Crash Buurmalsen 1944 - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Crash Buurmalsen 1944

Gemeente West Betuwe > Gesn. Geallieerde militairen > Gesn. Tsjech
Arnost Elbogen  Bron foto: Czech Spitfireclub


Bron foto grafsteen: onbekend (heeft iemand een tip?)

Totaalaanzicht familiegraf Kaufmann-Elbogen op de Joodse begraafplaats Strasnice in Praag (Bron: onbekend)

Jonge Jaren & Vlucht naar Engeland
Arnost Elbogen werd geboren op 8 februari 1920 in de Tsjechische hoofdstad Praag. Hij kwam uit een welgesteld gezin; zijn vader was Dr. Friedrich "Bedrich" Elbogen (1875–1934) en zijn moeder was Marie "Mitzi" Kaufmann (1886–1956). Samen kregen zij vier kinderen:
  • Jan "Hans" (1912-1970)
  • Emmy "Emma" (1918-1996), getr. in 1952 in Los Angeles met schrijver/ artiest Andrew Devening Molles (1907-1975)
  • Edith (*1918-2007), getrouwd met David Durand (1912-1996)
  • Arnost "Ernst" (1920-1944).


Overlijdensadvertentie van de vader van Arnost (Bron: R. Kornfeld)

Na het overlijden van vader Friedrich in 1934 veranderde de wereld in rap tempo door de opkomst van het nazi-regime. Waarschijnlijk is moeder Marie midden jaren dertig met haar kinderen uit Tsjechië gevlucht naar Engeland; het gezin duikt op historische passagierslijsten op. Later in de oorlog, begin 1945, woonde moeder Marie op Riverside Drive in New York. Zoon Hans zou haar daar in 1952 per schip achterna reizen.

Piloot bij het Tsjechische 310 Squadron
Gedreven om de bezetters te bestrijden, sloot Arnost zich aan bij de geallieerde luchtmacht. Op 12 mei 1944 trad hij als piloot toe tot het legendarische 310 (Czechoslovak) Squadron van de Royal Air Force (RAF).
Binnen het squadron vloog hij nauw samen en vormde hij een hechte eenheid met zijn goede maat en collega-piloot Stanislav Masek (die de oorlog zou overleven tot zijn tragische overlijden op 22 juli 1945). Samen kregen de vrienden op 8 augustus 1944 de gevaarlijke opdracht om in een groot gebied (tussen Hoek van Holland, Emmerich, Elburg en Egmond aan Zee) jacht te maken op vijandelijke transporten. Diezelfde dag nog wisten Arnost en Stanislav nabij de Duitse grens een tweemotorige Dornier Do 217 bommenwerper neer te schieten.




Het noodlot bij Tricht (11 augustus 1944)
Drie dagen na hun succes, op 11 augustus 1944 om 12:55 uur, sloeg het lot echter onbarmhartig toe. Arnost vloog in zijn Britse Supermarine Spitfire LF Mk. Vb (met serienummer AR-441) boven de Betuwe. Samen met Masek had hij de route gekregen om via Rotterdam en langs de Lek naar Culemborg te vliegen, om vandaar de spoorlijn in de richting van Den Bosch te volgen en terug te keren naar de basis.

Ter hoogte van het Trichts Bergje (vlak bij de kruising van de Oude Hoevenseweg en de Nieuwe Graafsteeg in het Trichtse Veld) zagen zij een stoomtrein op het traject Geldermalsen–Culemborg rijden. De trein was niet voorzien van Duits luchtafweergeschut, maar Arnost vloog tijdens zijn aanval net te laag. Zijn Spitfire raakte een mast van de bovenleiding en crashte direct daarna in een sloot naast de spoorbaan. De neus van het toestel wees in de richting van Geldermalsen, de staart wees naar Culemborg, en een deel van het wrak lag in het water. De hulpmachinist van de aangevallen trein sprong uit pure angst van de rijdende locomotief en raakte zo ongelukkig ten val dat zijn hand werd afgereden.

De heldenmoed van omwonenden en spoorarbeiders
Cornelis Ormeling uit Drunen en J.J. Schut uit Soest waren op dat moment aan de spoorbaan aan het werk en zagen het gebeuren. Zij aarzelden geen moment en haalden de zwaargewonde, buiten kennis geraakte piloot uit het wrak. Arnost bleek zwaar gewond te zijn: hij had een enorme hoofdwond, gebroken benen en gebroken polsen.
Al snel kwame er meer hulp op gang. De griendwerker Heikoop, jachtopziener Vroege, dhr. Timmer en de Trichtse huisarts Dr. van der Willigen schoten te hulp. Gezamenlijk legden zij de gewonde piloot op houten planken die zij afkomstig van de wagons van de beschoten goederentrein haalden. Vervolgens werd hij overgebracht naar een paard-en-wagen van de heer G. Verwey (die vanwege zijn eierhandel toevallig in het veld aanwezig was) en naar Geldermalsen vervoerd. Daar namen de Duitsers de zorg over; hij werd per ambulance naar Utrecht gebracht en vandaar doorverwezen naar het Luftwaffe-Lazarett in Amsterdam.
Zijn trouwe maatje Stanislav Masek cirkelde intussen nog minutenlang eenzaam boven de rook en het wrak van de crashplaats, voordat hij terugkeerde naar de basis om te rapporteren wat er was gebeurd.

Het einde en nalatenschap
Hulp mocht echter niet meer baten. Arnost Elbogen overleed nog dezelfde dag aan de gevolgen van zijn zware verwondingen. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.
De herinnering aan de fatale crash bleef in de streek generaties langlevend. Niet alleen door de verhalen van de getuigen en unieke overbleven tastbare herinneringen, zoals een stuk glas van de boordverlichting dat later door Hans Heikoop bij de crashplaats werd teruggevonden, maar ook door de warme contacten die bleven bestaan. Zo getuigt een bewaard gebleven brief van 'moeder' Marie Elbogen aan mevrouw Saltzherr aan de Tollenstraat in Culemborg van de diepe menselijke banden die zelfs door de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog heen bleven bestaan.
Uit een in het wrak van het toestel gevonden kaart bleek, dat de beide toestellen de volgende route moesten vliegen: Rotterdam, langs de Lek naar Culemborg, van hieruit langs de spoorlijn in de richting van Den Bosch en vandaar naar hun basis terug.

De crashplaats, met op de achtergrond de spoorwegovergang bij de Oude Hoevenseweg  
Bron foto: R. van de Velde


Glas van boordverlichting van de Spitfire van Arnost (foto: Hans Heikoop)


Bron: RAR, Tiel


Brief van 'moeder' Marie Elbogen aan mevr. Saltzherr uit de Tollenstraat in Culemborg.
Met dank aan Barth Saltzherr

Terug naar de inhoud