Dhr. F.L.W. Maandag - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dhr. F.L.W. Maandag

Gemeente West Betuwe > Zestal crossers bij Heesselt verdronken jan. 1945
Achternaam: Maandag
Voornamen: Frederik "Frits" Leopold Willem
Voorletters: F L W
Beroep:
Repetitor M.O. (Leraar die studenten op een tentamen voorbereidt)
Geboorteplaats: Sloten
Geboortedatum:
18-05-1912
Overlijdensplaats: Heesselt/ Hurwenen
Overlijdensdatum: 07-01-1945
Begraafplaats: Lichaam is nooit gevonden

De ouders van Frits waren de in Arnhem geboren ex-dominee en HBS-leraar tekenen/ schilderen Willem Maandag (1879-1955) en de Amsterdamse Johanna "Jo" van Schaik (1889-1949). Ze trouwden in 1908 en kregen samen de volgende kinderen:
  • Frederik Leopold Willem (1912-1944)
  • Willem Johan, trouwde met Sjofiah Zubaida Rassad.  

Frits was woonachtig in Amsterdam en tijdens de oorlog als koerier actief voor het plaatselijk verzet. Hij had als schuilnaam A.F.J. Dijkgraaf.
In december 1944 dook Frits onder bij landbouwer Kees van Vught, Waaldijk 19 in Zuilichem.
Hij had op dit adres contact met koerier Theo Roest van Limburg, die hem daar regelmatig kwam opzoeken met de afgesproken slagzin "Spreken en handelen zijn 1".  Frits is op dit onderduikadres gebleven tot de dag dat hij verdronken is. Toen hij daar vertrok, noemde hij zijn ware naam. Hij had een grote koffer bij zich met daarin o.a. kleren en een boek. Bovendien nam hij ook een paar fietswielen mee, omdat hij gehoord had dat in het bevrijde gebied geen rijwielen meer te krijgen waren. Een frame dacht hij daar wel te kunnen bemachtigen.

Peter van Utrecht had contact met de B.S.-leider Meijer in Zaltbommel, die Frits' crossing zou regelen. Op zondag 7 januari 1945 zou de overtocht plaatsvinden. Die dag kwam Frits rond drie uur 's middags, samen met Theo Roest van Limburg. Die had een vals persoonsbewijs bij zich ten name van De Jong uit ‘s-Hertogenbosch.
Peter bracht beide mannen rond vier uur die namiddag naar hotel Tivoli in Zaltbommel. Dit staat aan het eind van de Gamers(ch)e straat, tussen de haven en het begin van de dijk naar Gameren. Een ideaal trefpunt, want het is niet alleen een markant punt, maar heeft tevens goed zicht alle kanten uit en goede schuilgelegenheden.
Op dit markant punt kwamen zij in contact met B.S.-leider Meijer. Daar hebben ze de overtocht en de terugkomst geregeld. Vervolgens bracht Peter hen toen naar de Oude Tol aan de Steenweg in Zaltbommel, waar zij rond halfzes die namiddag aankwamen.
Peter wees hen de weg naar Hurwenen en gaf het adres op van Dominee Haveman, die daar in de pastorie woonde en waar zij zich moesten melden.
Theo Roest van Limburg leende een fiets de broer van Peter en Frits Maandag had een fiets van zichzelf bij zich. De koeriers hadden ieder een binnenband om, waarin zich de geheime documenten bevonden.

De vader van Frits: "Mijn zoon woonde in Amsterdam op kamers in de Michelangelostraat 53.
Hij was verloofd met mejuffrouw Helena Rosingh (*1919-2002).
Frits kende zowel vader als zoon Roest van Limburg. Theo Roest van Limburg noemde Frits altijd Maandag-Vermeer, omdat Frits in zijn studententijd altijd de naam van zijn grootmoeder achter zijn naam voegde. Hij was student in de rechten, maar nog niet afgestudeerd."

Helena Albertina Rosingh (1919-2002), was de verloofde van Frits en woonde in Amsterdam op de Oranje Nassaulaan 18II. Zij verklaarde:
"In 1940 verloofde ik mij met Frits Maandag en heb regelmatig omgang met hem gehad, vooral in de hongerwinter van 1944. Zijn kamers in de Michelangelostraat In Amsterdam zaten vol met ondergedoken studenten en andere onderduikers. Ik deed toen voor hen de huishouding.
In december 1944, naar ik meen even na Sint-Nicolaas, is hij met een onbekende militaire opdracht vertrokken, naar de Bommelerwaard, met de bedoeling door de frontlijn te breken.
Was hij eenmaal aan de overkant, dan zou ik luisteren naar een tevoren afgesproken slagzin die door zou komen, zoiets als "Na regen komt zonneschijn".
Hij heeft op de heenweg overnacht bij een vriendin van mij die getrouwd is met de tandarts Boshard te Bode­graven, vandaar bij bakker C.P. Engelvaart te Herwijnen C29. Vanuit Zuilichem, waar hij verbleef bij boer Van Vught, heb ik diverse brieven van hem ontvangen die ik nog in mijn bezit heb.
Met Kerstmis is hij thuis geweest (in Amsterdam) en daarna weer vertrokken. De laatste brief kreeg ik van hem uit Gameren en was van zondag 7 januari 1945. Na de bevrijding hoorde ik pas dat hij was overleden. Dat het mis was begreep ik al, want de afgesproken slagzin kwam niet door en nadien vernam ik niets meer van hem."
Helena trouwde na de oorlog met
Anton Ferdinand Johannes Dijkgraaf.

Frits' moeder en broer hebben in het voorjaar van 1945 wekenlang langs de oevers van de Waal gezocht naar zijn lichaam, maar hebben het nooit gevonden.
 
Volgens het politierapport luidde zijn signalement: lang 1.72 meter, was gekleed met bruin pak, lichte regenjas, bruine vilthoed op, beige kleurige pullover met lange mouwen, gebreid uit langharige ruige wol ongemerkt ondergoed, schoenmaat 42, droeg zeer waarschijn­lijk laarzen of hoge schoenen (zwarte) geen bretels, wel een vrij brede riem met grote gesp, mist snijtand in de bovenkaak links en heeft een stifttand daarvoor in de plaats.

Frits' naam wordt vermeld op het Monument in het Amsterdamse Lyceum, aan de Valeriusplein 15. Dit monument is in 1947 in de aula geplaatst ter nagedachtenis aan de docenten, oud-leerlingen en leerlingen van Het Amsterdams Lyceum, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland, in concentratiekampen en in Nederlands-Indië om het leven zijn gekomen. De tekst luidt als volgt:

'TER NAGEDACHTENIS AAN ONZE
DOCENTEN EN OUD-LEERLINGEN
DIE IN DE STRIJD TEGEN DE
TYRANNIE HET OFFER VAN HUN
LEVEN BRACHTEN IN DE JAREN
1940-1945
DEN VADERLANT GHETROUWE,
BLIJF ICK TOT INDEN DOET.'

Daaronder volgen de 96 namen van de docenten, oud-leerlingen en leerlingen die zijn gevallen, met daaronder de tekst:

'WAAKT OVER DE VRIJHEID WAARVOOR ZIJ VIELEN!'.

 
Zoeken op deze website
Copyright 2017. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu