Mevr. R. van Bommel - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mevr. R. van Bommel

Gemeente West Betuwe > Burgerslachtoffers: > Opijnen
Achternaam: Bommel
Tussenvoegsels: van
Voornamen: Reijertje
Voorletters: R
Beroep:
Geboorteplaats: Opijnen
Geboortedatum: 28-10-1937
Overlijdensplaats: Tuil
Overlijdensdatum: 06-02-1945
Begraafplaats: Opijnen, begraafplaats bij Hervormde kerk
Vak:
Rij:
Nummer:
Graf van de ouders van Reijertje in Opijnen

De ouders van Reijertje waren de uit Opijnen afkomstige landbouwer Cornelis van Bommel (1898-1989) en de Waardenburgse Jenetta de Kock (1903-1967). Ze trouwden in 1931 in Opijnen en kregen de volgende kinderen:
  • Gijsbert (*1931)
  • Hendrik (*1932)
  • Reijertje (1937-1945)
  • Clasinus (*1942)
  • Cornelis Johannes geb. in 1943, overleden op 15 april 1945 in Waardenburg
  • Reijer Cornelis (*1948), genoemd naar overleden broer en zus

‘Ons gezin Van Bommel woonde in een kleine boerderij op Zandstraat A83 (nu 25) in Opijnen en bestond in de oorlog uit 7 personen en een oudoom.
Najaar 1944 was Den Bosch bevrijd en stonden de geallieerden aan de Maas. De Duitsers verwachtten een doorbraak van de Geallieerden tussen Tiel en Zaltbommel en sommeerde de bevolking ten oosten van de spoorlijn Utrecht- Den Bosch te evacueren.’
Aan het woord is Sienus van Bommel geboren in maart 1942. ‘Wij moesten naar een zus van mijn moeder die in Tuil aan de St. Antoniusstraat 13 woonden. Beelden van het vertrek kan ik nog voor mij zien. Ik zat onder een roodgele deken op de boerenwagen naast mijn oudoom en het vee was erachter geknoopt. Mijn vader en broer liepen naast en achter het vee. Een mand met kakelende kippen bungelde onder de kar.
Mijn moeder was met de kinderwagen, waar mijn broertje van 18 maanden in lag, en met mijn zusje van ruim zeven jaar al lopend vertrokken. Ze maakte een tussenstop bij haar moeder in Waardenburg, die ook moest evacueren.

Toen we in Tuil aankwamen werd het vee bij verschillende boeren ondergebracht. Mijn oom en tante hadden een tuindersbedrijf. Hun gezin bestond uit zes personen en 'oma Satter'. Wij waren dus in totaal met veertien personen in dat huis. Daar kan ik me niet veel meer van herinneren.
Op 6 februari 1945 was het een prachtige zonnige dag, de eerste lentedag. ‘s Morgensvroeg kwamen al Duitse soldaten het erf oprijden met een vrachtwagen. Zij wilden de munitie, die in het washok van de boerderij was opgeslagen, weer opladen om ze ergens anders weer onder te brengen. Alle omwonenden waren opgelucht dat de munitie weer weg zou worden gehaald in verband met het gevaar.

Reijertje (Bron: C. van Bommel)

Mijn oom Satter was zijn tuin al aan het omspitten na de winter en mijn moeder had de was al gedaan en wilde dat vanwege het mooie weer in de tuin ophangen. Ze vertelde mij later dat ze de volle wasmand naast haar had staan en ze wilde de waslijndraden met een doek schoonmaken, toen ze een vreemde tik hoorde. Ze schrok, omdat ze wist dat de soldaten bezig waren met het verplaatsen van de munitie. Op hetzelfde moment kwam er een enorme grote klap en zag ze het washok en het achterhuis de lucht in vliegen. Het was een enorme ravage om haar heen en alles was in een klap verdwenen. Haar wasmand en de waslijn waren er niet meer, maar wonder boven wonder had mijn moeder geen schrammetje opgelopen. Mijn oom die vlakbij haar aan het spitten was, was ernstig verwond en lag bloedend op de grond. Een van zijn ogen was verdwenen. Er was een stuk van zijn oor af en verder bloedde hij op veel plaatsen.
Mijn zusje Reijertje had juist de afwas gedaan en wilde vanuit de keuken van het voorhuis naar buiten lopen en is door de enorme klap en luchtdruk ter plekke overleden.  
In de keuken zat 'oma Satter' (Weduwe A.M. van der Werken, red.) en zij was op de kachel gevallen, waardoor ze veel brandwonden opliep. Ze is ‘s middags nog zwaargewond naar het ziekenhuis in Zaltbommel vervoerd en onderweg overleden.
Ik was met mijn neefje en nichtje in de voorkamer aan het spelen. Wat ik mij herinner was de enorme knal en een enorme grijze wolk, waardoor wij niets konden zien. We moesten enorm huilen en ik weet nog dat de buren ons via het raam naar buiten hebben gebracht.
Mijn neefje speelde bij het raam en zat door de glasscherven helemaal onder het bloed. Ik had veel geluk, omdat ik bij een muur speelde die overeind bleef staan. Ik schijn alleen schaafwonden op mijn been en neus te hebben gehad.
Mijn jongste broertje lag toen het gebeurde nog in zijn ledikantje en zat in shock in zijn bedje rondom in het puin. Hij staarde voor zich uit. In eerste instantie dacht men dat hij ook dood was, maar gelukkig was dat niet zo.
Toen dit gebeurde waren mijn vader en broer Henk op andere boerderijen het vee aan het verzorgen.

Buiten was het 8-jarige evacueetje van onze buren, Jannie de Jongh, door rondvliegende scherven getroffen en op slag gedood. Dat lot trof ook enkele Duitse soldaten. Het was een verschrikkelijk aanblik voor de buurtgenoten, omdat hun lichamen uit elkaar waren gereten en her en der stukken op het erf in de bomen, bewegwijzering e.d. terecht waren gekomen.

(Deze soldaten behoorden allen tot de Duitse luchtdoelbatterij (Flak) van Haaften en hadden de volgende namen:
  • Wm. Heinrich Grossestrangmann (geb. 24 maart 1917) Blok R, rij 11, graf 274
  • Obergefr. Kurt Isensee (geb. 22 juni 1912) Blok R, rij 11, graf 274
  • Gefr. Antonius Koch (geb. 19 juni 1923) Blok R, rij 11, graf 274
  • Gefr. Wilhelm Limper (geb. 1 juli 1900)
    Blok R, rij 11, graf 274
    Ze werden eerst in een gezamenlijk graf begraven in Zaltbommel en na de oorlog overgebracht naar Ysselsteyn, Red.)

Alle getroffen families werden bij andere mensen in huis ondergebracht. Wij kwamen bij familie De Bie, die met noodvoorzieningen van dikke zeilen provisorische slaapkamers hadden gemaakt. Ik herinner me dat ik daar niet alleen wilde slapen.
Omdat we nog niet naar Opijnen mochten, werd mijn zusje diezelfde week nog in Tuil begraven. Jannie de Jongh mocht wel in Waardenburg begraven worden.
Begin maart 1945 werd het gebied door de Duitsers weer vrijgegeven en keerde iedereen weer terug naar huis.
Ceesje (Bron: C. van Bommel)
Mijn jongste broertje, die al een slechte gezondheid kende, werd steeds zieker en werd opgenomen in het noodziekenhuis in Neerijnen, het huidige gemeentehuis.  Regelmatig bezocht ik hem met mijn moeder. Ik zie nog steeds de voor mij grote trappen voor me, voor we bij hem waren. Vaak kreeg ik een kaakje van de zuster als mijn broertje het niet wilde eten. Dat vond ik heerlijk. Begin april is hij daar overleden en weet nog hoe hij in het kistje lag, dat beplakt was met blauw/wit kastpapier.
 
Het was mijn moeders wens dat Reijertje ook herbegraven zou worden in Opijnen. Enkele oudere jongens uit onze buurt, Cees Hopmans, Henk van Empel, Hendrik de Kock en Gerard van Driel hebben op de dag van de begrafenis van mijn broertje, ’s morgens mijn zusje in Tuil weer opgegraven en met het zogenaamde bloemenkarretje naar Opijnen gehaald en onderin het graf geplaatst, waar ‘s middags mijn broertje ook kwam te liggen.
Ook weet ik nog dat toen we weer thuis waren, er Duitsers met paarden bij ons thuis werden ingekwartierd. Ze hadden suiker bij zich en mijn moeder moest pap met suiker voor hen koken. Ik mocht op schoot bij een soldaat en at lekker mee.
Sienus spreekt tenslotte de verzoenende woorden: Soms hadden Duitsers ook kinderen en moesten ook huis en haard verlaten voor het gevecht. “


Op 5 mei 2015 werd onder aan de Waalbandijk in de uiterwaarden van Waardenburg een gedenksteen geplaatst ter nagedachtenis aan de omgekomen meisjes.

De tekst op de steen luidt:
'DANK AAN HEN DIE STREDEN
MET DEZE ZWARTE POPULIEREN
GEVEN STICHTING ONZE WAAL, LEO ULLMAN
& STICHTING BEELD VAN ORANJE LINTEN
DE VREDE DOOR AAN VOLGENDE GENERATIES
NEERIJNEN 5 MEI 2015'.

Recentelijk stond basisschool De Waerdenburght in Waardenburg stil bij deze gebeurtenis. Via het Nationaal Comité 4 en 5 mei adopteerde de school deze gedenksteen. In aanwezigheid van de zussen Gozewiena van de Werken-de Jongh en Willy van Staveren- de Jongh, woonachtig in Geldermalsen, bloemen gelegd.
                               

Op 5 mei 2016 om 10:00 uur werd in Tuil op het pleintje van de oude Basisschool een boom geplant ter herinnering aan Jannie en Reiertje. De boom met herdenkingssteen werd opgedragen aan alle onschuldige kinderen die tijdens de oorlog geleden hebben onder het geweld. Het is een initiatief van de stichting Bol op 5 mei  een boom van betekenis opdragen aan een gebeurtenis uit het verleden die ons eraan herinnert hoe belangrijk onze vrijheid is voor iedereen.

Met dank aan C. van Bommel
 
Zoeken op deze website
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu