Dhr. W.M. Kolff - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Oorlogsslachtoffers uit gemeenten Buren, Culemborg en West Betuwe
Oorlogsslachtoffers West-Betuwe
Ga naar de inhoud

Dhr. W.M. Kolff

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Deil
Achternaam: Kolff
Voornamen: Willem Marinus
Voorletters: W.M.
Beroep Burgemeester, lid verzet
Onderscheiding: Bronzen Kruis.
Geboorteplaats: Deil
Geboortedatum: 06-02-1882
Overlijdensplaats: Sonnenburg, gevangenis
Overlijdensdatum: 25-01-1944
Begraafplaats: Begraafplaats te Slonsk
Gemeente: Slonsk
Provincie: Lubuskie
Land: Polen
Gedenkboek 2   

Willem Marinus Kolff werd op 6 februari 1882 geboren te Deil. Zijn ouders waren Marius Kolff (*1848-1931) en Janetta Antonia Kolff (1846-1928). Ze kregen samen zes kinderen, waarvan er drie niet vroegtijdig overleden: Anna Femina (1877-1968), Guatherus (1879-1959) en Willem "Tim" (1882-1944).
Na de lagere school in Deil bezocht Willem het gymnasium te Tiel en studeerde rechten in Utrecht.
Hier nam hij zeer actief deel aan het studentenleven. Het lag in de lijn van de familietraditie dat Willem burgemeester van Deil zou worden en in afwachting daarvan werkte hij als secretaris van de Tiendcommissie te Tiel.
In 1914 volgde de benoeming als burgemeester van Deil
Willem trouwde in maart 1927 in Den Haag met Sara "Saartje" Lydia Kolff. Bij haar kreeg hij in 1928 een dochter H. E. C.
Na zijn scheiding in februari 1935 huwde hij in november 1935 in Deil met Emmerrentia  "Emmy" Johanna Sara Kolff.

Willem Kolf (Bron: kolff.nl)

Zijn capaciteiten reikten verder dan het   burgemeester zijn: hij had durf, volharding en ondernemingszin en grote diplomatieke gaven. Daardoor werd hij dikwijls gevraagd als bemiddelaar bij bedrijfsconflicten.


De Chamotte-Unie (Bron: RAR-Tiel)

Op 26 november 1930 leidde hij een conferentie bedoeld te bemiddelen tijdens de staking in de fabriek van de Chamotte-Unie te Geldermalsen waar een groot meningsverschil was ontstaan tussen directie en arbeiders. De conferentie had niet het beoogde resultaat. De spanningen waren te hoog opgelopen en de staking duurde 14 maanden. Midden dertiger jaren bemiddelde hij in Lochem in een conflict tussen melkfabrieken in de Achterhoek.
Bekend was zijn doorzettingsvermogen, eind twintiger jaren waren de plattelandsgemeenten in het rivierengebied van West-Gelderland nog niet aangesloten op het waterleidingnet. Dankzij Tim vond, ondanks hevig verzet onder de bevolking en tegenstemmers in de gemeenteraad, op 15 november 1935, de inbedrijfstelling van de waterleiding in Deil plaats. Deil was hiermee de eerste plattelandsgemeente in het rivierengebied. Inmiddels werkte Tim aan het opstellen van de statuten van een op te richten naamloze vennootschap en op 13 januari 1938 werd N.V. Waterleiding Mij. Gelderland volgens de statuten zetelend te Deil, opgericht. Pas in 1961 werd de zetel naar Rheden (Gld.) verplaatst. Tijdens de crisis in de dertiger jaren, toen er grote werkloosheid heerste, reisde Tim het hele land door. Hij spoorde wegenbouwers, aannemers van grondwerken en gemeenten aan om 'zijn' werklozen in dienst te nemen. Deilenaren werkten o.a. bij de inpoldering van de Wieringermeer, bij de aanleg van de A2, en bij de bouw van het Hilversumse stadhuis.
Zijn hulpvaardigheid werd geprezen, zijn soms te scherpe tong gevreesd. Tijdens een herdenking in 1958 schetste een zijner tijdgenoten hem als "die nederige, hoogmoedige, ernstige, humoristische regent".
Bron: https://www.kolff.nl/kolffen/z5420.htm (Met schriftelijke toestemming van deze website)

Bron aanleg waterleiding: "De Gulle Stroom, 25 jaar N.V. Waterleiding Maatschappij Gelderland"; H.J. Stuvel;
Bron Chamottestaking: Avondblad NRC, 27 november 1930           


Mr.W.M. Kolff was burgemeester van de gemeente Deil vanaf 1914. Enspijk maakte in die tijd ook deel uit van die  gemeente. Al in de jaren '30 onderkende hij het gevaar van het opkomend fascisme. In die jaren heeft hij zich ingezet voor de mensen die in Duitsland hun leven niet  meer zeker waren en op de vlucht sloegen. Kort na de Duitse inval op 10 mei 1940 werd de OrdeDienst opgericht. Mr.Kolff maakte hiervan deel uit. De leden van de OrdeDienst leefden in de veronderstelling dat de oorlog spoedig voorbij zou zijn. Het was de bedoeling  dat de OrdeDienst de periode na de oorlog – waarin weer de overgang gemaakt zou  moeten worden naar een normale maatschappij – zou overbruggen. Toen duidelijk werd dat de oorlog langer zou gaan duren, gingen de OD-ers  zich toeleggen op het verkrijgen en het doorgeven van inlichtingen uit bezet gebied, ten behoeve van de geallieerde oorlogsvoering. Daarnaast hiel de burgemeester zich bezig met het op grote schaal verlenen  van hulp aan onderduikers: geallieerde militairen, of joden, of jongemannen die zich aan de Arbeitseinsatz hadden onttrokken. Ook hielp hij verzetsgroepen bij het wegsmokkelen van mensen naar Engeland. Daarvoor moest hij Persoonsbewijzen zien te bemachtigen. Deze waren nodig om als reisdocument te dienen, maar ook voor het verkrijgen van een stamkaart. Zonder stamkaart kon men geen voedselbonkaarten krijgen. Hij reisde door heel Nederland  om blanco persoonsbewijzen te bemachtigen. Zo kreeg hij er eind 1941 30 stuks uit Zwartsluis.
Mr.Kolff was één van de initiatiefnemers van de groep Luctor et Emergo, die  inlichtingen uit bezet gebied via België naar Engeland doorspeelde. Hij was één  van de voormannen van de O.D.-groep van Generaal Roëll.
Op 8 augustus 1942 werd mr. Kolff gearresteerd en meegevoerd naar het bureau van de Sicherheitsdienst in de Euterpestraat te Amsterdam. Die arrestatie had een tragische bijzonderheid. Mr W. M. Kolff kwam thuis toen juist de telefoon ging. Zonder de deur achter zich   te sluiten, begaf hij zich naar het apparaat en de S.D.-ers, die zich aan zijn woning vervoegden, konden onbelemmerd het huis binnen stappen, de burgemeester de kans ontnemend zich in een geheime bergplaats te verstoppen. Hij werd weggevoerd naar Amsterdam, later in het Oranjehotel te Scheveningen  (celnr. 573) en verbleef achtereenvolgens in Amersfoort, Vught, Haaren (NB) en de Utrechtse gevangenis aan de Ganssteeg. Hier werd hij ter dood veroordeeld, maar kreeg gratie. Dit gebouw werd ook wel het voorportaal van de dood genoemd, omdat van hieruit  transport naar Duitsland volgde.
Eind oktober 1943 werd mr. Kolff van hieruit naar Sonnenburg in Duitsland (nu Polen) gebracht. De ‘nacht und nebel'-gevangene moest, als tegenstander van de Nazi's geruisloos verdwijnen. Over hem werden geen inlichtingen meer verstrekt, administratief had hij opgehouden te bestaan. De gevangenen in Sonnenburg moesten precisiewerk verrichten voor een nabij gelegen wapenfabriek. Er heersten besmettelijke ziekten, de gevangenen kregen te weinig te eten en raakten uitgeput. Op 25 januari 1944 stierf mr. Kolff in Sonnenburg.

Bron van bovenstaande tekst:
informatiebulletin Monument Enspijk

Celgenoot W. Ch. J. M. van Lanschot herinnerde hem als volgt:

"Als ik mij goed herinner, werd ik door Hans'-Jacob met Tim Kolff in contact gebracht. Al spoedig stond hij in onze organisatie bekend als "de kleine man". Met hem en met de burgemeester van Rossum, Van Goelst Meyer, had ik regelmatig contact en ontstond een zeer nauwe samenwerking. Tim verschafte mij voor alle gevallen, waar ik hem om vroeg, valse papieren voor agenten en anderen, die deze voor hun activiteiten nodig hadden. Hij bracht mij in contact met een sabotagegroep in Tiel, welke eenige belangrijke opdrachten voor ons uitvoerde. Tevens hielp hij mij bij het wegsmokkelen van mensen naar Engeland. Vele bijeenkomsten melden in het café-restaurant, gelegen vlak   bij de brug bij Zaltbommel. Ook werden mensen, die op weg waren naar Zwitserland door hem opgenomen. Persoonlijk onderhield bij veel contacten, die hij gebruikte om de opdrachten, welke hij door mijn   intermédiaire van de uit Engeland komende agenten Kees Schragen en Hans Zomer ontving, uit te voeren. Nadat hij in O.D.-verband gearresteerd  was, ontmoetten wij elkaar wederom in de gevangenis van Utrecht. Bij onze resp. verhoren werden wij naar elkaar gevraagd. Wij konden ons echter beroepen op een oude familievriendschap en konden dus onze illegale activiteit volkomen verzwijgen. Een zeer spannend moment ontstond nog, toen een briefje, dat men via een bonafide Nederlandse   bewaker trachtte naar buiten te smokkelen, achterhaald werd en Tim en ik afzonderlijk zwaar in verhoor werden genomen. Later werden wij regelmatig samen met de Generaal Röell gelucht en de opgewektheid en het gevoel voor humor van de kleine man werkte altijd bijzonder opbeurend. Nadat onze resp. processen hadden plaats gevonden, gingen onze wegen uit elkaar en helaas vernam ik bij mijn terugkeer, dat hij het hoogste goed gegeven had voor Koningin en Vaderland.
De kleine man was een gróót man, die door zijn voorbeeld vele jongeren geïnspireerd heeft. Zijn nagedachtenis zal door allen, die hem gekend hebben en in het bijzonder door hen, die weten hoe zwaar zijn strijd is geweest, in hoge ere worden gehouden. Gelukkig konden wij ook die zware dagen  doorkomen.
Z.E. Luitenant-Generaal b.d. Jhr. W. Röell geeft mij nog eenige indrukken omtrent zijn samenzijn met Tim in de Utrechtse gevangenis aan   de Gansstraat en hij beschrijft hem als een vrolijken, aardigen en geestigen man, die steeds vol verhalen was, vooral over zijn wederwaardigheden als burgemeester. Met tien man waren wij in een grote cel opgesloten. Tim wist een goede kameraadschap te handhaven. Niets wenschte bij voor zich zelf. De inhoud van de vele pakketten die hem uit Deil bereikten, werd bijna geheel aan zijn lotgenooten uitgedeeld.
Met zijn diep religieus gemoed, leidde hij de Zaterdagsche bijbelbesprekingen, die aan den daarop volgenden Zondagsdienst vooraf gingen. Hij ging ook voor in het dagelijksch gebed, dat ons tot in den ziel ontroerde, niet in de laatste plaats, omdat het hem nu éénmaal onmogelijk was om dit zonder zeker humor te doen. Hij heeft daardoor veel bijgedragen tot een hoopvolle stemming en een zekere berusting. Veel sprak hij met groote liefde over zijn eenig kind, zijn dochter Liesbeth en vaak waren zijn gedachten bij haar. Onverwacht werd Tim uit Utrecht weggevoerd.
Later heb ik vernomen, dat hij naar een Duitsch concentratiekamp was overgebracht en deze beste kerel op 25 januari 1944 te Sonnenberg bij Berlijn is overleden."


https://www.kolff.nl/kolffen/z5307.htm (Met schriftelijke toestemming van deze website)
Bron overlijdensadvertenties:  Teisterbander



Bron: Historie Deil uitg. Gem. Geldermalsen 2004

Na de oorlog werd mr. Kolff postuum onderscheiden met het Bronzen Kruis  vanwege zijn hulp aan onderduikers en joden en vanwege het onder gevaarlijke omstandigheden verschaffen van inlichtingen, die van waarde zijn geweest voor de  geallieerde oorlogsvoering. Daarnaast ontving de familie een dankbetuiging van  generaal D.D. Eisenhower voor zijn pilotenhulp en een blijk van deelneming van Koningin Wilhelmina.


In het gemeentehuis van Geldermalsen is een gedenkplaat ter ere van  burgemeester Kolff aangebracht. Deze is afkomstig uit het vml. gemeentehuis in Deil.
Ook is er een straat in Deil vernoemd naar Willem M. Kolff en een tankstation nabij Waardenburg.
Terug naar de inhoud