Crash Typhoon nov 1944
Gemeente Culemborg > Gecrashte geallieerde vliegtuigen
Op 28 november 1944 vertrok de 24-jarige luitenant met zijn
Typhoon-jachtbommenwerper voor een aanval op een Duits hoofdkwartier in Houten.
Zijn toestel werd geraakt door afweergeschut. Hoewel hij koers zette naar
bevrijd gebied, haalde hij dat niet: hij moest een noodlanding maken in een
veld vlakbij boerderij De Heuvel in Culemborg, ter hoogte van de Parallelweg en
de Beesdseweg.
Colebrook kwam vrijwel ongedeerd uit zijn vliegtuig. Hij
kreeg meteen opvang op de boerderij van meneer Donker in Culemborg. Daar trok
hij burgerkleding en klompen aan om niet op te vallen. Vervolgens werd hij
overgenomen door Daam van Dijk, een verzetsman die hem ongeveer veertien dagen
onderdak bood aan de Achtersteeg. Van Dijk was een belangrijk figuur in het
lokale verzet; zijn houten huis fungeerde als doorgangshuis voor onderduikers.
De eer voor de geboden hulp gaat volledig naar hem.
Het plan was om Colebrook via een Waalcrossing naar bevrijd
gebied te brengen. Maar de oversteek mislukte. Wat volgde, was een tragedie.
Een verkenner, bang ontmaskerd te worden, verraadde de schuilplaats aan de NSB.
De piloot en mevrouw Van Elzen, bij wie hij in Tiel onderdook, werden
gearresteerd. Het verzet, uit angst dat zij onder zware verhoren zou doorslaan,
bevrijdde haar uit de gevangenis. Een gedurfde actie, maar met verschrikkelijke
gevolgen.
De Duitse commandant was furieus. Hij dreigde met
platbranding van Tiel en executie van honderden inwoners. Uiteindelijk werden
vijf gijzelaars geselecteerd, notabelen uit de stad, en op kerstavond 1944
tegen de gevangenismuur gezet en gefusilleerd.Johannes Daalderop, Nicolaas Oostinga, Herman van Geijn,
Hendrik van Wijk en Job van Eijck vielen niet door een vijandelijk
bombardement. Ze vielen door een keten van angst, verraad en represailles, in
een poging één piloot te redden.
Denis Colebrook overleefde de oorlog. Maar de prijs voor
zijn redding was vreselijk hoog. Zijn verhaal is geen verhaal van gesneuvelden
op een slagveld, maar van burgerlijke moed en burgerlijk leed. Van mensen die
hun leven riskeerden om een vreemdeling te helpen, en van onschuldigen die
daarvoor de rekening betaalden.