± 350 militairen) – verdediging van de Lekbrug
- Geldermalsen (± 300 militairen) – logistiek knooppunt en commandocentrum
- Beusichem (± 130 militairen) – kwartier- en bevoorradingsplaats
- Beesd (± 40–50 militairen) – Ortskommandantur en brugbewaking
- Buren (± 40 militairen) – communicatiepost
- Deil (± 500 militairen) – troepenverzameling en staflocatie
- Buurmalsen (± 600 militairen) – versterkingen (parachutisten)
Samen vormden deze plaatsen een systeem waarmee de Duitsers bruggen, spoorlijnen en verbindingswegen controleerden. De nadruk lag sterk op infrastructuur: bruggen werden bewaakt én voorbereid op vernietiging.

Afweergeschut tusen Est en Waardenburg (Bron: J. van Alphen)

De zgn. Vierling (Bron: J. van Alphen)

Afweergeschut tusen Est en Waardenburg (Bron: J. van Alphen)

De zgn. Vierling (Bron: J. van Alphen)
Luchtafweer, radar en luchtoorlog
De Duitse verdediging in de regio beperkte zich niet tot grondtroepen. De combinatie van radar en luchtafweer speelde een cruciale rol.
Duitse radarinstallaties, zoals de post bij Schoonrewoerd (“Gorilla”), maakten het mogelijk geallieerde vliegtuigen vroegtijdig te detecteren en nachtjagers te dirigeren. In combinatie met luchtafweer zorgde dit ervoor dat meerdere geallieerde vliegtuigen in de regio werden neergehaald.
Ook de Duitse luchtmacht zelf was actief:
- Me-109 jagers voerden aanvallen uit
- He-111 bommenwerpers bombardeerden doelen in de regio
- nachtjagers onderschepten geallieerde bommenwerpers
Dwangarbeid en inzet van burgers
De Duitse aanwezigheid had grote gevolgen voor de burgerbevolking. Burgers werden verplicht ingezet voor:
- transport van militair materieel
- reparatie en verplaatsing van geschut
- aanleg van verdedigingswerken
- bewaking van spoorlijnen
Ook moesten zij schijn-luchtafweerstellingen bouwen om vijandelijke vliegtuigen te misleiden.
Verliezen en spanningen
Ook onder Duitse militairen vielen verliezen:
- bij luchtaanvallen (o.a. Waardenburg, november 1944)
- bij aanvallen op transporten en stellingen
- onder luchtafweerbemanningen in Est, Geldermalsen en Waardenburg
Daarnaast vonden incidenten plaats, zoals een crash van een Duits vliegtuig tijdens een stuntvlucht nabij Schoonrewoerd, bij het stroompje de Huibert, in de directe omgeving van radarpost “Gorilla. Hierbij kwam één militair om en een tweede overleed later in Leerdam.
Laatste oorlogsmaanden
In de laatste fase van de oorlog werd de situatie steeds chaotischer:
- voortdurende luchtaanvallen
- terugtrekkende Duitse troepen
- intensief gebruik van spoorlijnen
Langs wegen verschenen waarschuwingsborden met teksten als “Achtung Jabo”, die wezen op het gevaar van geallieerde jachtbommenwerpers.
De Duitse troepen bestonden in toenemende mate uit een gemengde samenstelling, waaronder ook Hiwi’s -Hilfswilliger-. Dit zijn veelal Russische krijgsgevangenen die onder Duits bevel werkten.
Conclusie: georganiseerd, maar kwetsbaar
De verzetsrapporten laten zien dat de Duitse aanwezigheid in de streek relatief beperkt was, maar wel zorgvuldig georganiseerd rond strategische punten. Tegelijkertijd tonen zij ook de zwakte van de Duitse positie.
Regelmatig wordt melding gemaakt van: “verschillende uitmonstering”
Daarnaast werden ook Luftwaffe-eenheden als grondtroepen ingezet, wat wijst op een tekort aan reguliere infanterie.
Ook de bevoorradingssituatie verslechterde: “Voedselpositie … zeer critiek, daar de militairen praktisch alle voorraden vorderen of stelen.”
De West-Betuwe was daarmee geen zwaar versterkt frontgebied, maar een kwetsbare logistieke corridor. Juist deze combinatie maakt de verzetsrapporten tot een unieke bron: zij tonen niet alleen de militaire organisatie, maar ook de groeiende problemen van de Duitse bezetter in de laatste winter van de oorlog.
Met dank aan informtie van o.a. Jan van Alphen uit Deil