Duitse troepen rond Beesd-G'malsen in winter 44-45 - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Duitse troepen rond Beesd-G'malsen in winter 44-45

Gemeente West Betuwe > Gesneuvelde Duitse militairen
Duitse troepen rond Beesd en Geldermalsen in de winter van 1944-1945

Verzetsrapporten uit de winter van 1944–1945 geven een opmerkelijk gedetailleerd beeld van de Duitse militaire aanwezigheid in de streek rond Beesd en Geldermalsen. Nadat de geallieerde operatie Market Garden in september 1944 was vastgelopen, veranderde de Betuwe in een langdurig frontgebied. De geallieerde troepen bevonden zich vooral rond Nijmegen en Arnhem, terwijl de Duitsers de gebieden ten zuiden daarvan bleven controleren.

De westelijke Betuwe fungeerde daardoor als Duits achtergebied. In dorpen als Beesd, Geldermalsen, Culemborg, Beusichem en Buren werden commandoposten ingericht, bruggen bewaakt en verbindingsinstallaties geplaatst. De verzetsrapporten noemen daarbij niet alleen aantallen militairen, maar ook namen van Duitse officieren, commandoposten en tijdelijke eenheden.

Beesd: Ortskommandantur onder Hauptmann Buchta

In Beesd bevond zich in de winter van 1944–1945 een kleine Duitse commandopost. Volgens de verzetsrapporten waren er doorgaans ongeveer 40 tot 50 Wehrmacht-militairen in het dorp aanwezig. Het detachement bestond uit soldaten van verschillende onderdelen, wat erop wijst dat het geen vaste compagnie was maar een samengestelde groep.
De leiding lag bij Hauptmann Buchta, die fungeerde als Ortskommandant van Beesd. In het dorp stonden zelfs wegwijzerborden met zijn naam die Duitse militairen naar de commandopost verwezen. Hierdoor werd het detachement lokaal vaak aangeduid als de “eenheid Buchta”.
Naast Buchta worden in het verzetsrapport nog enkele andere namen genoemd die via wegwijzerborden in het dorp waren aangegeven, waaronder Steppert en Geppert. Van deze laatste werd vermeld dat hij verbonden was aan een Kampfgruppe Geppert, waarschijnlijk een tijdelijke gevechtsgroep waarin ook pionierseenheden waren opgenomen.
De aanwezigheid van Duitse troepen in Beesd hing vooral samen met de brug over de Linge. Volgens de verzetsinformatie:
  • stonden bij de brug 10 luchtafweerkanonnen van circa 3,2 cm opgesteld;
  • lagen er watermijnen klaar om de brug te kunnen vernietigen;
  • beschikten de Duitse troepen over ongeveer 40 voertuigen, waaronder vrachtwagens en personenauto’s.

Daarnaast werd gemeld dat er tijdelijk een hogere staf in Beesd aanwezig was. In het rapport wordt gesproken over “Generaal Neumann met staf”, die korte tijd in het dorp verbleef.

Op 13 februari 1945 werd de Ortskommandantur van Buchta opgeheven en naar Deil verplaatst. Daarna bleef in Beesd nog slechts een kleine brugbewaking van ongeveer 15 man achter.

Geldermalsen: commandocentrum en logistiek steunpunt

Het nabijgelegen Geldermalsen speelde een belangrijkere rol binnen het Duitse militaire systeem in de regio. Door het spoorwegstation en de belangrijke verkeersverbindingen was het dorp een logistiek knooppunt.
Volgens de verzetsrapporten bevonden zich hier onder andere:
  • een Ortskommandantur
  • een post van de Feldgendarmerie (militaire politie)
  • een Truppenwerkstatt Nr. 024 (militaire werkplaats)
  • een veldpost

Het aantal Duitse militairen in Geldermalsen werd geschat op ongeveer 300 man.
Ook hier bevond zich tijdelijk een hogere staf. Het verzetsrapport vermeldt dat op 5 november 1944 generaal Reinhardt met staf in Geldermalsen aanwezig was. Dit wijst erop dat het dorp tijdelijk als regionaal commandocentrum fungeerde.

Culemborg: verdediging van de Lekbrug

Culemborg was militair nog belangrijker vanwege de strategische Lekbrug en spoorbrug. Volgens de verzetsrapporten bevonden zich hier ongeveer 350 Duitse militairen.
De brug werd zwaar bewaakt en voorbereid op vernietiging. Duitse pioniers hadden ontstekingen aangebracht om de brug in geval van een geallieerde doorbraak op te kunnen blazen. Tegelijk werd de brugconstructie versterkt zodat zwaar militair verkeer, zoals pantservoertuigen en lange colonnes, er nog gebruik van kon maken.

In Culemborg bevonden zich daarnaast verschillende commandoposten en afdelingen, waaronder:
  • een Ortskommandantur op de Markt
  • Feldgendarmerie (5 tot 6 man)
  • een hoofdverbandplaats (militair hospitaal)
  • een Truppenwerkstatt
In de rapporten worden ook verschillende namen van Duitse commandanten genoemd die via wegwijzerborden werden aangeduid, waaronder Bauer, Sommer, Fischer, Bachmann, Schram, Streicher en Resch.

Beusichem: kwartierplaats
In Beusichem bevond zich een kleiner Duits garnizoen van ongeveer 130 Wehrmacht-militairen. Het dorp diende vooral als kwartier- en bevoorradingsplaats.
Het verzetsrapport noemt onder meer:
  • commandoposten met de namen Christ, Runow en Rohrer
  • een Schreibstube (administratiekantoor) onder leiding van Gläss
  • een Marketenderei Rohrer (militaire kantine of bevoorradingspost).

Dit wijst erop dat Beusichem een ondersteunende rol speelde voor de Duitse troepen in de regio.

Buren: communicatiepost
In Buren bevond zich een kleinere Duitse post van ongeveer 40 Wehrmacht-militairen. Opvallend is dat zich in een huis een grote zendinstallatie van de Marine-Verbindung bevond.
Volgens het rapport had deze installatie een zendmast van 70 tot 80 meter hoog. De post diende waarschijnlijk voor radioverbindingen tussen Duitse commandocentra in de Betuwe en andere gebieden.

Een netwerk van militaire posten
De verzetsrapporten laten zien dat de Duitse aanwezigheid in de westelijke Betuwe was georganiseerd als een netwerk van posten met verschillende functies:
  • Culemborg (±350 militairen) – verdediging van de Lekbrug en belangrijk steunpunt
  • Geldermalsen (±300 militairen) – logistiek knooppunt en commandopost
  • Beusichem (±130 militairen) – kwartier- en bevoorradingsplaats
  • Beesd (±40–50 militairen) – Ortskommandantur en brugbewaking
  • Buren (±40 militairen) – communicatiepost
Samen vormden deze plaatsen een systeem waarmee de Duitsers de bruggen, spoorlijnen en verbindingswegen in de westelijke Betuwe controleerden. De grote troepenconcentraties lagen iets verder van de frontlinie, terwijl kleinere posten strategische punten zoals bruggen en verbindingen bewaakten.
De verzetsrapporten laten zien dat de Duitse aanwezigheid in de streek relatief beperkt was, maar wel zorgvuldig georganiseerd rond strategische punten zoals bruggen, spoorlijnen en verbindingsposten. Ze geven daarmee een zeldzaam gedetailleerd beeld van de militaire situatie in de westelijke Betuwe tijdens de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog.
Terug naar de inhoud