Terugblik eerste oorlogsdagen - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Terugblik eerste oorlogsdagen

Gemeente West Betuwe > Oorlogsjaren Geldermalsen
 Geldermalsen e.o. in de greep van de oorlog
Betuwse evacuees nabij Haastrecht (RAR, Tiel)

Op vrijdag 10 mei 1940 werden veel mensen rond vier uur 's morgens wakker van het gebrom van vele vliegtuigen en snelden naar het slaapkamerraam. Het machtige schouwspel dat ze toen zagen, zouden de inwoners van Geldermalsen e.o.  nooit meer vergeten.

Hoog in de mistige morgenlucht kwamen van het oosten alsmaar nieuwe en steeds meer vliegtuigen, in strakke formaties, ron­kend naderen en verdwijnen. Zware bommenwer­pers, waartussen zilveren jagers cirkelden, alles trekkend in westelijke richting.
Hoe indrukwekkend dit gezicht ook was, direct beseften ze dat er aan onze neutraliteit een einde was gekomen. En toen kort hierop de radio al meldde, dat bij Rotterdam en Den Haag al parachutisten waren geland, hadden ze hierover zekerheid.
Binnen de kortste keren stonden overal massa’s mensen op straat in de lucht te turen of bespraken druk hetgeen er boven hun hoofden gebeurde.
Voor menigeen bleef deze vrijdag voor eeuwig in hun geheugen gegrift.  Er heerste een  verstikkende sfeer. Nergens werd die dag veel gewerkt. De radio stond doorlopend aan en met spanning werd er naar de nieuwsberichten geluisterd, die ongeveer om het half uur uitgezonden werden.
Verduisteringspapier was een kostbaar bezit geworden. Zij, die het hadden, gingen snel aan het werk, om  hun huis te verduisteren. Anderen gebruikten hou­ten planken, wollen dekens, kastpapier en verdere lichtwerende stoffen.
Niemand sliep die nacht. Wat zou de dag van morgen brengen? Zouden hun leven, huis en bezittingen dan nog in ongeschonden staat verkeren?

ZATERDAG 11 mei
Bij zonsopgang werd men ruw gewekt door het geratel van machinegeweren, het gedonder van het afweergeschut en het gebrom van vliegtuigen. Op straat hoorde men daartussendoor ook nog een ware kakofonie van geluiden: ratelen­de wielen, hollende mensen, een geroep van „dekken, dekken". De straten waren vol militairen, die waren teruggetrokken uit de grenslinies. Langs straten en wegen was het een onderbroken stroom van allerlei voertuigen. De bevolking van Geldermalsen kreeg door inkwartiering ook binnenshuis haar deel aan het gebeuren.
De bevolking hield zich volmaakt kalm 'en wachtte met berusting de dingen af, die komen zouden. Ook deze dag hield de radio de bevolking in voortdurende spanning over de duizelingwekkende snelheid van de ontwikkelingen,
's Avonds na acht uur moest iedereen binnen zijn. Nauwgezet werd door de militairen toegezien dat geen onbevoegden zich op straat begaven. En in hun lichtdichte kamers zaten de burgers onrustig te wachten, op…… ja, op wat? Een bombardement uit de lucht leek hen het waarschijnlijkst. Niets gebeurde echter en tenslotte besloot men maar te gaan slapen.

ZONDAG 12 MEI (Pinksterzondag)
1e Pinksterdag was het stralend weer. De weer vroeg overvliegende bommenwerpers zorgden weer voor de nodige spanning, Het was  opmerkelijk hoe lang die spannende dagen duurde. Het leek alsof de oorlog al weken aan de gang was.
Doordat vrijwel in alle kerken troepen gelegerd waren, konden vele diensten niet doorgaan. De gehele dag bulderde hier of daar het afweergeschut en er ging geen uur voorbij, of vliegtuiggeronk klonk als een sombere dreiging in de oren. De radio deelde bijna onafgebroken luchtwachtberichten mee. Op straat moest men voortdurend bedacht zijn op dekking zoeken.
Toen kwam er plotseling een evacuatiebericht. De burgerij van Geldermalsen had er helemaal niet op gerekend. De burgemeester had van de militaire overheid de zekerheid gekregen dat zijn dorp niet hoefde te evacueren en dat voorbereidingen daarvoor dan ook niet nodig waren. Maar als een donderslag bij heldere hemel kwam de telegrafische opdracht dat de burgers binnen 24 uur volledig naar Gouda moesten evacueren. In enkele uren tijd moest een ordelijke uittocht geregeld worden. De reden van de evacuatie was dat het gehele gebied onder water gezet zou worden. Behalve een schema voor de evacuatie, kregen de burgers een persoonlijk briefje van de burgemeester.
Tevens kregen de burgemeesters Pos van Beesd en Kolff van Deil opdracht om met hun  bevolking ook naar Gouda te vertrekken.
Buurmalsen moest ook evacueren. B
urgemeester Van der Borch tot Verwolde kreeg het bevel naar Benschop en Hoenkoop te vertrekken.
Dodelijk vermoeid van alle ervaringen zocht iedereen laat in de nacht zijn bed op. Zouden ze de volgende dag nog leven?
 
BURGERS VAN GELDERMALSEN!

Gij vindt hierbij een schema voor evacuatie, zoo deze onverhoopt nodig mocht worden.
Moge hierin een geruststelling schuilen voor degenen, die door overdreven angst bevangen de neiging hebben om te vluchten.
Vermijdt vooral elkaar door angstige taal aan te drijven tot een paniekstemming, waarvoor geen reden bestaat.
Bedenk, dat het sein tot vertrek alleen door mij en door niemand anders gegeven wordt; de zaak is daarvoor te ernstig.
Ik blijf in ieder geval tot het uiterste ter plaatse.

Geldermalsen, 12 mei 1940.
 
De Burgemeester van Geldermalsen
F.F. Rooseveld van der Ven
 
MAANDAG 13 MEI (Pinkstermaandag)
De dag van de evacuatie. De radioberichten werden steeds verontrustender van vorm en inhoud.
Was de bevolking van Geldermalsen zo gelukkig om door particuliere auto's naar Gouda te worden vervoerd, in Buurmalsen moest men het zonder behoorlijke vervoermiddelen stellen.
De eerste groepen vertrokken om vier uur in de morgen op fietsen, paarden en wagens, bereidwillig afgestaan door de boeren, beladen met het hoogstnodige en voorzien van de nodige proviand. De route ging via Beesd, Leerdam, Meerkerk, Ameide en Lopik naar Benschop en Hoenkoop. Voor de zieken en ouden van dagen kreeg men de beschikking over twee autobussen van het Rode Kruis. Toen alles wat rijden kon was vertrokken, bleven er toch nog mensen achter.
Voor vertrek werd nog een laatste ronde door het dorp gemaakt 'dat er dood en verlaten' uitzag. Hier en daar werden enkele konijnen de vrijheid gegeven en staldeuren geopend om de nog aanwezige varkens of kleinvee gelegenheid te geven zichzelf te voeden. De gestuurde bussen bleken echter de route niet te kunnen volgen vanwege de smalle wegen en snel werd besloten vanaf Beesd de nieuwe rijksweg te nemen en bij Vianen de Lekbrug over te gaan, wat niet zonder gevaar bleek.
 
Toen men bij de straatweg aankwam, kwamen er al vliegtuigen over, maar die namen in eerste instantie geen notitie van de autobussen. Bij het naderen van de Lekbrug werd dit echter anders. Ze scheerden laag over de bussen en schoten met hun boordwapens op de auto’s en wierpen bommen. Bij de brug werd het verkeer door de militaire brugbewaking stilgelegd, waardoor een file ontstond en de vliegtuigen vrij spel kregen. De inzittenden van de bussen en auto's doken in de berm van de weg. Eén bom sloeg in bij een groep voertuigen die op de Lekdijk stond. Overal liggen paarden en kapotgeschoten auto’s.
Gosen de Gram uit Geldermalsen verloor bij deze beschieting het leven. Zijn ouders waren landbouwer Gerrit de Gram en Gerdina van Soelen. Ze kregen op de Lingedijk-Oost in Geldermalsen samen elf kinderen. Zowel moeder, Gosen en  broer Jus waren licht lichamelijk gehandicapt aan handen en voeten. Als gevolg hiervan verrichtte de vrijgezelle  “Goos” in zijn ouderlijke huishuishoudelijk werk.
 
Toen de brug werd vrijgegeven, werd de reis voortgezet. Met veel vertraging werd Benschop en Hoenkoop bereikt, waar men al ongerust was geworden.
De uittocht van de 2650 inwoners uit Beesd was een chaos. Mensen die aangesteld waren om een en ander goed te laten verlopen waren nergens te zien. Iedereen immers leefde in grote onzekerheid en zocht zelf een manier voor een veilig heenkomen.
Zieken en bejaarden werden vervoerd met de enige twee veewagens die Beesd bezat. Ze waren voorzien van stro en enkele matrassen. Zo haalde de veewagen van Huib Hoos de oma van Henk van Buuren op.  De 38-jarige ongehuwde dochter Cato ging als verzorgster van haar moeder mee.

Cato van Buuren
Henk van Buuren: “Wij gingen op de fiets en mijn ouders en de buren gingen met onze paard en wagen. Onze reis ging via Acquoy, waar de Huigensteeg enigszins onder water stond. Dat was werkelijk alles, wat we van het onder water zetten van de Betuwe hebben gemerkt. Vervolgens op weg naar Leerdam, Loosdorp, Leerbroek, Meerkerk, Ameide, Tienhoven en tenslotte Nieuwpoort. Hier moesten we met het veer de Lek over naar Schoonhoven. Het was me een drukte van jewelste daar. Heel Beesd stond daar zo'n beetje te wachten, voordat het kon worden overgezet. Toen ik met de fiets aankwam, zag ik ook de vrachtwagen van Huib Hoos, waarin mijn oma en mijn tante Cato zaten. Wij waren dus met de fiets bijna net zo snel als zij met de veewagen. Plotseling werden wij opgeschrikt door overvliegende vliegtuigen. Ik zocht met mijn vrienden dekking tegen de Lekdijk. Twee Nederlandse kruitschepen, die vlak bij het pontveer aan de wal lagen, werden door Duitse bommenwerpers gebombardeerd. Beide schepen gingen volledig de lucht in.
Na de beschieting konden wij eindelijk ook naar de overkant. Pas bij aankomst in Waddinxveen bleek dat bij de beschieting tante Cato geraakt was door een scherf in haar rug. Ze is in het ziekenhuis in Gouda  nog acht weken zo goed mogelijk verpleegd, maar uiteindelijk toch overleden aan haar verwondingen op 7 juli 1940.”
Die nacht kon niemand slapen, De radioberichten ontnamen zelfs de moedigsten hun zelfvertrouwen: de regering is met de Koninklijke familie naar Engeland gevlucht….. Hoe moet het nu verder?
Dodelijk vermoeid van alle ervaringen zocht iedereen laat in de nacht zijn bed op. Zouden ze de volgende dag nog leven?
Betuwse evacués op de boerenkar nabij Haastrecht (RAR, Tiel)

Vanwege een dreigende onderwaterzetting werden in de Betuwe al op de tweede oorlogsdag voorbereidingen getroffen om tot evacuatie van de burgerbevolking over te gaan. De inwoners van Buurmalsen, Geldermalsen, Deil en Beesd werden geïnformeerd en op 13 mei 1940 vond de exodus plaats. De oorspronkelijke bestemming van de geëvacueerden, die zich per fiets, eigen auto of bus verplaatsten, was Gouda en omstreken.
Hier was de ontvangst verre van prettig. Door de bombardementen ter plaatse was de stemming uiterst geprikkeld.  Het strijdverloop op de vitale as Moerdijk-Dordrecht-Rotterdam noodzaakte om ook voor Rotterdamse burgers een uitwijkplaats aan te wijzen. Dit werd Gouda, met als gevolg dat de meeste vluchtelingen uit de Betuwe de volgende morgen werden doorgestuurd  naar Waddinxveen, Alphen aan den Rijn en sommigen ook naar Boskoop.
In Waddinxveen kwamen de eersten van de ruim 1800 evacués al voor de middag aan. Ze werden vriendelijk onthaald, geregistreerd en door de verschillende bureaus bij de bevolking onderge­bracht. Enkele slachtoffers, die door een Duitse aanval nabij Vianen gewond waren geraakt, werden in de Sint-Josephschool opgevangen. Alles was goed geregeld en hoewel vele gezinnen verspreid waren, kwamen ze de volgende dag vrijwel allemaal bij elkaar of wisten, waar iedereen te vinden was. Dat een deel was doorgestuurd naar Alphen aan den Rijn e.o., gaf wel enige verwarring.
Hier verzamelden op 14 mei 9500 Betuwenaren zich met allerlei voertuigen bij het raadhuis en op het Sint-Jorisplein, waar zij werden opgevangen in de Christelijke H.B.S. aan het Burgemeester Visserpark. Alles krioelde dooreen. Vaders en moeders zochten hun kinderen en omgekeerd. Het was enkele uren een onbeschrijfelijke verwarring. Na registratie werden mannen, vrouwen en kinderen in rijen opgesteld en trokken zij, vergezeld door leden van de Evacuatiecommissie, door de Alphense straten. Huis aan huis werd aangebeld met de vraag of de bewoners geëvacueerde landgenoten een onderdak wilden bieden. Het waren spannende momenten: bij wie zou men in huis komen? Zou het gezin bij elkaar kunnen blijven? Zou het klikken? In het algemeen reageerde de Alphense bevolking gastvrij; sommige gezinnen namen zelfs tientallen vluchtelingen op!
Chaos op Steekterweg De enige verbindingsweg van Alphen a/d Rijn met Utrecht of Gouda liep over de Steekterweg. Op 14 mei 1940 omstreeks 16.30 uur was het langs deze weg een complete chaos. Een Nederlandse militaire colonne ging naar het oosten en tegelijkertijd kwamen veel evacuees uit de Betuwe, naar het westen. Op hetzelfde moment
kwamen er ook vluchtelingen uit de omgeving van Rotterdam langs, die naar andere delen van het land wilden.
Overvliegende Duitse vliegtuigen namen deze drukte ook waar. Plaatselijk Nederlands geschut schoot op deze vliegtuigen, maar zij kwamen terug en lieten midden in de  verkeersopstopping hun bommen vallen.
Naast twaalf evacuees, w.o. vier uit de huidige gemeente Geldermalsen, kwamen bij dit bombardement ook vier mensen van de Steekterweg om het leven.
Er was veel schade aan diverse panden, maar geen huis, noch boerderij was totaal verwoest.
De meeste slachtoffers hadden geen kans gezien een veilig heenkomen te vinden en vielen op de openbare weg. Er was nog gewaarschuwd om bij eventueel gevaar de polder in te gaan.
Bij dit bombardement kwamen uiteindelijk vier inwoners uit de huidige gemeente Geldermalsen om het leven: 
  • Johan Blom
  • Jan Ganzeman 
  • Jan Zondag uit Geldermalsen 
  • Herbert Versteegh uit Gellicum.
Johan Blom trouwde in 1922 in Est en Opijnen met Elisabeth Maria Berendse. Ze kregen samen negen kinderen. Johan had, zoals gebruikelijk in die tijd, verschillende beroepen: kersenkweker, varkens- en strohandelaar en veetransporteur.
Johan ging op die bewuste 14 mei 1940 met een bekende naar de kapper in Alphen a/d Rijn. Terwijl hij daar binnen zat, brak ineens een hels Duits bombardement los. Hij ging naar het raam om te kijken en werd zwaar gewond door een scherf of kogel die door het raam van de kapperszaak naar binnen kwam. Op 19 mei 1940 is hij in het ziekenhuis in Leiden aan zijn verwondingen bezweken.
De boerderij waar zijn gezinsleden verbleven werd op het hetzelfde moment ook zwaar beschadigd, waarbij de eigenaresse van de boerderij om het leven kwam. Eén van Johans kinderen, Joop, was hiervan getuige. De achttien evacués en andere bewoners beleefde benauwde momenten in een sloot achter de boerderij, waar ze voor de bommenregen schuilden.
Het stoffelijk overschot van Johan is na enkele dagen vanuit Alphen a/d Rijn overgebracht naar Meteren, waar Johan is begraven op de oude Begraafplaats. 
Jan  Ganzeman trouwde in 1917 in Geldermalsen met Alida Kusters. Zij verhuisden in 1929 vanuit Deil naar Geldermalsen. Hier woonden ze op de Herman Kuijkstraat B 202. Ze kregen samen twee kinderen.
Jan was conciërge van gemeenschapshuis/bioscoop Het Nutsgebouw in Geldermalsen en was tevens organist bij NH-kerk te Deil.
Jan bevond zich waarschijnlijk tijdens het bovengenoemd bombardement op straat en werd ter plaatse gedood.
Jan Ganzeman is begraven op de Algemene begraafplaats te Deil.
 
Jan Zondag was van beroep gemeentearbeider/mandenmaker en trouwde in 1918 in Buren met de uit Erichem afkomstige Pieternella van Kalkeren. Ze kregen samen vijf kinderen. Ze woonden in Geldermalsen in wijk A296. Hij kwam op hetzelfde moment en op dezelfde plek om het leven als zijn plaatsgenoot Ganzeman. 
Jan lag begraven op de Algemene begraafplaats in Geldermalsen, maar zijn graf is inmiddels geruimd.

Herbert Versteegh was in 1893 getrouwd met Antona van Ewijk uit Beesd. Het precieze aantal kinderen is niet bekend. De 77-jarige Herbert werd bij het bombardement in Alphen aan de Rijn geraakt door een granaatscherf en is op 31 mei 1940 aan de gevolgen hiervan overleden in het ziekenhuis te Leerdam. Hij werd begraven in Gellicum.
Lang heeft het verblijf van de evacués in het Groene Hart niet geduurd. Toen Duitse vliegtuigen op 14 mei om half twee 's middags het centrum van Rotterdam hadden gebombardeerd en dreigden het zelfde te doen met Utrecht, beval opperbevelhebber Winkelman de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten.
Een evacué verklaarde:
Onder ondragelijke spanning gebruikten we ons avondeten. Een beklemmende stilte was plotseling, ongemerkt, ingetreden. Daar stormde iemand binnen. “Het Nederlandsche leger heeft zich overgegeven!!” Ik geloof het niet. Vooruit, naar buiten: vragen, vragen. Ja, 't Is waar; nee, een vals bericht; ik heb het zelf van het A. N. P gehoord; nee, het was een andere stem.
Nog enige minuten bleef de angstige onzekerheid bestaan. Toen kwam het officiële bericht door.”
De overhaaste terugkeer van de bevolking naar Buurmalsen was niet georganiseerd en zonder medeweten van het gemeentebestuur verlopen. Iedereen moest maar zien hoe hij weer naar huis kwam. Uiteindelijk kon men gebruik maken van enkele auto's van de plaatselijke bevolking en vanuit Buurmalsen werden vrachtauto's gestuurd om de vluchtelingen zonder vervoermiddel terug te brengen.
Een jaar later nam de Gemeenteraad van Buurmalsen het besluit om de gemeente Benschop als blijk van waardering voor de genoten gastvrijheid namens de inwoners een oorkonde met geschenk aan te bieden. De oorkonde heeft jarenlang in het oude gemeentehuis van Benschop gehangen.
De terugtocht van de Beesdse vluchtelingen naar huis begon op 15 mei, nadat Burgemeester A. Pos, in de morgenuren in Beesd was gaan kijken hoe de toestand was. In Alphen aan den Rijn keerden, met behulp van de in de stad gelegerde militairen, op diezelfde dag de meeste Betuwenaren alweer huiswaarts. De dankbaarheid voor de genoten gastvrijheid was groot. Dit bleek niet alleen uit de officiële dankbrieven die burgemeester Colijn van zijn ambtgenoten uit de Betuwe ontving, maar ook uit de mandjes met kersen die eind juni vanuit Geldermalsen en omstreken aan de gastvrije Alphense gezinnen werden aangeboden.
Dankbaarheid kon ook afgedwongen worden ondervond Burgemeester Pos van Beesd, toen hij in januari 1942 een brief ontving van de secretaris van het 'Bodegraafsch Museum', die meende dat de gemeente Beesd als dank aan de Boskoopse bevolking wel een schilderij van f 200 kon schenken ten behoeve van het gemeentehuis. Pos ging echter niet in op dit 'op zichzelf zeer sympathieke voorstel in verband met de financiële toestand van de gemeente'…….
Thuis aangekomen bleek, dat tijdens de korte afwezigheid, veelvuldig was ingebroken, zodat men in veel gevallen zijn bezit­tingen niet volledig of onbeschadigd terugvond. Terugtrekkende militairen en ook niet geëvacueerde burgers hadden zich hieraan schuldig gemaakt. Maar ondanks alles waren de mensen toch weer blij dat zij gezond en wel weer thuis waren.

Bron: De Geldermalser, 17 mei 1940
 
Zoeken op deze website
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu