Crash Typhoon nov 1944 - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Crash Typhoon nov 1944

Gemeente Culemborg > Gecrashte geallieerde vliegtuigen
Noodlanding met fatale gevolgen: Het drama rond Flight Lieutenant Denis Colebrook (28 november 1944)


Hawker Typhoon MN235 in het RAF Museum in Hendon Bron: Dapi89 op  en.wikipedia

In de winter van 1944-1945 was het Britse No. 198 Squadron actief als onderdeel van de Second Tactical Air Force (2TAF). Het hoofddoel van deze eenheid was het 'schoonvegen' van het Nederlandse luchtruim en het constant onder druk zetten van de Duitse bezetter door het bestoken van transportlijnen en vijandelijke hoofdkwartieren net achter de frontlinie.
Op 28 november 1944 nam de 24-jarige Flight Lieutenant Denis George Colebrook (RAF-servicenummer 134547) deel aan een dergelijke missie. Colebrook was een ervaren vlieger die al in 1943 tot Flying Officer was gepromoveerd. Die middag steeg hij om 13.45 uur met zijn Hawker Typhoon-jachtbommenwerper (serienummer JP900, squadroncode TP-O) op vanaf vliegbasis Gilze-Rijen (Advanced Landing Ground B.77).

De aanval op Houten
De Typhoons waren die dag uitgerust met een dodelijke bewapening van 20mm Hispano-kanonnen en zware RP-3 raketten (60-ponders). Hun doel was een Duits hoofdkwartier in Houten, waar grote vijandelijke troepenconcentraties werden vermoed. De missie stond bij de RAF bekend onder de naam Ramrod 1386.
Het squadron voerde een zogeheten dive-attack (duikaanval) uit op het doel in Houten. Tijdens het duiken en het wegdraaien op boomtophoogte kregen de vliegeniers te maken met hevig en zeer nauwkeurig Duits licht afweergeschut (Flak), opgesteld rondom het spoorknooppunt en de linies bij Utrecht en Houten. Exact tijdens deze aanval, of vlak daarna, werd het toestel van Colebrook fataal getroffen.
De vloeistofgekoelde Napier Sabre-motor van de Typhoon was weliswaar extreem krachtig, maar door het grote koelsysteem, de kenmerkende "kin" onder de neus, ook erg kwetsbaar voor grondvuur. Zodra de radiateur werd geraakt, verloor de motor zijn koelvloeistof. De motor begon hevig te roken en de oliedruk viel snel weg. Colebrook wist dat hij direct hoogte moest winnen om zo ver mogelijk naar het bevrijde zuiden te kunnen zweven. Culemborg bleek echter de absolute grens van wat zijn stakende motor kon halen.

Een miraculeuze buiklanding bij boerderij Den Heuvel
Dat Colebrook de daaropvolgende crash overleefde, mag een klein wonder worden genoemd. De Hawker Typhoon stond erom bekend dat een noodlanding (buiklanding) in een open veld levensgevaarlijk was. Door de grote radiateurkop onder de neus hapte het toestel bij contact met de drassige grond direct diep in de aarde, waardoor Typhoons bijna altijd over de kop sloegen of explodeerden.
Colebrook slaagde er echter in zijn Typhoon relatief stabiel tegen de grond te zetten in een weiland op de hoek Beesdseweg/Parallelweg-West in Culemborg, vlakbij of achter boerderij De Heuvel. Het toestel raakte zwaar beschadigd en werd door de RAF gecategoriseerd als Category E (totaal verlies), maar de piloot stapte vrijwel ongedeerd uit het wrak.


Boerderij De Heuvel op de Parallelweg 38 in Culemborg. Rechts oude meubelfabriek Van Gaasbeek & Van Tiel aan de Beesdseweg
(Bron: R. v.d. Velde)



Onderduik in Culemborg
Na de landing kreeg Colebrook, naar zeggen, meteen opvang in de nabijgelegen boerderij van familie Donker. Om niet op te vallen tussen de lokale bevolking, trok de Britse piloot hier burgerkleding en klompen aan.
Al snel werd hij overgenomen door Daam van Dijk, een moedige verzetsman die woonde aan de nabijgelegen Achtersteeg .Na de oorlog is die naam veranderd in de Kooijweg Oost en de Kooijweg West en werd daar als eerbetoon een weg naar Daam vernoemd.
Het houten huis van Van Dijk fungeerde als een belangrijk doorgangshuis voor onderduikers binnen het lokale verzet. Van Dijk bood Colebrook ongeveer veertien dagen een veilig schuiladres. De eer voor deze eerste, cruciale hulp gaat volledig naar hem.

Een keten van verraad en represailles in Tiel
Het verzet smeedde het plan om Colebrook via een gevaarlijke Waalcrossing naar het reeds bevrijde Zuid-Nederland te smokkelen. Helaas mislukte deze oversteek, waarna Colebrook noodgedwongen werd ondergebracht op een nieuw schuiladres bij mevrouw Van Elzen in Tiel.
Vanaf dat moment sloeg het noodlot toe. Een verkenner van het verzet, die bang was om zelf ontmaskerd te worden, raakte in paniek en verraadde de schuilplaats aan de NSB. Zowel de Britse piloot als mevrouw Van Elzen werden door de Duitsers gearresteerd.
Het Tielse verzet vreesde dat mevrouw Van Elzen onder de ongetwijfeld zware Duitse verhoren zou doorslaan en de rest van de ondergrondse in gevaar zou brengen. In een gedurfde en spectaculaire actie wist het verzet haar uit de gevangenis te bevrijden. Deze overwinning had echter verschrikkelijke gevolgen op de grond.

De executies op kerstavond
De Duitse commandant was furieus over de ontsnapping. Hij eiste de onmiddellijke terugkeer van de vrouw en dreigde anders de stad Tiel plat te branden en honderden inwoners te executeren. Om zijn dreigement kracht bij te zetten, werden er uiteindelijk vijf gijzelaars geselecteerd uit de notabelen van de stad. Op kerstavond, 24 december 1944, werden deze vijf onschuldige burgers tegen de gevangenismuur gezet en gefusilleerd:
  • Johannes Daalderop
  • Nicolaas Oostinga
  • Herman van Geijn
  • Hendrik van Wijk
  • Job van Eijck
Zij vielen niet door het vuur op een slagveld of door een geallieerd bombardement. Zij werden het slachtoffer van een gitzwarte keten van angst, verraad en meedogenloze Duitse represailles, die in gang was gezet in een wanhopige poging om één geallieerde piloot te redden.

De bittere balans
Denis Colebrook werd overgebracht naar een Duits krijgsgevangenenkamp (POW). Hij overleefde de resterende oorlogsmaanden en keerde na de bevrijding in mei 1945 veilig terug naar huis.

De prijs voor zijn uiteindelijke overleving was in de Betuwe echter vreselijk hoog betaald. Het verhaal van de crash van Typhoon JP900 aan de Rietveldseweg is hiermee niet alleen een verhaal van militaire moed in de lucht, maar bovenal een monument voor de immense burgerlijke moed én het diepe burgerlijke leed dat zich destijds op de grond afspeelde. Het herinnert ons aan de gewone mensen die bereid waren hun leven te riskeren voor een vreemdeling en aan de onschuldigen die daarvoor met hun leven betaalden.

Met dank aan Niek Vermeulen
Terug naar de inhoud