Jan Hendrik Derksen, vader van Corry - Oorlogsslachtoffers uit Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West- Betuwe
Ga naar de inhoud

Jan Hendrik Derksen, vader van Corry

Gemeente West Betuwe > Verzet rond Geldermalsen
Interview van de webmaster met K. Vreugdenhil, echtgenoot van Corry Derksen


Legitimatiekaart van Jan (Bron K. Vreugdenhil)

Een man die niet wilde afwachten
Wie Jan Derksen vóór de oorlog had gekend, zou hem waarschijnlijk niet als verzetsman hebben gezien. Vader Derksen was geen man van grote woorden of opvallende daden. Hij stond bekend als rustig, bedachtzaam en plichtsgetrouw. In zijn omgeving genoot hij aanzien. Hij was actief binnen de kerk, zat in het bestuur van de christelijke school waar zijn kinderen onderwijs volgden en beheerde als penningmeester de financiën van het Groene Kruis. Het waren functies die pasten bij een man die verantwoordelijkheid niet uit de weg ging. Iemand op wie men kon rekenen.
Juist daarom is het des te opvallender hoe snel hij na de Duitse bezetting zijn positie bepaalde. Voor Derksen was verzet geen politieke keuze, maar een morele noodzaak. Hij zag het als een vanzelfsprekend gevolg van zijn geloof: tegen onrecht moest je je verzetten. Niet later, niet wanneer het veilig was, maar op het moment zelf.
Aanvankelijk sloot hij zich aan bij de Ordedienst, een organisatie van voormalige militairen die zich voorbereidden op het moment dat de bezetter zou verdwijnen. Maar al snel raakte hij teleurgesteld. De Ordedienst wachtte af. Voor Derksen was dat ondenkbaar. De nood was te groot om niets te doen.
In de herfst van 1941 vond hij gelijkgestemden dichter bij huis. Geen militairen, geen beroepsverzetsmensen, maar een groep mannen die elkaar al jaren kenden: Kersberg, meester Groen, Jan Konijlendijk. Vrienden, collega’s, vertrouwelingen. Samen vormden zij een van de eerste verzetsgroepen in Gelderland. Hun werk begon bescheiden. Ze hielpen onderduikers, regelden onderdak en zorgden voor vervalste persoonsbewijzen. Wat begon als hulp, groeide al snel uit tot een netwerk.
Via Johan van Zanten, een sleutelfiguur in de regio, werden de contacten uitgebreid. Ontmoetingen vonden plaats op ogenschijnlijk onschuldige plekken: een directiekeet bij de Heidemaatschappij, een huis waar altijd koffie klaarstond. Langzaam, bijna ongemerkt, werd het werk professioneler en daarmee gevaarlijker. Derksen sloot zich aan bij de Landelijke Organisatie voor Onderduikers, waardoor zijn verantwoordelijkheid groeide. Hij kreeg adressen toegewezen, moest zorgen voor voedsel, papieren en steeds vaker voor geld.
Vooral dat laatste werd een cruciale taak. Toen de spoorwegstaking in voorbereiding was, werd duidelijk dat duizenden gezinnen afhankelijk zouden worden van financiële steun. Via het verzetsnetwerk kwam Derksen terecht in het circuit van de man die later bekend zou staan als de bankier van het verzet. Met grote vindingrijkheid werd een systeem opgezet waarmee geld beschikbaar kwam voor onderduikers en stakende arbeiders. Derksen werd een van de mensen die dat geld ophaalde en verder verspreidde.
Week na week stapte hij op de fiets voor de tocht van Geldermalsen naar Utrecht. De trein was te gevaarlijk; controles waren overal. Bij Culemborg werd hij niet via het pontje overgezet, maar met kleine bootjes, geregeld door het verzet. Achter op zijn fiets: een koffer met geld. Het is achteraf nauwelijks voorstelbaar hoe hij deze tochten volhield en hoe hij nooit werd opgepakt.
Terwijl hij buiten de deur zijn gevaarlijke werk deed, werd ook thuis de spanning voelbaar. Het gezin woonde vlak bij het station in Geldermalsen, in een huis waar het leven ogenschijnlijk gewoon doorging. Maar achter die façade speelde zich een andere werkelijkheid af. Verzetsmensen kwamen en gingen, er werd overlegd, er werd geschuild. En toen, in 1944, gebeurde het ondenkbare: er werd een Duitse officier in huis ingekwartierd. Boven vonden gesprekken plaats die het leven konden kosten, terwijl beneden de vijand aanwezig was. Het was een situatie die slechts tijdelijk kon standhouden.
Na een reeks verzetsacties in de regio werd de druk opgevoerd. Namen circuleerden, lijsten werden opgesteld. Ook Derksen kwam in beeld. Hij werd gewaarschuwd dat een overval op handen was. Hij wist op tijd te vluchten, via de tuin, vlak voordat de Duitsers het huis binnendrongen.
Wat volgde, liet diepe sporen na, vooral bij de kinderen. De Duitsers vonden hem niet en richtten hun aandacht op het gezin. De dreiging was reëel dat de kinderen zouden worden meegenomen. In de kamer zaten ze dicht bij elkaar, angstig en stil. De oudste dochter, vijftien jaar oud, nam het woord toen het erop aankwam. Als er iemand mee moest, zei ze, dan moest men haar meenemen.
Het was een moment van uitzonderlijke moed. Uiteindelijk greep een Duitse officier in. Hij weigerde kinderen mee te nemen en gaf opdracht dat zij moesten verdwijnen. Met hulp van een huishoudster werden de kinderen in veiligheid gebracht. Het liep goed af, maar de angst en ontwrichting bleven.
Voor Derksen was het duidelijk dat hij niet langer kon blijven. Met zijn gezin vluchtte hij naar Leerbroek, waar zij onderdak vonden bij bekenden. Daar bleven zij tot het einde van de oorlog. Maar zelfs vanuit die relatieve veiligheid stopte hij niet. Hij bleef reizen, bleef geld ophalen en bleef mensen overtuigen om door te gaan. Toen Duitse autoriteiten dreigden met de doodstraf voor stakende spoorwegmedewerkers, ging hij persoonlijk langs om hen te bewegen vol te houden, ondanks het gevaar.
Het typeert hem misschien nog wel het meest: geen man van bravoure, maar van volharding.
De oorlog eindigde, maar de gevolgen niet. Kort na de bevrijding, in oktober 1945, werd Derksen getroffen door een zware beroerte. Hij raakte verlamd en kon nauwelijks meer spreken. De man die jarenlang initiatief had genomen en risico’s had gedragen, viel stil. Een nieuwe functie die hem na de oorlog was aangeboden, kon hij niet meer vervullen.
Voor het gezin betekende dit een nieuwe beproeving. De moeder, uitgeput door jaren van spanning, kon de situatie nauwelijks aan. De kinderen moesten op jonge leeftijd verantwoordelijkheden dragen die ver boven hun leeftijd lagen. De oorlog werkte door, in stilte maar onmiskenbaar.
Vooral bij Corrie bleven de gevolgen groot. Jarenlang werd er niet over gesproken. Alles wat herinnerde aan de oorlog werd vermeden. Geen films, geen verhalen, geen herdenkingen. Pas vele decennia later wist zij haar ervaringen onder woorden te brengen. Wat toen zichtbaar werd, was niet alleen het verhaal van een verzetsman, maar ook dat van een gezin dat de prijs had betaald.
Want heldendom kent een keerzijde. Het verhaal van vader Derksen laat zien dat verzet niet alleen bestaat uit daden van moed, maar ook uit de gevolgen die die daden met zich meebrengen. Voor degene die handelt, maar misschien nog wel meer voor degenen die achterblijven.
Hij wilde niet afwachten. En juist daarom werd zijn keuze een levenslange erfenis — voor hemzelf, en voor zijn kinderen.


Terug naar de inhoud