Dhr. A. de Gram - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dhr. A. de Gram

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Geldermalsen
RECTIFICATIE: Op donderdag 4 april 2013 publiceerde Richard van de Velde in Nieuwsblad Geldermalsen een artikel met de titel “Tragische oorlogsdood Geldermalsense jongemannen”.  Onder het kopje “Dolle Dinsdag” schrijft de auteur dat  de huishoudster van NSB-burgemeester Remmert, Teuntje van Zandwijk was uit Erichem. Naar nu blijkt, was dat haar 10 jaar oudere zus C. van Zandwijk (1924-2005). Om misverstanden te voorkomen wil de auteur dit graag rechtzetten en biedt hij oprechte excuses aan.
Achternaam: Gram
Tussenvoegsels: de 
Voornamen: Arend 
Voorletters: A.
Beroep: Steenperser
Geboorteplaats: Geldermalsen
Geboortedatum: 21-08-1921 
Overlijdensplaats: Utrecht Overlijdensdatum 26-10-1944
Begraafplaats: Algemene begraafplaats Geldermalsen
Gemeente: Geldermalsen
Provincie: Gelderland 
Vak:   
Nummer: 1
Dirk, Mien en Arend rond 1930

 
De ouders van Arend waren de uit Geldermalsen  afkomstige bosarbeider/thuisslachter  Dirk Johannes de Gram (*1885-1972) en Wilhelmina  "Mien" van Gelderen (*1897-1973). Ze trouwden op 5  november 1920 in Geldermalsen. Ze kregen één zoon. Ze woonden op de Klepel in  Geldermalsen.
Hun huis op de inmiddels afgebroken Klepel  

Wilhelmina was dienstbode en werkte in 1927 en 1928 op twee adressen in  Utrecht. Arend woonde in die tijd bij zijn opa en oma in.
De moeder van Arend was een zus van Anthonia van  Gelderen, de moeder van  Kees de Bruin en Anna Maria van Gelderen, de vrouw van  Teunis Kruisen. Des te tragischer is  het dat Johanna van Gelderen, de vierde zus, getrouwd was met de uit Buurmalsen afkomstige  Mattheus van der Pol, die tijdens  de Arbeitseinsatz in 1943 in Witten te Duitsland overleed.
Het vriendinnetje met wie Arend rond 1943-1944 samenwoonde was C. van Zandwijk.  Zij was huishoudster bij   N.S.B.-burgemeester van Geldermalsen en waarnemend burgemeester van Culemborg,  Buren, Buurmalsen, Beesd, Deil, Varik en Ophemert. Zijn ambtswoning stond aan de  Koppelsedijk in Geldermalsen.  

Op Dolle Dinsdag 5 september 1944 vluchtten veel Duitse soldaten en NSB'ers uit Geldermalsen. Volgens diverse familieleden van het omgekomen trio en familie van een bekend verzetsman uit Geldermalsen zou het volgende gebeurd zijn:
"Anna, de vrouw van de NSB-burgemeester J.F. Remmert, zou tegen haar huishoudster C. van Zandwijk gezegd hebben, dat ze de spullen die zij niet met zich mee konden nemen, mocht hebben. Arend de Gram had verkering met deze huishoudster. Hij vroeg of zijn neef Kees De Bruin en oom Teunis Kruissen, die ook hulp kreeg van zijn oudste zoon T., hem met behulp van een handkar wilden helpen om de spullen uit het huis te halen. Ook levende have was niet veilig, want het geitje van de dochters van de burgemeester werd ook meegenomen.
Na enkele dagen keerden de burgemeester en de Duitse soldaten echter weer terug. De burgemeester bemerkte dat zijn huis helemáál was leeggehaald en eiste alle huisraad weer van de huishoudster terug. Ook de Feldgendarmerie bemoeide zich ermee, bedreigde o.a Anna Maria van Gelderen  en sloeg haar tot bloedens toe met een revolver in haar gezicht, dit onder toeziend oog van haar oudste zoon T.
Burgemeester Remmert en de Feldgendarmerie spraken van plundering en al snel was duidelijk wie hierbij betrokken waren. Kees de Bruin en Arend de Gram gaven zich al spoedig aan. Teunis Kruissen dook echter onder bij familie in Erichem.

Bijna alle meubelstukken werden teruggevonden, maar ondergoed, linnen en textiel waren in de tussentijd al van hand tot hand gegaan en niet meer te traceren. Omdat Teunis zich nog niet bij de politie had gemeld, werd de vrouw van Kees de Bruin  gegijzeld, waarop Teunis zich tenslotte op 25 oktober 1944 ook bij de Feldgendarmerie meldde. Het trio werd de volgende dag onder begeleiding van de plaatselijke politieman Wildschut per auto naar Utrecht overgebracht. Deze agent heeft ze bij een sanitaire stop bij de pont in Beusichem nog de raad gegeven dat ze moesten vluchten. De mannen vertelden hem dat ze niets verkeerd hadden gedaan en dat ze dat in Utrecht ook zouden verklaren."
Bron foto: Utrechts Archief

Helaas is het zover nooit gekomen, want nog op diezelfde 26 oktober 1944 zijn ze rond 17.00 uur in de Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis Wolvenplein in Utrecht (zie foto) geëxecuteerd. Hun overlijden is aangegeven door rechercheur P.A. Loenen.  

De slachtoffers werden in Utrecht begraven. In juli/augustus 1945 schakelde de familie van de slachtoffers dhr. Koenen en zijn twee zonen Gradus en Dirk uit de volkswijk 't Rot in Geldermalsen in om de stoffelijke overschotten met de platte wagen, bespannen met twee paarden naar Geldermalsen te transporteren. Om uitsluitsel te geven dat het de juiste personen betrof,  moesten zij de stoffelijke overschotten na tien maanden nog identificeren.
De herbegrafenis vond plaats op de Algemene begraafplaats te Geldermalsen.


Zie hier de overlijdensakte van Arend.

De nog jonge kinderen van Teunis Kruissen zaten eerst in een weeshuis in  Apeldoorn en werden rond 1948 liefderijk opgenomen in het gezin van Dirk en  "Mien" de Gram, de ouders van Arend. De  grafzerk van deze pleegouders maakt hiervan nog melding.  
 
Bron: De Teisterbander 11-11-1944
Bron: RAR, Tiel  
 
Bron: "Echo's uit de oorlog" van J. Schelvis
 
In januari 1947 werd tegen oud-burgemeester Remmert van Geldermalsen een strafproces gevoerd. Zie uitgebreid verslag daarvan elders op deze website.

Met dank aan leden van het Stamboomvragenforum, met name Ludmilla van Santen
 
Zoeken op deze website
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu