Dhr. A. Bijl uit Asperen - Oorlogsslachtoffers Betuwe-West

Ga naar de inhoud

Dhr. A. Bijl uit Asperen

Gemeente West Betuwe > Buiten de slachtofferslijst > Gesneuvelde Indiëgangers
Achternaam: Bijl
Tussenvoegsels:
Voornamen: Arie
Voorletters: A
Beroep:
Geboorteplaats: Asperen
Geboortedatum: 17-11-1926
Overlijdensplaats: Surabaya
Overlijdensdatum: 21-08-1947
Begraafplaats: Nederlands ereveld Kembang Kuning te Surabaya
Gemeente:
Provincie:
Land: Indonesië
Vak: B
Rij:
Nummer: 32
Arie is geboren op 17 november 1926 te Asperen. Zijn ouders waren timmerman Arie Bijl (Herwijnen 1888 - Zeist 1958) en Hendrika Vink (Acquoy 1887-1981)
Ze trouwden op 29 oktober 1913 in Asperen en kregen de volgende kinderen:
  • G. Bijl (1911-2008) kreeg 5 kinderen, woonde vanaf 1949 op Oude Arnhemseweg 277 in Zeist
  • Arie (1926-1947)
  • J.B. Stam-Bijl (1927-2007)
  • T. Bijl (1929-2009)
  • J. Bijl (1930-2010) kreeg een kind
  • M.C.J.G. Bijl (1932-2011) kreeg twee kinderen

Het gezin verhuisde op 16-03-1932 naar Zeist, Roemer Visserlaan 31.
In het voorjaar van 1947 werd Arie jr. opgeroepen als dienstplichtige en naar Nederlands-Indië gezonden. Hij maakte deel uit van Regiment Infanterie 2-4-5 welke was gevormd dienstplichtigen van de lichting 1946 en was een bewakingsbataljon van de D-divisie. Ondanks de korte opleiding en lichte bewapening werd het ingezet als een normale infanterie eenheid. Na aankomst te Soerabaja werd het bataljon vanaf half april 1947 belast met de bewaking van objecten in Soerabaja en vonden er detacheringen plaats te Tjermee, Modjokerto en Gempol Kerep om frontervaring op te doen. Op 23 en 29 juni namen de 1e en 3e cie Gendong-Tambak en Tjermee over van 1-12 RI. De overige cieën werden gelegerd te Balongbenda nabij Modjokerto.
Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, werden de 1e en 3e cie gelegerd te Modjokerto en Soerabaja. Een peloton nam op 21 juli samen met 3-5 RI deel aan de bezetting van Patjet en Trawas. De 4e cie werd op 22 juli per LCT overgebracht naar het pas bezette Probolinggo om deze stad te beveiligen. De 2e cie. gaf op 29 juli rugdekking bij de opmars naar Malang en werd daarna gelegerd te Blimbing en Singosari. Na 15 augustus werd het verspreid gelegerde bataljon verenigd rond Lawang (een cie. bleef te Modjokerto). Op 16 augustus werd Arie samen met twee van zijn collega's ernstig gewond toen hun carrier op een mijn liep. Arie overleed twee dagen later in het ziekenhuis.

In de korpsgeschiedenis staat het volgende te lezen over de doodsoorzaak van Arie:

Arie overleed op 21 augustus 1947 met zeer ernstige verwondingen in het Marine Hospitaal te Soerabaja. Kort daarvoor overleden ook zijn maten die in het verslag genoemd worden: Gerrit Johan Hettema overleed op 18 -8-1947 in Singorosie en Anton Gijsbertus Polman op 20 augustus 1947 in Soerabaja.
Na dit dodelijke incident, werd direct begonnen met het beveiligen van de weg Soerabaja Malang. Daarna werd het gehele bataljonsvak gezuiverd door een intensieve patrouillegang en vele acties zoals b.v. tussen 3 en 6 september tegen Nongkodjadjar en op 5 januari 1948 tegen Wonomoeljo waar zich een grote concentratie TNI bevond.
Op 11 januari 1948 nam het bataljon de sector Pasoeroean over van 2-10 RI, waarna het op 4 april 1-12 RI afloste te Malang met o.a. posten te Toempang en Soekaredjo. Aanvankelijk was het rustig maar vanaf augustus nam de onrust weer toe.
Tijdens de 2e politionele actie, op 19 december 1948, had het bataljon een dekkende en afsluitende taak en schakelde het de uitgeweken  groepen TNI rond Malang uit. De 3e cie beveiligde de flank in de opmars naar Toeren en bezette Wadjek. Na 8 januari 1949 werd het bataljon gelegerd te Toeren, Toempang en Batoe. De 4e cie werd op 10 januari west van Kepandjen gelegerd. Ook de 3e cie werd hier gelegerd toen na de actie "Haai", van 17/24 februari, bleek dat er zich bij Pohgadjih een grote concentratie TNI bevond. In maart was het bataljon gelegerd ten zuiden van de lijn Kepandjen Toeren. Op 31 juli werden de 3e cie en de Ost.cie opgeheven. Op 10 augustus hield het bataljon als zelfstandige eenheid op te bestaan en nam 4 GRPIr het vak over. De 1e cie bleef gelegerd te Toeren. De 4e cie werd gelegerd te Toeloengagoeng (4 GRJ), de 2e cie te kertosono (4 GRGr). Bij de repatriëring kwam het bataljon weer bijeen te Soerabaja.

       
In zijn woonplaats Zeist herinneren nog twee monumenten aan hem :


Het 'Indië-monument' in Zeist is opgericht ter nagedachtenis aan de medeburgers die als militair tijdens de politionele acties in het voormalig Nederlands-Indië zijn gesneuveld.
Op 4 mei 1950 werd er een plaquette aan de Gereformeerde Bergwegkerk, ook wel Noorderkerk genoemd, aan de Bergweg 92A onthuld, voor gesneuvelde gemeenteleden. Hierbij werd de volgende rede uitgesproken:


Niet alle militairen uit Zeist die als dienstplichtige of als vrijwilliger naar Indonesië vertrokken, keerden terug. Tussen 1946 en 1948 zijn negen van die militairen gesneuveld of overleden als gevolg van ziekte of een ongeval. Op verzoek van de Band Nederland-Indië besloot het college van burgemeester en wethouders op 3 april 1948 aan hen de 'Eeremedaille van de gemeente Zeist ter herinnering aan de Indische militaire dienst' voor dienstplichtigen en OVV'ers postuum toe te kennen. In een bijeenkomst in kleine kring op 22 november van dat jaar, werd die eremedaille van de gemeente Zeist uitgereikt aan de nabestaanden van Arie Bijl.
   
Terug naar de inhoud