Dhr. N. van Mourik uit Hellouw - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Ga naar de inhoud

Dhr. N. van Mourik uit Hellouw

Gemeente West Betuwe > Gesn. Indiëgangers
Achternaam: Mourik
Tussenvoegsels: van  
Voornamen: Nicolaas
Voorletters: N
Beroep: Sld. OVW.1-RS
Geboorteplaats: Hellouw
Geboortedatum: 21-07-1922
Overlijdensplaats: 02-07-1946
Overlijdensdatum: Semarang
Begraafplaats: Nederlands ereveld Candi
Gemeente: Semarang
Land: Indonesië
Vak: C
Rij:
Nummer: 223

Waalbandijk 123 in Hellouw (Bron M. van Mourik)

De ouders van Nico waren Arie Marinus van Mourik uit Hellouw (1892- Utrecht 1961) en Klaasje van Aalsburg (1895- Hellouw 1972). Ze trouwden in 1917 in Haaften en kregen op de Waalbandijk 123 samen de volgende kinderen:
  • Geertje Jacoba (1917-1999), trouwde in 1946 in Haaften met Aart van Maren (1914-1996)
  • Johannis Willem "Joke" (1918-1994)
  • Nicolaas (1922-1946)
  • Dinant (1922-2005), tweelingbroer van Nico!
  • Dina "Dientje" (*1924)
  • Arie Marinus (1928-2004)
  • Wimke Hendrika (1933-2006)
  • Maria (*1937)


Lagere School in Hellouw in 1928 Dinant links en Nico rechts in matrozenpakje (Bron: M. van Mourik)

Nico (l) en Dinant rond 1942

Dinant en Nico waren in de oorlog beiden werkzaam Ede-Wageningen. Dinant was daar leerling- kapper en Nico bakkersknecht. Ze woonden in de kost bij hun leermeesters. Al gauw werden ze betrokken bij activiteiten van de ondergrondse in Ede.
Toen de oorlog was afgelopen wilden ze beiden als oorlogsvrijwilliger naar Nederlands-Indië. Dinant werd echter afgekeurd op zijn voeten en Nico werd goedgekeurd. Dinant wilde perse met zijn tweelingbroer mee en kreeg een baan als oppasser in het leger aangeboden. Hij mocht dan niet aan acties deelnemen, maar wel diverse werkjes opknappen voor officieren.
De broers hadden op Java regelmatig met elkaar contact.  


Nico

Nico werd ingedeeld bij het regiment Stoottroepen. Dit Oorlogsvrijwilligers bataljon 1-RS is voortgekomen uit het voormalige Regiment Limburg, aangevuld met leden van de Binnenlandse Strijdkrachten van Rotterdam, Betuwe en de Gelderse vallei.
Het Regiment Limburg was al vanaf eind 1944 actief. Ingedeeld bij eenheden van het 9th US Army trok het in maart 1945 mee Duitsland in. Over de Rijn, zelfs tot aan Münster en Magdeburg toe. Het Regiment werd ingezet bij bezettings-, bewakings- en politietaken, daarnaast ruimde het nog aanwezige verzetshaarden op. Na  Duitsland werd het ook ingezet in Frankrijk (Epinal) en België (Luik).
In juni 1945 keerde het Regiment Limburg terug naar Nederland en werd het samengevoegd met de stoters van Commando Brabant en omgevormd tot één regiment, het 'Oorlogsregiment Stoottroepen' bestaande uit 1-RS en 3(7)-RS. Via Engeland, waar het bataljon werd voorzien van de noodzakelijke uitrusting, vertrok het naar Indië. Daar de bevelhebber van het South East Asia Command (SEAC), de admiraal Mountbatten, vanaf 2 november 1945 een landingsverbod op Java en Sumatra voor Nederlandse troepen had ingesteld werd er uitgeweken naar Malakka. Dit verbod is in maart 1946 opgeheven.
Nico was geweerschutter en werd op 2 juli 1946 tijdens terugkeer van een patrouille ten zuidoosten van Semarang (Tegalkangkoeng) dodelijk getroffen door een sluipschutter, die zich in een boom had verscholen.
De ouders, broers en zusters werden een dag later na een kerkdienst in Nieuwwaal door de burgemeester en wethouder van Haaften buiten opgewacht. Zij brachten toen de onheilsboodschap over.

Begin maart 1946 vertrok het bataljon uiteindelijk naar Midden-Java, in vml. Nederlands-Indië, waar het te Semarang debarkeerde. Hier werd het bataljon gelegerd in het oostelijke deel van de stad aan de demarcatielijn, met twee vooruitgeschoven posten "Slachthuis" en post "Sjef". De eerste zuiveringsactie, "Primeur", vond plaats op 1 april 1946 bij Kidoel waarbij een nieuwe post werd betrokken namelijk "Hoogtepunt 13". In augustus vonden er enkele grote aanvallen plaats van de TNI die met succes afgeslagen werden. Vooral "Hoogtepunt 13" kreeg het zwaar te verduren.  Na deze aanvallen nam de T-Brigade het initiatief en ging over tot actie. Na deze acties die gericht waren naar alle zijden werd de ring om Semarang aanzienlijk vergroot. Vanaf 12 oktober werd het bataljon aangesteld als Brigadereserve, gelegerd in Djatingaleh, en opereerde het over het gehele front.

Tijdens de 1e politionele actie, 21 juli 1947, trok het bataljon op naar het zuiden en bezette Oengaran, Bawen en Salatiga. Daarna werd het ingezet ten oosten van Semarang, waar het Mranggen en Poerwosari bezette. Hierna volgden diverse zuiveringsacties ten westen van Semarang samen met 2-6 RI. Op de laatste dag van de actie werden ook nog Demak, Dempet en Goeboeg bezet. Na 5 augustus werd het bataljon west van Salatiga gelegerd met posten te Tjandiredjo, Djelok, Karangdoeren en Kopeng. Door intensief te patrouilleren en het voeren van zuiveringsacties was het gebied in november 1947 betrekkelijk rustig. Geleidelijk namen 2-6 RI en 2-7 RI, in verband met de aanstaande repatriëring, de posten over. Op 11 januari 1948 was het bataljon verzameld in Salatiga en werd het vak overgedragen aan 5-5 RI.

Bron: De Stoot: doden-nummer 1e bataljon regiment stoottroepen april 1948 en www.indie-1945-1950.nl      
Terug naar de inhoud