Dhr. A. van Verseveld uit Maurik - Oorlogsslachtoffers West-Betuwe

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dhr. A. van Verseveld uit Maurik

Gemeente Buren > Buiten de slachtofferslijst
Achternaam: Verseveld 
Voornamen: Adrianus 
Beroep: Losarbeider 
Geboorteplaats: Maurik 
Overlijdensplaats: Wolfenbüttel Landkreis Wolfenbüttel
Begraafplaats: Nederlands ereveld te Hannover
Gemeente: Hannover 
Provincie: Niedersachsen 
Land: Duitsland 
Vak: H 
Nummer: 50
De ouders van Adrianus waren de Liendense  fabrieksarbeider  Jan van  Verseveld (1873-1931) en Adriana van Mourik (1876-1954) uit Wijk bij Duurstede.
Ze trouwden op 22 juli 1897 te Maurik. Adrianus  (1902-1942) was  de oudste van 4 kinderen, de andere 3 overleden jong. Het gezin verhuisde tussen  1909 en 1912 van Lienden naar Herwen en Aerdt (nabij Pannerden).
Adrianus trouwde in 1923 met de 21-jarige  Helena van Stuijvenberg uit Herwen en Aerdt. Ze kregen samen acht kinderen. Het  jongste kind Rutgerus (*10 april 1937) kwam om het leven tijdens een Nederlandse  missie op Nieuw Guinea in 1959.
Het gezin woonde in Arnhem.
Op 23 juli 1942 werd te Arnhem het huwelijk  ontbonden.
5 oktober 1942 kwam Adrianus om het leven in het Duitse  Wolfenbüttel.
 

 
 
Wapenproductie van de  Fa.Voigtländer & zoon in de Strafgevangenis Wolfenbüttel.

Tijdens het nazi-bewind werden er   steeds meer mensen    gearresteerd,   zodat de gevangenissen overvol   waren. De voorwaarden van detentie   verslechterde dramatisch en de   gevangenen werden steeds meer voor   de Arbeitseinsatz gebruikt. Duizenden gevangenen werden   slachtoffer van de steeds nauwere   samenwerking tussen de rechterlijke   macht en de Gestapo. In 1942 moest de Gestapo 12000   gevangenen inzetten. Het viel voor hen niet mee om   de goede arbeidskrachten te scheiden   van de asocialen. Deze factor was ook van invloed op de gevangenis   in   Wolfenbüttel.
Het detentiecentrum van Wolfenbüttel   was ontworpen voor ongeveer 1000   gevangenen. Tegen het einde van de jaren dertig   veranderde door overbevolking de   levensomstandigheden voor de gevangenen. Er waren problemen met de hygiënische   omstandigheden, onvoldoende kleding,   onvoldoende voedsel en slechte   medische zorg. Het aantal gevangenen verdubbelde   tijdens de oorlog tot meer dan   2000. Ook waren er waren rond   de 700   executies in Wolfenbüttel.
Sinds het begin van de oorlog   werden de gevangenen steeds meer  gebruikt in de   wapenproductie en de landbouw. Ze  moesten 72 uur per week werken. Bij te  geringe arbeidsprestaties volgden huisstraffen. Weigering van werk of zelfs   verdachte worden van "sabotage", kon worden   bestraft met de dood.
Tegen het einde van de oorlog waren  meer dan tweederde van   de gevangenen uit Wolfenbüttel in de   particuliere sector werkzaam, zowel bij   fabrieken de op het terrein van de gevangenis als in de stad. Aan het einde van de oorlog   werkten de meeste gevangenen voor de  oorlogsindustrie in verder weg gelegen buitenkampen.

Met dank aan leden van het   Stamboomvragenforum, m.n. Ludmilla van Santen
 
Zoeken op deze website
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu