Dhr. R. Ligtermoet - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dhr. R. Ligtermoet

Gemeente Culemborg > Buiten de slachtofferslijst
Achternaam: Ligtermoet     
Voornamen: Rijk Jacob Cornelis 
Voorletters: R.J.C. 
Beroep: Sigarenmaker     
Geboorteplaats: Culemborg 
Geboortedatum: 07-01-1890 
Overlijdensplaats: Amsterdam 
Overlijdensdatum: 27-04-1943 
Begraafplaats: Noord-Ooster begraafplaats 
Gemeente: Amsterdam  
Vak:
Rij:
Nummer:        
De moeder van Rijk was Jacoba Elisabeth (Kossie van Bettemeui) van Zanten . "Kossie" trouwde op 19 juni 1878 te Beusichem (GE) met Nicolaas ("Klaas") Ligtermoet, sigarenmaker, geboren op 9 april 1856 om 6.00 uur in de Binnenmolenstraat, huis 689 te Culemborg (GE). 
Ze kregen samen acht kinderen: 
Marinus Martinus ("Rinus") 1878
Jacoba Cornelis (1880)
Alberdina Johanna (1887)
Rijk Jacob Cornelis (1890)
Nicolaas Cornelis ("Klaas") 1892
Elisabeth Jacoba (1894)
Jacoba ("Koosje") 1895
Neeltje (1897)
 
Klaas en Kossie Ligtermoet

Rijk Jacob Cornelis Ligtermoet, sigarenmaker, geboren op 7 januari 1890 te Culemborg (GE) (gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op 27 april 1943 te Amsterdam (NH) op 53-jarige leeftijd., begraven op  8 mei 1943 te Amsterdam (NH).
Op 13 oktober 1899 vertrekt Rijk uit Culemborg naar Amsterdam. Hij werkt daar als sigarenmaker. In latere instantie gaat hij in Beverwijk werken bij de sigarenfabriek van Majoor. Hij woonde op dat moment in de C.H. Moenstraat. Op 25 maart 1939 vertrok hij naar Amersfoort, waar hij eveneens als sigarenmaker werkte.
Op 11 oktober 1917 moest Rijk vijf maanden de gevangenis in inzake een mishandeling. Gerechtshof Amsterdam inv. 29 deel 13 rolboek. Datum van ontvangst 02-05-1917 no. 1947. Rijk Jacob Cornelis Ligtermoet van beroep sigarenmaker * Culemborg 07-01-1890 wonend te Amsterdam. Appelant in vrijheid. Inhoud van het vonnis: Bij vonnis der Arrondissements Rechtbank te Amsterdam dd. 15-03-1917 ter zake van mishandeling, veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf. Beslissing van het hof rechtsdag 27-09-1917 rapport P.J. Hoeffelman arrest 11-10-1917 no. 10097.
 
Wat gebeurde er precies?

Foto uit 1936 van de panden die in 1943 verwoest werden
(foto: Stadsarchief Amsterdam)

Tijdens de Duitse bezetting was het Carltonhotel gevorderd door de Duitse Luftwaffe om er o.a. Duitse officieren en hun aanhang in onder te brengen. Ook andere gebouwen in de omgeving waren bij de Luftwaffe in gebruik. Dit trok natuurlijk de aandacht van de geallieerden. De Duitse luchtafweer haalde in de nacht van 26 op 27 april 1943 boven Amsterdam een Engelse Halifax-bommenwerper neer. Deze stortte echter pal achter het Carltonhotel neer op de huizen in de Reguliersdwarsstraat en ook het hotel zelf werd zwaar beschadigd.

Anne Frank memoreerde deze crash zelfs in haar dagboek: "Het Carlton Hotel is kapot, twee Engelse vliegers met een grote lading brandbommen aan boord zijn precies op het ‘Offiziersheim’ gevallen. De hele hoek Vijzelstraat-Singel is afgebrand. De luchtaanvallen op de Duitse steden worden van dag tot dag sterker. We hebben geen nacht rust meer, ik heb zwarte kringen onder mijn ogen door het tekort aan slaap."
 
 


Het in 1943 verwoeste gedeelte van de Reguliersdwarsstraat

(bron: www.reguliers.net)
 
Rijk en zijn moeder, die in deze buurt woonden, kwamen daarbij om het leven. Rijk kon in eerste instantie aan de ontstane kerosinebrand ontkomen, maar omdat zijn moeder nog in de woning zat, is hij echter teruggekeerd. Doordat zijn moeder te dik was, kon zij niet door het raam komen. Rijk kon daardoor ook niet meer aan de vlammenzee ontkomen.
Uit: Het Handelsblad van 27 april 1943
 
Onderstaande kennisgeving werd in de krant geplaatst door haar oudste zoon en zijn broer:

Heden overleed door een noodlottig ongeval onze innig geliefde Moeder, Behuwd- Grootmoeder en Tante Mevrouw de Wed.

J.E. LIGTERMOET geb. VAN ZANTEN

in den ouderdom van 86 jaar.

en onze innig geliefde Broeder, Behuwdbroeder en onze Oom de Heer

R.J.C. LIGTERMOET

in den leeftijd van 53 jaar.
Amsterdam, 27 April 1943
St. Jorisstraat 4 boven
Uit aller naam

M.M. LIGTERMOET
De teraardebestelling zal plaats hebben Zaterdag 8 Mei a.s. tegen 1.30 uur o/d  Noord-Oosterbegraafplaats.
 
Jacoba Wals-Preiss, een kleindochter van Jacoba, schreef in 1992 over dit gezin voor het familiearchief het volgende:

'
Het was een groot huisgezin van Klaas Ligtermoet en zijn vrouw Jacoba Elizabeth van Zanten, ze woonden in Culemborg op de Westersingel no.29. Van hun zeven kinderen woonden er nog vijf thuis, de twee oudste kinderen Rinus en Dien woonden toen reeds in Amsterdam. Bij het middageten gebruikten ze geen borden maar er kwam een grote schaal op tafel, daar ging het eten in en dat werd met een mes in porties verdeeld zodat ieder zijn eigen stuk had.
De oudste van de vijf, Rijk, was nogal klein van stuk en een slechte eter. Zijn broer Klaas, die twee jaar jonger was en veel groter dan Rijk, lustte wel meer dan zijn eigen portie, hij spuugde dan in het portie van Rijk die werd daar dan weer misselijk van. Klaas zei dan: "Lust je niet meer? Dan eet ik het wel op." Soms werden er op zaterdag twee haringen gehaald voor bij het brood, daar werd dan door de hele familie van gegeten, hun vader kreeg de middelste stukken en de rest was voor moeder en de vijf kinderen, het ongelukkigst was je als je de kop kreeg. Ieder jaar was er een varken in de schuur dat in oktober geslacht werd. Het vlees werd in de schoorsteen te drogen gehangen. Een keer was het varken gestorven en dat betekende nog meer armoe. Als mijn moeder (lees de moeder van Jacoba Preiss) en haar twee zusters uit school kwamen, moesten ze voor dat ze buiten mochten spelen eerst een gedeelte van een sok breien en wel tien naadjes dat is twintig toeren. De sokken werden in het rond gebreid en aan de kant van iedere naald werden dan twee steken van de kant af een rechte steek gebreid, dat was dan het naadje. In 1912 is de familie naar Amsterdam verhuisd. Over de reden daarvan is nooit over gesproken. Opa was een harde werker die ook 's avonds en in het weekend werkte. In het weekend had hij veel geld voor zichzelf nodig. Een moeilijke periode brak voor heel Culemborg uit gedurende de stakingen vanaf 6 juli 1891 in de sigarenmakerindustrie. Op een stakingslijsten uit die tijd  staat Nicolaas met een aantekening dat hij drie kinderen bezat en daarvoor F 3,- tot F 3,25 steun per week ontving. De opkomst van de vakbond in Culemborg vanaf 1893 en de navolgende stakingen betekende door het weinige stakingsgeld nog meer armoede en een hoop problemen voor het gezin. De Trio-sigarenfabriek van de familie Dresselhuys kwam als overwinnaar uit het eerste stakingsconflict. De patronen vierden feest. Nicolaas Ligtermoet heeft in het openbaar zijn excuus moeten aanbieden en heeft op zijn kosten liedjes moeten laten drukken, waarin hij vermeldde dat het hem speet zo te hebben gehandeld. Mogelijk was dit een goede reden om te verhuizen. In 1912 verhuisden opa en oma naar Amsterdam en woonden daar eerst op de Palmgracht op de derde etage. Er was een trap naar boven die uit een stuk bestond, zonder portalen. Om bij een verdieping naar binnen te komen, was er voor die deur een plank en verder liep de trap rechtdoor naar boven naar de volgende verdiepingen. Rijk heeft de trap naar beneden ook een keer "genomen" hij ging op zijn achterwerk naar beneden. Kort daarna zijn ze verhuisd naar de Noordermarkt 4. Zondagsmiddags kwamen de kinderen die niet in huis woonden daar ook naartoe. Ze scheelden niet veel in leeftijd en er was een goede verstandhouding onder elkaar. Meestal gingen ze dan kaarten, wat nogal eens in ruzie eindigde. Dan nam oma de kaarten in en gooide ze in de kachel.'
De verjaardag van Jacoba Elisabeth van Zanten (Opoe), werd altijd op 1 november gevierd, waarom wist niemand*. Zij was een opgewekte vrouw die van een grapje hield. In 1912, afkomstig uit Beusichem en Culemborg was zij voor de Amsterdammer slecht te verstaan. Als iemand vroeg wie zij was dan zei ze: "Ik ben Kossie van Bettemeui." hetgeen wilde zeggen: ik ben een dochter van Elisabeth (Betty) van Zanten, haar moeder. Haar vader was reeds op haar vierde jaar overleden, daar had Opoe dan ook weinig herinneringen aan. Wel wist Opoe zich goed te herinneren dat haar moeder altijd aardappelen moest rooien om rond te komen. Zij vertelde haar kleinkinderen altijd dat verhaal, omdat ze vond dat deze te veel verwend werden.

Een van haar broers was geestelijk niet helemaal volwaardig. Hij had een spraakgebrek maar moest toch wel eens boodschappen doen voor zijn moeder. Omreden dat hij niet kon lezen en daarnaast slecht zijn boodschappen kon onthouden, maakte zijn moeder steeds een liedje voor hem, de tekst ging als volgt: :Een halve litel olie een lutje latje loe en moedel zaal de lente wel leve", wat zoveel betekende als: een halve liter olie en een stukje katoen en moeder zal de centen wel geven.

Als Opoe iemand niet vertrouwde dan zei ze: "Die heeft rare streken onder de steert" (onder de staart). Een andere uitdrukking was: "Zit niet zo te reppelen", dan bedoelde ze:  zit niet zo te wiebelen met je stoel. Opoe hield niet van sterke drank, maar ze lustte wel een brandenwijntje met suiker, dat was niet zo sterk volgens haar.

Tot kort voor haar dood kon ze op een feestje opstaan en het volgende liedje zingen:

Ik ben de vrolijke barbier,
Ik scheer mijn klanten met plezier,
Verkoop odeur en cosmetiek,
Aan het geëerd publiek.

Zij stelde dan zelf de barbier voor, haar oudste zoon kreeg een theedoek voor en was de klant.
Ze hoefde nooit alleen te zingen, haar zoons en dochters deden allemaal mee, want zingen konden ze allemaal. Voor haar kleindochters had ze ook een versje. Je voelde je dan heel gevleid, want je dacht dat het speciaal voor jou bestemd was. Later ontdekte je, dat ze alleen de kleur van de ogen hoefde te veranderen, het liedje ging als volgt:

Grijze ogen, mooie ogen,
Blauwe ogen, lieve ogen,
Bruine ogen, welbehagen,
Die alle mooie meisjes dragen.

Ook in die tijd waren er reeds van die kleverige vliegenvangers. Als hij vol met vliegen zat dan schoof Opoe het raam open en maakte er een sport van om een argeloze wandelaar eens te verwennen met een vliegenvanger op zijn hoofd. Op een keer bleef hij bij de buren in de geraniums hangen wat niet in dank werd afgenomen.

Op 25 Augustus 1938 schrijft Opoe Ligtermoet een gedicht in het poëziealbum van haar kleindochter Jacoba Elisabeth Wals-Preiss:

Klein is mijn versje
dat ik je hier bied.
Pluk bloemen op aarde
en vergeet mij niet.

Enkele weken voor haar dood kreeg Opoe last van haar maag, de dokter kwam een paar keer bij haar op bezoek. Tijdens de Paasdagen van 1943, dat viel op 25 en 26 april, was er een luchtaanval. Haar zoon Rijk was op beide dagen bij haar op bezoek en zou daarna terug gaan naar Amersfoort. Het schrijven van haar kleindochter eindigt met: "En toen kwam het vliegtuig.......", beide kwamen om.'
 
Met dank aan Leo Ligtermoet voor alle informatie en foto's.

* Naschrift redactie: 2 november is Allerzielen, een katholieke gedenkdag voor overleden dierbaren. Fatsoenlijkheidhalve vierde je dan geen verjaardag.
 
Zoeken op deze website
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu